Kaatswantenmaker Reinder Triemstra aan het werk in zijn werkplaats aan huis, in Sint Jacobiparochie.

Hoe komt dé kaatswantenmaker van Friesland een jaar door waarin er nauwelijks kaatsactiviteiten plaatsvinden?

Kaatswantenmaker Reinder Triemstra aan het werk in zijn werkplaats aan huis, in Sint Jacobiparochie. FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Hoe komt dé kaatswantenmaker van Friesland een jaar door waarin er nauwelijks kaatsactiviteiten plaatsvinden? Reinder Triemstra maakte zich als hartpatiënt in de eerste weken van de coronacrisis vooral druk om zijn gezondheid en die van echtgenote Fré. ,,Je worre bangig.’’

De twee naaimachines in de werkplaats van Reinder Triemstra (63) zijn op een kleine anderhalve meter afstand van elkaar neergezet. De wantenmaker en vroegere topkaatser uit Sint Jacobiparochie verontschuldigt zich er met een schuin lachje voor. ,,Normaal staan de tafels teugen nander an, folgens mij kin dat nou ok wel weer, maar man: ik waar in ’t begin hartstikke bangig.’’

Met dat begin doelt de Bilkert op de aanvangsfase van de coronacrisis, halverwege maart. Ineens leek de vertrouwde, maar kleine ruimte waarin Reinder Triemstra al 25 jaar als zelfstandig ondernemer kaatswanten in elkaar zet - handmatig en op maat, ouderwets ambachtelijk – een potentieel gezondheidsrisico. Zeker als hij hulp had, of als er klanten kwamen wier maten moesten worden opgenomen.

Dat laatste, het omtekenen van de kaatshand, is doorgaans een klusje voor zijn vrouw Fré. Toen even niet. ,,Fré is astmatys, dus dat durde se ’n heel hut niet’’, verklaart Triemstra terwijl zijn vrouw de werkplaats binnenkomt en koffie met cake serveert.

,,It wie allegear sa ûnwis’’, vult Fré Triemstra aan. ,,Op in stuit belle in klant dy’t frege as we it oandoarsten dat se mei seis minsken tagelyk kamen. Doe sei ik: it liket my better dat ik jim nammen even opskriuw. Dêrnei haw ik in wike as seis net omtekene. Wylst hjir gewoanwei elke dei klanten binne. No hellen de minsken harren nije want ek net sa flot op. Se wiene ek sels bang om te kommen.’’

Hartpatiënt

De Triemstra’s namen geen enkel risico. ,,Ik fertrouwde ’t niet’’, zegt Reinder Triemstra. ,,Ik sil dy fertelle: ’t leer dat ik brúk komt út Noord-Brabant. Ik waar bang dat der coronafirus op sitte sou! Dan worde ’t hier thús besorgd en durde ik ’t plestik niet open te maken. En intussen alles d’r over leze: hoe lang blyft ’t firus op karton sitten, hoe lang op plestik… Je wisten gewoan niet wat je te wachten ston. Teugen elkeneen dy’t hier wél kwam, saai ik: eerst hannen wasse! En: tot de achterdeur, niet feerder. Ja, ik docht: ik mot ’t niet krije. Dat overleef ik niet.’’

De onverwoestbare achterinse van weleer en vader van de eveneens op hoog niveau kaatsende Taeke en Bauke, is sinds een jaar of zeven hartpatiënt. Zijn hart bleek destijds nog maar voor 10 procent te pompen. Met hulp van medicijnen werd dat opgevoerd tot 30 procent, maar het bleef tricky. Begin vorig jaar werd Reinder Triemstra tijdens een loodzware operatie in het ziekenhuis in Leiden afgeholpen van levensbedreigende hartritmestoornissen.

Inmiddels draagt hij een ingebouwde defibrillator en dat is geen overbodige luxe. Het is al meer dan eens voorgekomen dat zijn hart er zomaar ineens mee ophield; tijdens een ritje op de fiets naar zoon Taeke bijvoorbeeld en zelfs een keer of twee toen hij al op de brancard lag in het MCL, nadat het hem thuis was overkomen. En nog steeds ligt het op de loer. Om doodsbang van te worden.

Zuchtend: ,,Je rake ’t fertrouwen in je aigen lichem helendal kwyt. Myn hartspier werkt niet goed meer. Gyn idee hoe dat komt. Ik bin krekt as Ronald Koeman: ik foel nooit wat ankommen. En soamaar inenen, boem, is ’t der. Maar goed, at ’t hart stopt, sorgt dy defibrillator d’r foor dat ’t weer begint te slaan. Je krije ’n enorme opdonder, maar je blive bij de tiid. Al maakt ’t je wel doadmoe. En at ’t gebeurt, bin je d’r even helendal ôf.’’

Volop werk

Er is mee te leven, zolang er althans geen enge virussen in de wereld zijn. De wantenmaker uit Sint Jacobiparochie had in de openingsfase van de coronacrisis een geluk bij een ongeluk: er lagen nog zoveel opdrachten op hem te wachten waaraan hij nog niet was toegekomen, dat hij wel een maand of drie, vier vooruit kon. ,,Froeger kon ik ’t nooit bijbene, ik laai dan wel ’n jaar achter. In dy sin trof ik het nou’’, zegt hij.

Tegelijk werkte het ook in zijn nadeel, want juist omdát hij nog volop werk had, bleek hij niet in aanmerking te komen voor de maandelijkse uitkering van 1500 euro voor vanwege corona gedupeerde zelfstandigen. Niet fair, naar zijn mening.

,,Ons middelste seun Joeke Jan het ’n autorijskoal. Hij kreeg ’t meteen. Op dy 4000 euro hew ik ok gyn recht, want ik huur niks. Ik werk an huus. Maar bliksem: at de coronakrisis langer duurd had, dan waar ik ok in de problemen kommen. Dat waar de angst: stel dat ’t deurset, dan hew ik ’n probleem. En nag, want ’t is ok nou nag onseker.’’

Met de productie van kaatsballen, een andere (bij)bezigheid van Reinder Triemstra, is het de afgelopen maanden verrassend meegevallen. Ondanks het gemis aan wedstrijden bleven kaatsverenigingen orders plaatsen. En de productie van en vraag naar kaatswanten is de laatste tijd ook weer aangetrokken.

Gelukkig maar, want daar is Triemstra dus markleider. En hij moet er immers van leven. Veruit de meeste hoofd- en eersteklassers - en wat daar onder zit - kloppen bij hem aan. Ook Taeke en Bauke uiteraard, maar Reinder Triemstra bezweert dat zijn jongens niet over beter materiaal beschikken dan andere (top)kaatsers. Wat andere mensen er ook over mogen zeggen – of smiespelen.

‘Ik bin soa bang niet meer’

De angst voor corona is geleidelijk verdwenen. Afgelopen maandag pasten Reinder en Fré Triemstra voor het eerst sinds de coronacrisis weer op Jinthe, het tien maanden oude dochtertje van Taeke. Er mocht weer geknuffeld worden, wat een voorrecht.

,,Wy wete nou meer fan ’t firus, ook al binne wy d’r nag niet fanôf. Maar ik bin soa bang niet meer, ok niet wat dy anderhalve meter angaat. Je worre wat pertaler. Man: in ’t begin liepen je hier in’e loads om nander hine te skúffelen, wat ’n ellende. Ok al komt der ’n nije útbraak, ik ferwacht niet dat wy dat strenge weer beleven gaan.’’

Hij hoopt nog heel lang dé wantenmaker van het Friese kaatsen te blijven. Reinder Triemstra, in een eerder leven metselaar, heeft immers sinds een kwart eeuw van zijn hobby zijn beroep gemaakt. Als kaatser maakte hij al kaatsballen en was hij altijd al met het materiaal in de weer. Het was de tijd van wanten met watten of blik op de plek waar nu de veelbesproken nap zit, de tijd waarin – net als nu – veel met de kaatshandschoen werd gesjoemeld. Triemstra was de aangewezen man om er zijn werk van te maken. ,,’t Spultsy houde bij mij niet op na de wedstryd.’’

In het verlengde daarvan: de kaatsliefhebber pur sang vindt het onzin dat er ook de komende periode nog helemaal geen wedstrijden op de kalender staan.

,,’t Is te gek foor woorden. Met kaatsen kin je dos altyd meer dan genoeg ôfstand fan nander beware, ok as toeskouwers? Op feul plakken komt heel wainig publyk. Je motte d’r gewoan gyn feesttint bij sette, dan kin d’r dos niks misgaan? Ferdory, in de winkel is ’t gefaarliker. Kaatse bliksem!’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct