De herstart in de eredivisie was vals, maar geen man overboord voor Lycurgus. De Groningse volleybalclub gaat ongetwijfeld - als het seizoen volgens plan kan worden afgemaakt - weer tot de laatste smash meedoen om de landstitel. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor Bennie Tuinstra, opnieuw een talent uit ‘kweekvijver’ Sneek. ,,Ik heb veel geïnvesteerd in mezelf.’’

Het is daags na de kraker tegen het Apeldoornse Dynamo, waarmee ook voor Amysoft Lycurgus het volleybaljaar 2021 werd ingeluid. De tweede competitiewedstrijd (bijna drie maanden eerder was het openingsduel gewonnen, meteen daarna werd de tweede lockdown afgekondigd) eindigde in een voor de Groningers teleurstellende 1-3 nederlaag.

In geen van de vier sets was het verschil tussen beide kemphanen groter dan twee punten. De laatste set eindigde in 28-30. ,,Dit zijn de wedstrijden waar je het voor doet en die je natuurlijk graag wilt winnen’’, zegt Bennie Tuinstra. ,,Het was echt superclose . Wij maakten helaas net ietsje te veel fouten. Maar er is nog niets aan de hand.’’

Lege speelzalen

Zaterdag brandden de eredivisies volleybal weer in volle hevigheid los, met dien verstande dat bij de vrouwen twee van de vijf geplande wedstrijden zijn uitgesteld (waarbij die van VC Sneek tegen debutant VCN) en bij de mannen eentje. Een sfeervolle bedoening zal het nergens worden.

De teams, die wekelijks op corona getest worden, moeten het doen in lege speelzalen, dus zonder de steun van supporters. Ook lijnrechters en ballenjongens en -meisjes ontbreken. ,,Het voelt heel raar, maar ik ben blij dat we kunnen spelen’’, zegt Tuinstra. ,,Ik ga niet zeuren over alle maatregelen. Het is gewoon kloten voor iedereen, maar ik begrijp best dat er strenge regels gelden. We moeten ons allemaal aan die regels houden. Dan komen we hier, hoop ik, het snelste doorheen.’’

‘Ik heb er veel opgestoken’

De twintigjarige Tuinstra is als volleyballer niet eens zo slecht door 2020 heen gerold. Natuurlijk had de ambitieuze passer-loper zijn eerste seizoen bij Lycurgus graag met de landstitel willen bekronen, maar na het afkondigen van de eerste lockdown slaagde hij er vlot in om de knop om te zetten. Wat daarbij zeker hielp was de uitnodiging om op nationaal sportcentrum Papendal mee te gaan trainen met het Nederlands team, onder leiding van tweevoudig olympisch medaillewinnaar Henk-Jan Held.

,,Het was een selectie van zo’n twintig jonge spelers, die de kans kregen aan het niveau te ruiken en zich te laten zien’’, aldus Tuinstra. ,,Ik heb er veel opgestoken. Tegelijkertijd heb ik extra krachttraining gedaan, want ik moet fysiek sterker worden. Ik heb niet stil gezeten, maar juist veel in mezelf geïnvesteerd.’’

‘Je zult het niet zeggen omdat ik een geboren Sneker ben, maar ik kom niet uit een volleybalfamilie’

Papendal was geen onbekend terrein voor de exact 2 meter lange Tuinstra. Hij vertrok reeds op veertienjarige leeftijd naar het bij Arnhem gelegen sportcentrum. ,,Je zult het niet zeggen omdat ik een geboren Sneker ben, maar ik kom niet uit een volleybalfamilie’’, vertelt hij met een lach.

,,Als voetballer had ik het echter niet zo op al die tackles en het geduw. Door een schooltoernooi kwam ik in aanraking met volleybal. Iemand zag me spelen en zei: ‘Als ik jou was, zou ik hier mee doorgaan’. Bij VC Sneek ging het ook wel goed, ik mocht al op m’n dertiende meedoen met het eerste team. Dat speelde derde divisie. Ik heb dat nooit zo als speciaal ervaren, maar nu ik eraan terugdenk, was het heel jong. Best bijzonder toch wel.’’

Via het regionaal trainingscentrum in Groningen werd Tuinstra speler van het nationale jeugdteam en vervolgens gevraagd om naar Papendal te komen. Dagelijks trainen en spelen met het Talentteam. ,,Al jong het huis uit; dat was in de eerste maanden wel pittig. Ik heb een beetje heimwee gehad, maar wat scheelde was dat er meer jongens van mijn leeftijd zaten en dat ik een groot doel voor ogen had. Ik wilde vanaf het begin zo goed worden dat ik uiteindelijk gevraagd zou worden door een club uit de Italiaanse Serie A.’’

Beste buitenaanvaller van het toernooi

T uinstra werd vaste waarde in de Oranje-jeugdteams. Op zeventienjarige leeftijd was hij aanvoerder van de nationale selectie die in eigen land vierde werd op het EK. ,,Een hoogtepunt’’, aldus de Sneker, die regelmatig samenspeelde met de eveneens uit de Waterpoortstad afkomstige neven Gijs en Rik van Solkema.

Tuinstra werd tijdens dat Europees kampioenschap uitgeroepen tot beste buitenaanvaller van het toernooi. ,,Gijs trof ik afgelopen zomer ook bij de trainingen van het Nederlands team’’, aldus Tuinstra over de spelverdeler, die na een kort uitstapje naar de Engelse kampioen Polonia London terug is bij de Duitse club Lüneburg. Na dat toernooi besloot Tuinstra Papendal te verlaten en zijn vleugels uit te slaan. ,,Ik wilde graag naar het buitenland.’’

‘In alle opzichten een drama’

Hij koos voor de Franse club Tourcoing. ,,In alle opzichten een drama’’, zegt Tuinstra eerlijk. Dat lag niet alleen aan het feit dat hij in ‘een van de meest ongezellige stukjes van Frankrijk’ belandde. ,,Het was verder van huis dan Papendal; ik miste mijn familie en vrienden. In het begin van het seizoen speelde ik niet veel, dat hielp ook niet mee. Het was niet de beste zet die ik heb gemaakt, zeker niet mijn gedroomde buitenlandse club.’’

Tuinstra had bij de Franse subtopper een contract voor twee seizoenen, maar dat werd halverwege ontbonden. ,,Lycurgus wist dat ik in Tourcoing niet gelukkig was en heeft zich erg ingespannen om mij over te nemen. Dat was echt klasse.’’

‘Een warm nest’

Tuinstra stelde zijn Groningse werkgever - ,,Ik ben prof, train twee keer per dag’’ - niet teleur. ,,Het ging goed. Lycurgus en Tourcoing voelde voor mij als een wereld van verschil. In Groningen kwam ik in een warm nest terecht. Het voelde niet alleen goed, maar ik heb me ook als volleyballer kunnen ontwikkelen. Als sportman is dat natuurlijk het belangrijkste. We stonden vorig jaar bovenaan in de eredivisie en hadden de beker al gewonnen toen het ineens door de corona afgelopen was. Daar had ik het in de eerste weken lastig mee. Gelukkig werden de trainingen snel weer opgepakt. Ik heb nog even overwogen om er een studie bij op te pakken, maar toen kwam de uitnodiging voor de trainingen met het Nederlands team’’, aldus Tuinstra, die bij Lycurgus niet de enige Sneker is.

De deze week 26 jaar geworden Steven Ottevanger is als libero aan zijn derde seizoen begonnen bij de drievoudig landskampioen, die afgelopen najaar voor de vijfde keer beslag legde op de Super Cup.

‘Stip aan de horizon’

M ede door de coronacrisis kwam Lycurgus in de financiële problemen, ,,maar met een nieuwe hoofdsponsor gaat het de goede kant weer op’’, aldus Tuinstra. ,,De club is er altijd in geslaagd de contractuele afspraken na te komen. Ik heb altijd doorbetaald gekregen.’’ Lycurgus, dat naast twee Snekers ook twee Canadezen in dienst heeft, vond tevens de financiële speelruimte om het Europese podium te betreden.

,,Het was mooi dat we die zekerheid hadden, want daardoor hielden we als spelers in die moeilijke periode een stip aan de horizon. We moesten voor de achtste finale van het CEV-toernooi naar Moskou. Daar troffen we een Roemeense topploeg. Als we meer wedstrijdritme hadden gehad, hadden we absoluut de kwartfinale gehaald. Nu verloren we helaas met 3-2 en konden we weer naar huis. Nou ja, we hebben in elk geval nog het Rode Plein kunnen bezoeken.’’

Lycurgus niet het eindstation

Terug in eigen land werd het vizier gericht op de herstart van de competitie. Tuinstra stond te trappelen van ongeduld. ,,Ik volleybal het liefst elke dag’’, vertelt hij. Maar ook buiten de lijnen moet hij dagelijks met zijn beroep annex passie bezig zijn, zo beseft hij. ,,Ik heb van Henk-Jan Held de boodschap meegekregen dat ik me fysiek moet verbeteren. Voor een plek in Oranje kom ik denk ik wel in aanmerking, maar als je internationaal kijkt, en ik me vergelijk met een Russische speler, dan is duidelijk waar ik keihard aan moet werken. Ik moet sterker worden, krachtiger. Harder slaan en hoger springen.’’

Als dat lukt, zo zegt Tuinstra, dan is Lycurgus niet zijn eindstation. ,,Ik weet inmiddels dat een loopbaan niet precies is uit te stippelen, maar ik voel dat het na dit seizoen tijd is voor de volgende stap. Ik leef bij de dag, zeker in deze onzekere tijd is niks te plannen, maar het is mijn doel om volgend seizoen in Duitsland of Frankrijk te spelen. Dat zijn twee supercompetities. Ik denk wel dat er clubs zijn die een Bennie Tuinstra in vorm willen contracteren. Ik zal me moeten bewijzen. Eerst geef ik alles voor Lycurgus. Als ik ga, wil ik vertrekken als landskampioen en bekerwinnaar.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Volleybal
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct