Skoatterwâld van boven. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Zorgen over de levensader van SC Heerenveen

Skoatterwâld van boven. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Een groep ouders maakt zich zorgen over de opleiding van SC Heerenveen. Hun verhaal vindt gehoor bij voormalig vrijwilligers en oud-medewerkers van de club.

Vooral wat betreft de omgang met de jonge voetballers schiet SC Heerenveen op veel vlakken tekort, vinden de critici. ,,Als ik alles vooraf had geweten, dan waren we hier nooit aan begonnen”, zegt Esther Santema.

Haar zoon voetbalde zeven jaar in de opleiding van Heerenveen. De club wilde afgelopen zomer niet met hem verder. Natuurlijk, zegt Santema, dat kan. Lang niet elke jeugdvoetballer van een profclub breekt immers door. Het gaat haar vooral om de manier waarop het de afgelopen jaren is gegaan.

Santema vertelt haar verhaal in een vergaderzaal van een hotel in Heerenveen. Om haar heen zit een groep ouders met vergelijkbare ervaringen. Zij willen niet met hun naam in de krant. Van sommigen voetbalt hun zoon inmiddels niet meer bij Heerenveen, van een aantal nog wel.

De kritiek van de ouders wordt gedeeld door oud-medewerkers en vrijwilligers van de academie. Een deel van hen is eveneens aanwezig in de hotelzaal. Anderen, onder wie ouders buiten deze groep, onderschreven de kritiek toen deze krant de afgelopen maanden contact met hen zocht om informatie te verifiëren. Er is echter ook duidelijk een tegengeluid van ouders die juist wel erg tevreden zijn over de gang van zaken op trainingscomplex Skoatterwâld. Ook van hen wilde niet iedereen met naam en toenaam in de krant. In totaal sprak de krant voor dit artikel met 24 personen.

Bernard Zwiers reed als chauffeur uit Ruinerwold tien jaar lang jonge voetballers van Heerenveen door de noordelijke provincies. Hij hoorde de verhalen en heeft er een mening over. ,,Het gaat mij vooral om de omgang met mensen. Een voorbeeld. Geregeld eindigden trainingen later dan de bedoeling was. Met als gevolg dat ik een kind van 10 jaar pas om 8 uur ’s avonds thuisbracht. Dat kan natuurlijk niet. Sprak ik een jeugdtrainer daarop aan dan kreeg ik te horen dat ik mijn mond moest houden. En anders moest ik maar opdonderen.” 

Jeffrey Talan, als hoofd opleidingen verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op Skoatterwâld: ,,Het streven is dat de busjes na de training om half zeven vertrekken. De langste route is anderhalf uur. Een enkeling is zo lang onderweg.” 

De criticasters zijn ook niet over alles ontevreden. Er zijn jeugdtrainers die hun werk juist wel heel goed doen. Zij werken in de onderbouw, met de jongste jeugd. De kritiek richt zich op de bovenbouw, op jeugdtrainers die al langere tijd bij de club betrokken zijn.

loading

Jeffrey Talan, oud-voetballer van SC Heerenveen, wordt door iedereen gezien als een aardige kerel. Twijfels zijn er echter over zijn geschiktheid voor zijn functie, waarin veel communicatie naar trainers én ouders, het uitstippelen van beleid en het evalueren en kritisch beoordelen van zijn trainers wordt gevraagd. ,,Jeffrey mag weleens wat vaker met zijn vuist op tafel slaan richting zijn medewerkers”, zeggen de kritische ouders. ,,Intern maak ik echt wel oorlog als het nodig is”, reageert Talan. 

Thuissituatie

Volgens de groep toont een deel van de trainers onvoldoende interesse in de belevingswereld van hun kinderen. ,,Zij weten niks van de thuissituatie af, of hoe het op school gaat.”

,,We hebben contacten op school”, zegt Talan. ,,Bij de jongste jeugd gaan de trainers naar de ouders toe om te kijken hoe de situatie thuis is. Leraren worden uitgenodigd om te komen praten. In de bovenbouw gaan trainers ook naar scholen toe. Dat contact met scholen is twee jaar geleden ingezet. Dat we niks weten van thuis- of schoolsituatie is niet waar.”

Er zijn dus ook ouders die van kritiek niets willen weten. Neem Mark de Boer. Hij is de vader van Jan de Boer, die de hele opleiding van Heerenveen heeft doorlopen en vorige week zaterdag voor het eerst op de bank zat bij het eerste elftal. ,,De mentaliteit bij Heerenveen is hard, maar dat is inherent aan het betaalde voetbal. Ik kan het weten, want een neefje van mij speelde bij Ajax en nu bij FC Twente”, zegt De Boer. ,,Weet je? Later, als die spelers in de ‘gewone’ maatschappij terechtkomen, zullen ze ontdekken dat het daar nog harder is.”

Volgens Zwiers gaat het erom dat je je als jeugdacademie in brede zin moet interesseren in kinderen.   ,,Je moet ze een arm om de schouder leggen”, zegt hij. ,,Vragen hoe het met hem gaat. Of als het op het veld niet loopt, informeren of er thuis of op school iets is gebeurd. Dát mis ik bij Heerenveen.” Een vader vult aan: ,,Heerenveen moet iets doen om het pedagogische, empathisch vermogen te vergroten.”

De bezorgde ouders hebben hun bekommeringen vaak gedeeld. Zich uitspreken tegenover de trainers durven of durfden de meesten niet, uit angst dat hun kind uiteindelijk de consequenties moet dragen. Bovendien, zegt een vader: ,,Je kunt nooit een gesprek aangaan. Ze zijn afstandelijk.”

,,Ik heb in een gesprek met Jeffrey Talan, Wilco Hellinga (jeugdtrainer, red.) en Berber van den Berg op een gegeven moment toch alles gezegd wat mij dwarszat”, vertelt Santema. ,,Dat de manier van coachen negatief is. Dat er een angstcultuur heerst. Dat er niet aan individuele opleiding wordt gedaan. Van den Berg is uiteindelijk de enige geweest die met mijn zoon aan de slag is gegaan. Dat heeft ze keurig gedaan.”

Berber van den Berg is mentale coach bij Heerenveen. Ze begeleidt trainers, teams en individuele spelers. Daarnaast geeft ze samen met haar vader Tjalling eco-coach-trainingen (mentaal-fysiek) in de turnhal. Alle ouders zijn blij met het werk dat zij leveren, maar de critici vinden dat nauwelijks sprake is van afstemming met Heerenveen. Van den Berg zegt dat de samenwerking met de club juist goed is. Doelen worden geregeld aangescherpt, bijzonderheden gelijk besproken. ,,Ik herken me niet in de kritiek”, zegt de mentale coach. ,,Met de staf maken wij dagelijks de programma’s. Er is dus veel contact.”

Eerlijk verhaal

Frustraties, onmacht en boosheid vormen voor de kritische ouders een reden om hun verhaal te vertellen. Maar er is meer: ze willen dat de opleiding verbetert, de levensader van de club waarin per jaar 1,6 miljoen euro wordt geïnvesteerd. En bovenal: dat Heerenveen ‘het eerlijke verhaal’ vertelt: wat kunnen kinderen écht verwachten als ze door de club worden gescout?

Op de website van Heerenveen staan ronkende verhalen over de opleiding. De club houdt, zo valt te lezen, van ‘assertieve ouders’, ‘openheid en een goede communicatie’ en wil jeugdspelers ‘zo breed mogelijk ontwikkelen’. Daar klopt weinig van, zo wordt gezegd.

Wat betreft de communicatie: voor kinderen die niet verder mogen op de opleiding komt de slechte boodschap soms totaal onverwacht. ,,We hadden in januari vorig jaar een Stima-evaluatiegesprek (Stima staat voor: snelheid, techniek, inzicht, mentaliteit en atletisch vermogen, red.) en dat ging prima”, vertelt Esther Santema.

'Altijd basis'

,,Mijn zoon stond ook altijd in de basis. Hij heeft nooit één negatief signaal gekregen. Tot op een zaterdagavond, na een thuiswedstrijd in april, zijn telefoon ging. Zijn jeugdtrainer aan de lijn. Hij zei twee zinnen: de voetbalacademie van SC Heerenveen heeft besloten dat jij hier volgend jaar niet meer speelt. Als jij of je ouders vragen hebben, dan kunnen ze een afspraak maken. Later bleek dat ze twee buitenlandse spelers hadden gehaald.” Er zijn ouders die iets soortgelijks hebben meegemaakt.

