Danique Braam voelt zich thuis in de Belgische wielerploeg Lotto-Soudal.

Wielrenster Danique Braam: een 'Flandrien' uit Feanwâlden

Danique Braam voelt zich thuis in de Belgische wielerploeg Lotto-Soudal. Foto Facepeeters Photography

Ze houdt van de strijd en collegialiteit binnen het peloton, van een harde koers in slecht weer en van de Vlaamse voorjaarsklassiekers. Danique Braam is de naam. Een Flandrien uit Feanwâlden.

De minuten net voor het vertrek zijn niet echt prettig als de regen met bakken uit de lucht valt, al dan niet vergezeld door een ijzige wind. Maar als dan het startschot heeft geklonken, is er geen blijere wielrenster te vinden dan Danique Braam. ,,Ik train graag met mooi weer, maar tijdens de koers mag het van mij regenen, hagelen en stormen. Daar kan ik wel tegen, ik heb dan echt veel moraal om te koersen.’’

De 24-jarige renster uit Feanwâlden mag je met recht een Flandrien noemen. Dat is, volgens het woordenboek, een: ‘Wielrenner die behalve door een grote fysieke kracht gekenmerkt wordt door het vermogen om in ongunstige (weers)omstandigheden zijn strijdlust te behouden en daardoor uitermate geschikt is voor het rijden van de Vlaamse voorjaarsklassiekers’. Die verklaring past bij Danique Braam - voor het tweede seizoen in dienst bij de Belgische formatie Lotto-Soudal - als de gele trui bij de winnaar van de Tour de France.

Zaterdag, tijdens de Ronde van Drenthe, had ze zich niet willen sparen. Deze koers voelde als een ‘thuiswedstrijd’. Het coronavirus gooit echter ook haar plannen overhoop. Inmiddels zijn ook al enkele Belgische koersen geannuleerd.

Valpartij

Twee weken geleden kon Omloop Het Nieuwsblad wel gereden worden. Regen en wind geselden het vrouwenpeloton, waardoor 68 van de 141 gestarte rensters voortijdig afstapten. Braam weigerde de handdoek te gooien. Ze kwam na 123 kilometer als 32ste over de meet, op 4 minuten van winnares Annemiek van Vleuten. Een redelijk begin op weg naar de geliefde voorjaarsklassiekers, ,,maar er had meer in gezeten. Door een valpartij miste ik de slag, terwijl ik best goede benen had.’’

Gisteren keerde ze terug naar België. Naar Vlaanderen, waar Braam zich inmiddels thuis voelt. Nabij Aalst woont ze met enkele rensters in woning van de sponsor. ,,Vlakbij de Vlaamse Ardennen, ideaal om te trainen. Ik hou van die korte klimmetjes, maar ik voel me er ook op mijn gemak vanwege de mensen. Vlamingen zijn warm en betrokken. Ze willen alles voor je doen.’’ Braam hoopt voor die ‘gastvrijheid’ terug te betalen via klinkende resultaten. Bijvoorbeeld op 5 april, mits het kan vanwege het coronavirus, in de Ronde van Vlaanderen.

En dat alles voor iemand die tot zeven jaar geleden hoopte als schaatsster de top te bereiken. Braam had reeds als pupil in de kijker gereden en mocht gaan trainen in Groningen. ,,We wonen in Feanwâlden vlakbij het station. Ik stapte vanaf m’n elfde elke dag op de trein. Geen probleem, ik was al vroeg behoorlijk zelfredzaam. Ik denk dat de stap, om mij zo jong te laten gaan, voor mijn ouders groter was. In Groningen ging ik met de bus naar de ijsbaan en trainde 2,5 uur. Daarna ging ik naar school en ‘s middags weer naar huis.’’

Braam vond enkele jaren later onderdak bij Gewest Friesland. Ze wilde internationaal doorbreken op de 1000 en 1500 meter. ,,Maar het lukte niet. Ik kreeg te maken met veranderingen in trainingsmethodes en daar werd ik niet sneller en technisch beter van. Ik raakte ook het plezier kwijt. Ik vond fietsen, wat ik deed als zomertraining, steeds leuker worden. Op dat moment ook leuker dan schaatsen. Rond m’n zeventiende ben ik omgeschakeld.’’

Ze had meteen een doel. ,,Ik wilde eerst het plezier in sporten terugvinden. Natuurlijk wilde ik ook winnen, maar dat was en is niet mijn enige drive. Ik wilde ervaren of wielrennen een levensstijl kon worden. Eten, slapen, trainen, repeat . Ik weet inmiddels dat het uitstekend bij me past. Je moet er op dit niveau veel voor doen en laten, maar ik heb een mooi leven. Ik denk niet dat ik nu gelukkig word van een kantoorbaan. Ik vind het werken in teamverband ook mooi. In een vrouwenkoers kan het er venijnig aan toe gaan, maar in onze ploeg gunnen we elkaar alles. Als een ploeggenote wint, heb ik ook gewonnen.’’

Eerste wedstrijd

Braam kan zich haar eerste wedstrijd als juniore, in het shirt van Otto Ebbens, goed herinneren. ,,In Enkhuizen. Ik reed meteen het podium op.’’ Twee seizoenen later volgde de overstap naar de senioren. ,,In het begin mag je al blij zijn als je in het peloton weet te finishen. Maar ik merkte vrij snel dat ik meer inhoud kreeg. Ik mocht mee naar de Healthy Aging Tour. Die heb ik met vallen en opstaan uitgereden, letterlijk. Ik ben in vijf dagen drie keer gevallen, maar ik weigerde op te geven.’’

De rijdster uit Feanwâlden besloot vervolgens een balletje op te gooien bij de formatie Jan van Arckel. ,,Dat was het beste clubteam. Ik wilde hogerop. Dan kun je afwachten of zelf initiatief nemen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Ploegleider Wim Kruis kon mijn gretigheid wel waarderen en wilde me de kans geven.’’ Kruis is de man van Monique Knol, de in Wolvega geboren ex-wielrenster die in 1988 olympisch wegkampioene werd. ,,Ik zat daar helemaal op m’n plek’’, aldus Braam. ,,De drie jaar bij Van Arckel zijn een goede leerschool geweest.’’

Braam betaalde het vertrouwen terug met overwinningen in onder andere de Ronde van Zuid-Oost Friesland en de Ronde van de Kerspelen. In internationale wedstrijden reed ze zich de top 10 binnen. ,,Ik won na een geslaagde aanval een tweede etappe in de Belgium Tour en daardoor ook het sprintklassement. Dat zijn resultaten die opvallen.’’

Tegelijkertijd volgde ze een rechtenstudie. ,,Die staat nu even on hold, omdat ik me volledig op het wielrennen richt. Normaal kan het in vier jaar, maar ik ga er één of twee jaar langer over doen.’’ Braam liep voor haar studie stage bij Vluchtelingenwerk in Leeuwarden. ,,Als juridisch adviseur. Heel intensief. Communicatie met de buitenlandse vluchtelingen was lastig, je werkte met tolken die je via de telefoon inschakelde. Ik moet nu nog mijn afstudeerscriptie schrijven.’’

Een onderwerp daarvoor heeft ze nog niet. ,,Maar het kan iets met vrouwenwielrennen worden. Zo zijn er nog wel verschillen tussen vrouwen- en mannenwielrennen. Verschillen in prijzengeld en organisatie. In sporten als tennis en voetbal zie je dat ook. Tot een mannen-wielerploeg behoort vijftien man personeel. De kok is de kok, de verzorger de verzorger en de mecanicien de mecanicien. Bij een vrouwenploeg heb je vier of vijf personeelsleden. Allemaal hebben ze meerdere taken. Wij hebben geen kok mee, maar eten wat de hotels te bieden hebben. Dat hoeft trouwens niet slecht te zijn.’’

Braam klaagt overigens geen seconde. ,,Bij Lotto-Soudal wordt alles professioneler. Het gaat stap voor stap. We worden vaker aan de mannenploegen gekoppeld. Zo zijn we met de onder-23 op trainingskamp geweest.’’ Samen trainen met cracks als Philippe Gilbert, John Degenkolb, Caleb Ewan en Tim Wellens is er echter niet bij. ,,En financieel kan het beter’’, erkent Braam. ,,Op papier ben ik prof, maar ik kan er niet ruim van leven. Dat hoeft ook niet. Het kost me in elk geval niets. Ik kan rond komen en tegelijkertijd heb ik een prachtig leven. Ik zie veel van de wereld. Ik koers overal in Europa, we hebben getraind in de Spaanse zon en ik heb twee keer in China gereden.’’

Belgische formatie

Ze is bij de Belgische formatie aan haar tweede seizoen bezig. ,,We hebben een ploeg met veertien rensters. Zeven uit België, twee uit Nederland, twee Engelsen, een Italiaanse, een Deense en een rappe sprintster uit Vietnam. In het voorjaar zie je haar hier niet, dat vindt ze te koud. Als Continental-ploeg zitten we onder de acht teams met een World-Tourlicentie. Omdat een peloton uit zo’n 150 rensters bestaat, zijn we verzekerd van deelname aan grote koersen. Omdat Lotto veel vrouwenwedstrijden in België sponsort, rijden we die ook altijd.’’

Braam kende in Belgische dienst een valse start. ,,In de tweede koers van vorig jaar kwam ik ten val. Eigen schuld. Het was op een kasseienstrook. Ik zag een gootje, maar slipte weg. Ik was de enige renster die viel. Schouderkop gebroken, anderhalve maand uit de running. Dat was rot, want ik was juist voor de voorjaarskoersen gehaald. Gelukkig kon ik mee naar de Amstel Goldrace en mocht ik ook de Giro d’Italia rijden.’’

,,Hopelijk komt er dit seizoen een moment dat ik voor mijn eigen kans mag gaan’’, vervolgt Danique Braam. ,,Ik kan aardig gaten dicht rijden en een ploeggenote afzetten voor de sprint, maar het zou mooi zijn om ook zelf eens voor het succes te gaan. Dat moet ik natuurlijk zelf afdwingen. Ik heb het gevoel dat ik op de goede weg ben. Sinds dit seizoen heb ik in Marco van Bon uit Amsterdam een nieuwe trainer en dat bevalt prima. Hij maakt me meer bewust van mijn capaciteiten. Een sporter twijfelt altijd, maar mede door de nieuwe trainingsprikkels heb ik het gevoel dat het allemaal klopt. En al kun je nog zo hard fietsen, dat gevoel is heel belangrijk.’’

home
net-binnen
menu