Martje de Vries, in 2013, als trainster van volleybaltalenten.

Trainer moet altijd denken: doe ik dit thuis ook?

Martje de Vries, in 2013, als trainster van volleybaltalenten. FOTO LC/JAN DE VRIES

De ontwikkelingen binnen het turnen maken de vraag actueel hoe ver je als trainer mag gaan in de aanpak van jonge sporters. Vier betrokkenen reageren. ,,Als trainer zit je in een machtspositie. Kun je de grens niet aanhouden, dan ontstaan er problemen.’’

Martje de Vries kan voor dit artikel drie petten opzetten. De 63-jarige inwoonster van Sneek heeft zelf op topniveau gevolleybald en had daarbij te maken met trainers die het uiterste van haar vergden. Een van die trainers was Hans van Wijnen, haar latere man. Hij is in 1995 op 57-jarige leeftijd overleden. ,,Hans heeft ook wel eens een rotopmerking naar me gemaakt. Ik moet zeggen: dat werkte wel.’’

Uit hun relatie kwamen twee dochters voort, waarvan Roos van Wijnen al jaren dragende kracht is van meervoudig landskampioen VC Sneek. Martje de Vries kan daarom ook als ouder kijken naar het doen en laten van trainers. Tegelijkertijd, en dat is de derde pet, is ze al dertig jaar trainster van jonge volleybalsters. Talenten, die er veel voor over hebben om de top te bereiken.

De Vries staat bekend als deskundig, maar heeft ook de naam streng te zijn. ,,Ik kan verbaal soms scherp zijn, maar het gaat me er altijd om dat de kinderen een goed beeld van zichzelf krijgen. Als je voortdurend alleen maar ‘goeie bal’ zegt, haal je niet het beste uit ze naar boven.’’

,,Ouders hebben me er wel eens op aangesproken, maar dan bleek vaak dat hun kind vooral uit zelfmedelijden huilde. Ik vraag het uiterste van ze, maar de tranen komen met name omdat de kinderen moe zijn óf beseffen dat ze niet genoeg zijn voor het door ons nagestreefde niveau. Dat levert frustratie op.’’

Dochter Roos is ook wel huilend van de training gekomen, zegt De Vries. ,,Toen was ze een jaar of zestien. De trainer waar ze toen onder werkte, was niet prettig. Zijn stijl was negatief, zijn opmerkingen ook. Hij manipuleerde de speelsters; veel trainers zijn daar trouwens bedreven in, helaas.’’

,,Ik herinner me ook nog dat Ellen, onze oudste dochter, een keer in de sporthal gewoon met een jongen stond te praten. Diezelfde trainer liep voorbij en maakte toen een vervelende opmerking. Hij besefte totaal niet wat voor impact zoiets heeft op tieners. Op die leeftijd zijn ze gevoelig voor alles en kwetsbaar.’’

De Vries ving haar dochters uiteraard op, maar besefte tegelijkertijd dat de weg naar de top niet alleen bezaaid ligt met schouderklopjes en complimenten. ,,Van Roos wist ik al vroeg dat ze ‘blind’ voor de top wilde gaan. Dan kan het een keer pijn doen en op zo’n moment moet je als ouder niet meteen bij de trainer op de stoep staan. Een vervelende opmerking naar je hoofd krijgen is ook heel wat anders dan een klap krijgen, dat is ongeoorloofd. Roos heeft er nooit onder geleden, ze wist er op de juiste manier mee om te gaan.’’

Grenzen zoeken

Uit eigen ervaring kon De Vries haar dochter vertellen dat trainers de grenzen zoeken en talenten uitdagen. ,,Ik was een jaar of zestien toen ik trainde onder Hans en hij een rotopmerking maakte. Iets in de trant van dat ik te lui was. Dat kwam aan, maar ik besefte later dat hij waarschijnlijk gelijk had. Door die opmerking werd ik fanatieker.’’

,,Je leert dat het niet altijd rozengeur kan zijn. Ik ben ook wel mopperend thuis gekomen en heb tegen mijn moeder gezegd dat ik er geen zin meer in had. ‘Nou’, zei mijn moeder, ‘dan ga je toch in het tweede spelen?’ Ik dacht: wát?, maar dát wil ik niet! Op dat moment besefte ik dat het een kwestie van doorbijten is.’’

Als trainster is ze in de loop der jaren veranderd, zegt De Vries. ,,Milder wil ik niet zeggen, maar ik heb beter door wat wel en niet kan en wat het beste is. Ik leid minder van bovenaf, het komt niet meer van één kant. Ik vraag kinderen om feedback. ‘Wat vond je er zelf van’?’’

In het heetst van de strijd zal er nog wel eens een verbale uitglijder zijn, ,,maar ik ga nooit de grens over. Waar je enorm goed voor moet oppassen, zeker bij meiden, zijn opmerkingen over hun gewicht. Eén kleine opmerking kan tot grote drama’s leiden. Ik weet dat een meisje van buiten Friesland, ze kon goed volleyballen en hockeyen, anorexia kreeg nadat nota bene een arts had gezegd dat ze aan de zware kant was om de top te bereiken.’’

Hoe moeilijk is het om de eigen ambities, de zucht naar succes, ondergeschikt te maken aan het belang van het kind? ,,Niet moeilijk’’, aldus De Vries. ,,Je mag nooit de gezondheid van de sporter op het spel zetten. Dit jaar kampte een van mijn beste speelsters met een knieblessure. Ik wist dat als zij niet mee kon doen, we de finale van het open clubkampioenschap niet zouden halen. Ik heb haar gevraagd of ze in plaats van aanvalster als libero mee wilde spelen. Dat wilde ze niet. Jammer, maar dan dring ik verder niet aan.’’

Lange termijn

Het is ‘helemaal niet moeilijk’ om het belang van het kind voorop te stellen, zegt ook Henri Koek. ,,Want tijdens de begeleiding van talent kijk ik vooral naar de langere termijn’’, aldus de 42-jarige zwemtrainer uit Leeuwarden.

,,Het zijn vaak juist de kinderen die graag door willen gaan. Zij willen meteen resultaat zien, en anders de ouders wel. Die willen graag met hun winnende kind pronken op Facebook. Dat kan het moeilijk maken. Maar ik denk dat een trainer er nooit op uit is om een kind schade toe te brengen. Je probeert er naar eer en geweten het beste uit te halen. Ik ben ervan overtuigd dat de intenties van de turntrainers goed waren.’’

Koek is zich bewust van het wankele evenwicht. ,,Je kunt alles nog zo goed doen, maar één grapje dat verkeerd valt, kan tot problemen leiden. Daarbij is het tevens zo dat het ene kind niet geraakt wordt door een grapje en een ander kind wel.’’

,,Je probeert de ideale omstandigheden te creëren zodat de kinderen optimaal presteren, maar het lastige is dat de ene sporter daar geen problemen mee heeft en een ander soms wel. Sharon van Rouwendaal traint bij een Franse trainer die zijn eigen aanpak heeft. Zij accepteert dat omdat ze vindt dat ze hem nodig heeft om de top te bereiken. Dat is wat ze wil.’’

loading

Heel belangrijk is om in gesprek te blijven met kind én ouders, aldus Koek. ,,In het turnen is mijns ins-ziens veel van de pijn ontstaan doordat nooit goed met elkaar gesproken is. Je moet zorgen voor duidelijkheid. Het probleem is vaak niet die ‘uitglijder’ die je een keer maakt – ik ben heus ook wel eens een stapje te ver gegaan – maar de dingen die onbesproken blijven. Als zaken onduidelijk blijven, rijzen er problemen. Een gesprek kan vele dingen recht breien. En dan botst het maar eens een keer. Van conflicten leer je en met het kind waarmee je het hardste botst, krijg je vaak de beste band. Dat geldt andersom ook.’’

Koek zegt dat een kind dat de top wil bereiken, moet leren de consequenties van die keuze te dragen. ,,Die keuze vraagt offers, en die kunnen pijn doen. Daarbij hoort ook het leren omgaan met tegenslagen en ja, soms een vervelende opmerking van de trainer.’’

,,Verder mag het niet gaan. Of ik wel eens gescholden heb? Ik geloof het niet. En ja, ik zet ‘mijn’ zwemmers ook op de weegschaal. Ook degene waarbij het gevoelig lag, omdat binnen die familie iemand anorexia had. Nogmaals: als je het gesprek maar voert, uitlegt wat je doet. Ik zet ze juist op de weegschaal om te controleren of ze na een pittig trainingsblok niet te veel zijn afgevallen.’’

Vader van zwemster

Je moet de trainers van je kind onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen, aldus Jaap Steenbergen. Hij is de vader van zwemster Marrit Steenbergen, nu 20, en vier jaar geleden deelneemster aan de Olympische Spelen. Jaap Steenbergen en zijn vrouw legden hun getalenteerde dochter nooit druk op, keken regelmatig naar trainingen en hadden goed contact met de begeleiders van Marrit. Dat alles kon niet voorkomen dat de Europees jeugdkampioen na Rio fysiek en mentaal in de problemen kwam.

Inmiddels heeft Marrit Steenbergen in Eindhoven de draad weer opgepakt. ,,School, ouders, trainers: allemaal stonden we er met de neus bovenop, maar desondanks glipte het door je vingers. Dat had niets te maken met pressie of met mentale of fysieke druk. Je ziet je kind verzwakken omdat ze lijdt onder haar eigen prestatiedrang.’’

Jaap Steenbergen weet dat topsport offers vraagt. ,,Je bent buiten de lijntjes aan het kleuren.’’ Binnen de zwemsport heeft hij echter nooit iets meegemaakt dat hem de wenkbrauwen deed fronsen. ,,Ik heb nooit het gevoel gehad dat er grenzen zijn overschreden. De trainer was wel eens chagrijnig richting Marrit, maar die liep de kantjes er heus ook wel eens af.’’

Dat er ouders zijn die niet of nauwelijks aandacht hebben voor de activiteiten van hun kind, verbaast hem. ,,Anderzijds zie je ouders hun eigen ambities projecteren op hun kind, dat is ook niet goed. Het allerbelangrijkste is dat je altijd het plezier van je zoon of dochter voorop stelt. Het geluk moet de absolute prioriteit hebben.’’

Plezier moet de basis zijn

Anton de Vries sluit zich volmondig aan bij de laatste woorden van Steenbergen. De 59-jarige doctorandus uit Sneek, werkzaam als pedagoog-onderwijskundige, is oud-topvolleyballer en trainde jarenlang jeugdteams. ,,Plezier moet de basis zijn.’’ Maar met voortdurend een aai over de bol wordt geen goud gewonnen, toch? ,,Dat valt denk ik wel mee’’, aldus De Vries. ,,Hoe dan ook bereik je met een bemoedigend woordje meer dan met afkraken of schelden of, nog erger, fysiek geweld.’’

De Vries ziet de discussie over de aanpak van talent zich nu toespitsen op het topturnen. ,,Maar het komt in veel meer sporten voor en zeker niet alleen in de top. Ik ben ervan overtuigd dat ook in de breedtesport dingen fout gaan omdat de begeleiding ondeskundig is. De pedagogische kennis is mager. Iedere trainer zou pedagogisch geschoold moeten worden. Een trainer is namelijk ook een opvoeder.’’

Cruciaal is volgens De Vries dat een trainer zich voortdurend deze vraag moet stellen: zou ik dit thuis ook met mijn eigen kinderen doen of tegen ze zeggen? ,,Ik denk dat geen enkele weldenkende trainer zijn twaalfjarige dochter een ‘dikke koe’ noemt of bij de keel pakt. Om over excessen als slaan en schoppen maar te zwijgen.’’

,,Ik weet dat binnen de topsport voortdurend grenzen verlegd moeten worden, maar met dit soort dingen worden verkeerde grenzen overschreden. Als trainer heb je een machtspositie en die mag je nooit misbruiken. Probleem kan zijn dat een kind te veel accepteert, en de ouders ook, omdat ze denken dat het erbij hoort om de top te bereiken. Als een trainer doorkrijgt dat hij steeds meer kan doen, verschuiven de normen en gaat het van kwaad tot erger. Maar een kind moet zich altijd gelijkwaardig en veilig voelen. Ook in de breedtesport dienen ouders en bestuurders daar alert op te zijn. Een extra paar ogen bij trainingen is daarom niet verkeerd.’’

Het is al met al een lastige materie aldus De Vries. En ja, het overschrijden van een ‘verkeerde’ grens kan iedereen overkomen. ,,Als het maar een incident blijft en geen patroon wordt.’’ Eerlijk: ,,Ik ben als leraar ook een keer in de fout gegaan. Die jongen was zó dwars dat ik een tik heb uitgedeeld. Ik schrok enorm van mezelf en ben meteen naar de directeur gegaan om het te melden. Daarna heb ik zijn ouders gebeld. Z’n vader pakte het goed op. ‘O, pak ‘m maar aan hoor als-ie vervelend is’.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct