Renze Lolkema.

Sportcolumn Renze Lolkema: Na 75 jaar

Renze Lolkema.

De oorlog heb ik van horen zeggen. Mijn vader vertelde er nooit veel over. Logisch ook, in Huizum geboren, toen nog Fries platteland.

Het was 1936, hij was 4 toen de Duitsers ons overvielen en 9 toen de Canadezen Leeuwarden bevrijdden. Nooit honger gehad, hier was immers voldoende te eten. Vermiste joodse klasgenootjes? Niet dat hij wist.

Mijn moeder heeft er wel een trauma aan overgehouden. Ook van 1936, uit Den Helder. Haar vader doodgeschoten toen ze 5 was, op de marinewerf door de Duitsers, om het verzet te breken. Een monument aldaar herinnert daar nog aan.

Noodgedwongen verhuisde ze met mama en broertje naar familie in Amsterdam. Dat heeft ze geweten, de rest van haar leven. Joodse klasgenootjes spoorloos, het aardedonker van de spertijd, de hongerwinter. Mijn moeder wilde dat het nooit meer donker was: overal in huis, in elke hoek, brandde licht. En als wij zeiden dat we honger hadden, werd ons de mond gesnoerd. Wij wisten niet wat honger was, zei ze dan.

Angela Merkel repte deze week over de grootste uitdaging sinds WO II, over hoe het coronamonster te bestrijden. Alle vrijheidsbeperkende maatregelen zijn maar moeilijk te accepteren, zei ze. Zeker voor haar landgenoten die onder het communisme hebben geleefd in voormalig Oost-Duitsland, voegde ze daar aan toe. Zij kan het weten. Toen het IJzeren Gordijn nog in Europa hing, was Merkel een domineesdochter in de DDR.

Nu pas, 75 jaar na al die ellende, begrijp ik mijn moeder veel beter. Het lijkt wel oorlog. Tegen een weliswaar onzichtbare vijand, maar ook nu mag je niets. Moet je binnenblijven, worden we vooral bang gemaakt.

Het positieve ook van deze coronaweken: ze verbroederen. Deze week gegeten bij een vriend die twee hotels heeft. Hij was er helemaal mee aan. Dat ik meeleefde, deed hem goed. We willen dat niemand omvalt, dat we ons leven ook straks weer kunnen blijven betalen.

Het couplet ‘Het land vol van verdraagzaamheid, alleen niet voor de buurman. De grote vraag die blijft altijd: waar betaalt ‘ie nou z’n huur van’ , kan wat mij betreft worden geschrapt uit ons volkslied 15 Miljoen Mensen .

We gunnen elkaar weer het licht in de ogen. Eindelijk.

renze.lolkema@lc.nl

home
net-binnen
menu