,,Misschien moeten we aan de voorkant duidelijker zijn”, zegt technisch manager Gerry Hamstra. ,,We melden dat je in principe voor een jaar in de opleiding komt. En ook al speel je alles, wil dat niet automatisch zeggen dat je mag blijven. Als wij een betere speler treffen bij bijvoorbeeld Zeeburgia (in Amsterdam, red.), dan is er een mogelijkheid dat we voor hem kiezen. Uiteindelijk gaat het om de potentie van een speler.” 

loading

Talan: ,,Alle ouders kunnen in principe weten dat we er voor de Onder 16- en Onder 18-teams internationale spelers bijhalen. Maar het vertrek van Santemas zoon had niets te maken met de komst van de buitenlandse jongens. Hij had in onze ogen niet genoeg potentie.” Dit bevreemdt Santema: ,,We hebben nadat we het slechte nieuws kregen een gesprek gehad met Heerenveen. Daarin zeiden ze: ‘Tot kortgeleden waren we van plan om je zoon door te laten stromen naar het volgende jaar’.”

Ergernis

Sinds vorig seizoen vinden er drie in plaats van twee gesprekken plaats met jeugdspelers en hun ouders. In het eerste Stima-evaluatiegesprek wordt de algehele ontwikkeling van de speler besproken. In het tweede onderhoud zou de speler vast een signaal moeten krijgen over het al dan niet aanblijven in de opleiding. Het laatste gesprek is bedoeld als afsluiting.

Bron van ergernis is de nazorg: die is, zo bevestigen de ouders en betrokkenen, niet of nauwelijks geregeld. Wat zou er volgens hen beter moeten? Het opvangen van jongens in brede zin. Dan gaat het over het bieden van een luisterend oor, maar ook over gesprekken met pedagogisch medewerkers of andere specialisten en de inschrijving op andere scholen. Het leggen van contacten met andere (prof)clubs waar ze na hun vertrek mogelijk wél terechtkunnen.

,,Mijn zoon heeft nadat Heerenveen hem wegstuurde nog twee keer meegetraind bij FC Groningen”, zegt Santema. ,,Daar kreeg hij meteen een gesprek met een psychologisch medewerker.” Wrang lachje: ,,Na een halfuur wisten ze bij Groningen meer over hem dan Heerenveen in zeven jaar.”

POP

Ouders wisten en weten allemaal: het profvoetbal is een harde wereld. Maar pretendeer dan als club niet dat je dit soort zaken allemaal wél hebt geregeld, stelt men. Dat geldt ook voor het zogeheten POP, het persoonlijke ontwikkelingsplan waarover Heerenveen op de eigen website hoog opgeeft. Dat stelt in de praktijk niets voor, vinden de critici. Het verdwijnt na het invullen door een kind in de la en komt daar niet meer vandaan. Ofwel: hoe een kind zich ontwikkelt wordt vrijwel niet geregistreerd. Men stelt dat Heerenveen amper aan dossiervorming doet.

,,We hebben een spelervolgsysteem”, repliceert Talan. ,,Daarin staan die Stima-gesprekken, net als het persoonlijk ontwikkelingsplan van een speler. Met de verbeterpunten ben je als trainer het hele jaar bezig.”

Meters maken

Eigenlijk worstelen de ouders die zorgen hebben met dezelfde vraag: in hoeverre is er sprake van opleiden bij Heerenveen? Wat is de waarde van een academie als er van de honderd jongens die beginnen in de jongste jeugd, slechts een of twee ooit het eerste elftal halen?

,,Het ligt eraan hoe je ernaar kijkt”, zegt Hamstra. ,,We doen het goed als je kijkt naar het aantal jongens dat in het betaalde voetbal terechtkomt. En ik ben ervan overtuigd dat als je hier een aantal jaren in de opleiding hebt gezeten, alles meekrijgt wat je later in de maatschappij nodig hebt: doelen stellen, leren in teamverband te werken, onder druk presteren, omgaan met teleurstellingen, structuur en discipline.”

Criticasters vinden dat scouten in binnen- en buitenland bij Heerenveen belangrijker is dan het beter maken van eigen jeugd, die ook nog eens veelal uit Friesland komt. ,,Dat is niet zo”, stelt Hamstra. ,,We kijken iedere dag of onze jongens zich voldoende ontwikkelen. En we hebben drie gesprekken per seizoen over de interne scouting.”

Waar een academie de ontplooiing van het individu tot doel zou moeten hebben, draait het vooral om de teamprestatie bij Heerenveen. Dat heeft een reden. Voor de status en de kwaliteit van de opleiding wil Heerenveen met de jeugdteams graag op het hoogste niveau blijven spelen.

Met andere woorden: voor de jeugdtrainers ligt de nadruk meer op presteren dan ontwikkelen. En dus staat het teambelang (lees: punten pakken) voorop. Daarop zijn veel trainingen ook afgestemd: voor individuele verbeterpunten is onvoldoende aandacht.

Sommige jeugdvoetballers spelen bij Heerenveen alleen oefenwedstrijden, omdat er in hun leeftijdscategorie maar één team is. Zo beschikt Heerenveen bijvoorbeeld niet over een Onder 16. Veel eerstejaars zitten vooral op de reservebank. ,,De jongens maken geen meters op die manier”, zegt een vader. ,,Ik weet wel: het heeft met euro’s te maken, want met een extra team heb je meer chauffeurs, begeleiders en trainers nodig. Maar dan leid je wél op, zeker als je dat pedagogisch begeleidt. Dan komen excessen niet meer voor.” 

Een oplossing zou kunnen zijn om de voetballers die te weinig aan spelen toekomen, te ‘stallen’ bij amateurclubs. Dat gebeurt al, maar te weinig, vinden de ouders. ,,Voor de O14 hebben we een pilot in het leven geroepen met Cambuur en Groningen”, zegt Talan. ,,Zo spelen die jongens extra wedstrijden en toernooien. Dat we geen O16 hebben, heeft inderdaad met budget te maken.”

Vaak zitten talenten op de bank omdat ze eerstejaars zijn of te klein. Een stagiaire doet namens Heerenveen inmiddels onderzoek naar een manier om de banden met clubs in de omgeving te versterken. Daarnaast beloofde Heerenveen voor dit seizoen dat er een nieuwsbrief en een ouderadviesraad zou komen. Die nieuwsbrief is er inmiddels. De club is nog bezig met het formeren van een ouderadviesraad.

Warme jas

Bovenal ontbreekt het vaak aan een ‘warme jas’ op Skoatterwâld vinden de bezorgde ouders en betrokkenen. ,,Ze moeten iets veranderen”, zegt een vader. ,,Voornamelijk op sociaal-emotioneel vlak. Ik zit hier niet om trainers de tent uit te vegen. Het gaat om talenten beter maken, om de ontwikkeling van kinderen. Ja, de voetbalwereld is een harde wereld. Je moet presteren. Maar niemand van ons zou adviseren om naar Heerenveen te gaan. Ik hoop dat de club iets doet met dit verhaal. Zolang er geld wordt verdiend aan jongens als Ziyech en Sinkgraven en straks Vlap en Pierie, denken ze dat het goed gaat. Het is teren op geluk, op een aantal pareltjes.”

Hamstra ontkent dat. ,,Een aantal dingen moet beter, daar hebben we dit artikel niet voor nodig”, zegt de technisch manager. ,,Berber van den Berg heeft extra uren gekregen, een performance manager stuurt bijvoorbeeld een groep voedingsdeskundigen aan en de Stima-gesprekken zijn verbeterd. Wat je je kunt afvragen is tot hoever onze verantwoordelijkheid reikt als club en waar de rol voor de ouders begint. Ik zou graag met vaders en moeders om tafel willen: wat ontbreekt er nu en wat is reëel om van ons te verwachten?”

,,Ik ga de kritiek van deze groep zeker niet bagatelliseren. Het is goed om af en toe een spiegel voorgehouden te krijgen”, vervolgt Hamstra. ,,De maatschappij is veeleisender geworden en de academie moet daarin mee. Maar ik weet dat er heel veel ouders juist erg tevreden zijn over de opleiding van SC Heerenveen. Als ik deze kritiek lees, dan herken ik onze opleiding niet.” Talan: ,,Ik neem de geluiden van deze ouders tot me en probeer daar de opleiding weer beter van te maken.”

,,Ouders die kritiek hebben kennen de wereld van de topsport niet en hebben uit liefde voor hun kind moeite met die mentaliteit”, stelt Mark de Boer. ,,Kinderen zelf hebben er geen moeite mee. Als je kind het niet redt in de opleiding moet je dat niet zien als een mislukking. Hij wordt gevormd, leert doorzetten. Daar heeft hij voor de rest van zijn leven wat aan. Of een jeugdspeler het wel of niet haalt, ligt vooral aan hemzelf.”

Hamstra zit vooral met het ‘gebrek aan een warme jas op Skoatterwâld’ in zijn maag. ,,Dat kan ik ook niet plaatsen. Het is een kwestie van perceptie.” Talan vult aan: ,,Wij horen heel wat anders van spelers die bijvoorbeeld op proef zijn geweest. Die zeggen dat ze goed ontvangen worden en dat de trainers goed met ze omgegaan zijn. Geloof me: al onze trainers willen liefst dat elk jongetje doorstroomt naar het volgende jaar.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct