FOTO NEEKE SMIT

Schaatsen op Zweeds zee-ijs

FOTO NEEKE SMIT

In het Noord-Zweedse Luleå werd deze week een nieuwe Nederlandse schaatsenclave gesticht. Over een marathonpeloton in Lapland, verbaasde ijsvissers en een Harlinger in den vreemde.

Op het moment dat de rondeklok woensdag door een rukwind voor de zoveelste keer tegen het ijs klapt, heeft de Zweedse ijsvisser even verderop net zijn derde snoekbaars uit het de Botnische Golf getrokken. Meewarig schudt hij zijn hoofd. Zich verstaanbaar maken in het Engels kan hij niet. Maar de blik op zijn gezicht zegt voldoende. Wat zijn die maffe Nederlanders daar toch allemaal aan het doen?

loading

Luleå – uitgesproken als Loe-lee-o - is de nieuwste kolonie van het Nederlandse marathonpeloton. Natuurijs in eigen land is eerder uitzondering dan regel. Daarom trekken de schaatsers en schaatssters elk jaar naar oorden in het buitenland, waar de natuur ze gunstiger gezind is. De Oostenrijkse Weissensee is inmiddels vaste prik. En dit weekeinde wordt ook Falun weer aangedaan, een Zweedse stad, 800 kilometer zuidelijker dan Luleå.

Hoe het marathonpeloton begin deze week in een desolate omgeving vlak onder de poolcirkel terecht kwam? Dat is grotendeels te danken aan oud-langebaanschaatster Bram Smallenbroek. De Lemster is niet vies van een experiment en haalde competitieleider Willem Hut van de KNSB over om een eerste marathon op zee-ijs aan de kalender toe te voegen. Zelf had Smallenbroek genoeg gezien toen hij vorig was neergestreken in Luleå, een havenstad met een slordige 40.000 inwoners. In de lange winters daalt het kwik gemiddeld tot min 10 graden Celsius, waardoor de uitloper van Botnische Golf elk jaar helemaal dichtvriest.

Spitsbergen

Dirk Koolwijk (42) weet er sinds kort ook alles van. Koolwijk groeide op in Akkrum, had zo’n tien jaar lang een bloeiend bedrijf in het onderhoud van scheepstuigages in Harlingen, maar besloot vorig jaar met zijn Zweedse vriendin naar Luleå te verhuizen. Koolwijk combineerde zijn bedrijf in Harlingen met het varen op zeegaande zeilschepen en zette veelal koers richting Spitsbergen. Daar ontmoette hij zijn vriendin, die als gids voor reisbureaus werkte. De vonk sprong over en het stel ging samen wonen in Harlingen.

Het stel was weliswaar gelukkig in Fryslân, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. ,,Mijn vriendin wilde graag terug naar Zweden en ik wilde die kant ook graag op”, zegt Koolwijk. ,,Ik vind het in Nederland vaak te druk en gehaast. Het is ook lastig om daar de vrije natuur in te gaan. Ik houd van de Nederlandse kustlijn en de eilanden, maar de natuur is hier veel weidser en desolater.”

loading

Dirk Koolwijk. FOTO NEEKE SMIT

Terug naar de marathon. Smallenbroek was maar wat blij met de aanwezigheid van een mede-Fries in Luleå, omdat Koolwijk ter plaatse het proces van een hoop organisatorische rompslomp kon bespoedigen. Koolwijk en zijn vriendin spreken onderling meestal Nederlands, maar sinds september volgt hij intensief Zweedse les in Luleå.

De verkennende contacten met burgemeester Niklas Nordström verliepen daardoor alvast een stuk vlotter, al moest Koolwijk wel wennen aan de omgangsvormen in Zweden. ,,Er bestaat hier heel weinig hiërarchie. In Nederland zou je zeker de burgemeester heel formeel benaderen. Dat kennen ze hier helemaal niet. Iedereen zegt ‘hej’ tegen elkaar, of je nu met de buurman of een hoogwaardigheidsbekleder praat. Dat toegankelijke spreekt me wel enorm aan.”

Met de komst van het marathonpeloton viel Koolwijk met zijn neus in de boter. Vlak voor zijn verhuizing naar Zweeds Lapland verkocht hij zijn bloeiende bedrijf in Harlingen. Terwijl zijn vriendin een baan als milieuadviseur kreeg aangeboden, richt hij zich op de toeristische sector en de Nederlandse ‘markt’ in het bijzonder. ,,Ik wil graag dat meer mensen dit prachtige gebied gaan ervaren. Luleå is nog een redelijk grote stad, maar als je een kwartiertje in de auto zit, zit je in midden in de wildernis. De mensen hier staan ook dichterbij de natuur dan in Nederland. Dat maakt het leven in mijn ogen een stuk rijker.”

Hobby

Burgemeester Nordström is ondertussen op zijn beurt maar wat blij met de aanwezigheid van Koolwijk. ,,Luleå zit op dit moment in een overgangsfase van industrie naar toerisme”, zegt de burgervader. ,,Wij Zweden schaatsen ook graag, maar wij doen het puur hobbymatig. Dat sommige Nederlanders hun geld verdienen met marathonschaatsen, kon ik bijna niet geloven. Maar nu ik het hele spektakel heb gezien, begin ik het te snappen.”

Terwijl het peloton woensdag de welhaast Siberische omstandigheden trotseert en over het ijs raast, stuurt ijsmeester Jan Blomkvist zijn auto behendig over de bevroren Botnische Golf. Ooit had hij ook een 400-meter baan in de stad zelf onder zijn hoede. Maar de interesse daarvoor was tanende en daarom besloot het gemeentebestuur onlangs om op de plaats van de ijsbaan een parkeerterrein uit de grond te stampen.

,,Bij kampioenschappen deden er vaak nog maar twee schaatsers mee, van wie er eentje al in de 80 was”, weet Blomkvist. ,,Zweden staan vaak op de schaats, maar hebben niet de drang om in competitieverband te rijden. Als ze ergens mee willen winnen, gaan ze wel ijshockeyen.” IJshockey, verzucht local Jon Olsson, is ‘de grootste ziekte van Zweden’. Olsson is in de luwte van een typisch Zweedse tipi-tent blij met zijn warme chocolademelk, maar baalt van de in zijn ogen alles opslokkende ijshockeysport. ,,Omdat er hier veel geld mee te verdienen is, hebben ook veel ouders er belang bij om hun kinderen bij een ijshockeyvereniging in te schrijven. Alle andere sporten sneeuwen daardoor onder. Want hebben wij na Sven Tomas Gustafson in de jaren tachtig nog een schaatser van hoog niveau gehad? Ik heb ze in elk geval niet voorbij zien komen.”

Terwijl een smartlap van André Hazes uit de speakers van het jurybusje bij de finish schalt, is de rondeklok opnieuw slachtoffer van de ijzige wind. Maar de marathonschaaters en -schaatsters hebben hun afstanden van respectievelijk 100 en 80 kilometer al afgelegd. Ze hebben de warme tipi-tent opgezocht of zijn weer naar hun hotel vertrokken. Even verderop zit de eenzame ijsvisser nog steeds op zijn stoeltje. Een paar snoekbaarzen en wat forels liggen na vijf uur vissen inmiddels op het ijs. De vangst is goed. Maar eenmaal thuis hoort zijn vrouw nu eens niets over ijsvissen. Een schaatsmarathon op de Botnische Golf. Het is weer eens wat anders.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct