Schaker Eddie Scholl in zijn kamer.

Schaaknestor Eddie Scholl is geen 'saaie sok', maar loopt ook niet de polonaise

Schaker Eddie Scholl in zijn kamer. FOTO NIELS WESTRA

Dit is geen verhaal over 19. Tae1! Een stukoffer. 19. …Dxc4, zwart laat het zich bewijzen . Dit verhaal gaat niet zozeer over het schaken, maar over de schaker. In dit geval over de man die een halve eeuw geleden Nederlands kampioen werd en wereldkampioen Boris Spasski remise afdwong. Zijn naam: Eddie Scholl.

Als Eddie Scholl aan het memorabele jaar 1970 denkt, denkt hij niet alleen aan zijn nationale schaaktitel. ,,Feyenoord won de Europa Cup-1. Ik zie de winnende goal van Ove Kindvall nog zo voor me.’’

Het eerste vooroordeel is hiermee van tafel geveegd. Eddie Scholl is ‘dus’ geen wereldvreemd type dat alleen maar naar een schaakbord zit te turen. Voetballen was zijn eerste passie, hij bereikte de hoofdmacht van Frisia. ,,Dat was haalbaar, omdat we derde of vierde klas speelden.’’ Zelf voetballen is voor de Feyenoord-fan nu iets uit lang vervlogen tijden, maar desondanks is er nog altijd meer dan schaken in het sportieve leven van de wiskundeleraar in ruste. ,,Ik moet me er soms echt toe zetten, maar ik hardloop wekelijks twee keer tien kilometer.’’

Eddie Scholl. Geboren in Leeuwarden, zes maanden voordat de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd. ,,Er is nog een foto dat ik als baby op de arm lig van een Canadese soldaat, een groot stuk chocola in m’n handen.’’ De oudste van drie kinderen. Vader Leendert Scholl maakte carrière in het Paleis van Justitie. ,,Hij was een intelligente man en een enthousiast schaker. 86 jaar geworden, in 2001 overleden. Zijn club Philidor was heel belangrijk voor hem. Tot aan zijn dood bezocht hij de clubavonden.’’

Geen sport, maar ‘spel’

Leendert Scholl liet zijn oudste zoon kennismaken met de schaaksport, al spreekt laatstgenoemde van ‘spel’. ,,Volgens richtlijnen van de gemeente Leeuwarden is sport pas sport als er bij bewogen wordt. Dat heeft Philidor helaas subsidies gekost.’’ Als kind vond hij schaken zeker interessant, ,,maar voetballen was veel leuker. We waren altijd op straat bezig. Vakanties waren bijna hinderlijke onderbrekingen. Ik was erg fanatiek.’’ Of hij ook goed was? ,,Ach, ik hobbelde wat mee op het middenveld. Fysiek kwam ik te kort.’’

Verwacht niet dat Eddie Scholl de loftrompet over zichzelf steekt. Hij heeft de neiging zijn sportieve successen te bagatelliseren. Noem het bescheidenheid, hij is ook niet van het uitbundige. ,,Ik vind mezelf geen saaie sok, maar ik ben inderdaad niet iemand die je in de polonaise ziet lopen.’’

Bij hem is een glas eerder half leeg dan half vol, maar weemoedig is hij echter vooral vanwege het onomkeerbare besef dat als schaker de jaren gaan tellen. ,,Het geheugen wordt minder, je gaat langzaam maar zeker achteruit. Ik ben niet dement, maar ik word vergeetachtig. Dingen die ik voor een partij heb voorbereid, ben ik de volgende dag deels vergeten.’’ Dat doet pijn, zeker voor een man die naar eigen zeggen verslaafd is aan schaken en bij Philidor aan het 55ste seizoen in het eerste tiental is begonnen. Onlangs verloor hij op een clubavond van de 12-jarige Leandro Slagboom. ,,Een talent, maar leuk was dat verlies natuurlijk niet.’’

‘Bordenjongen’ bij WK

Zelf was Eddie Scholl op z’n twaalfde ‘bordenjongen’. Hij lacht. ,,Nee, geen afwashulp.’’ Het was in de tijd dat Waling Dijkstra (1907-1981, kleinzoon van de bekende Friese volksdichter) het Friese schaken op de kaart zette. ,,Hij slaagde erin om twee rondes van het WK-kandidatentoernooi van 1956 naar Leeuwarden te halen.’’

Grootmeesters als Tigran Petrosjan, Boris Spasski en Vassily Smyslov bestreden elkaar. De winnaar mocht wereldkampioen Michael Botwinnik uitdagen. ,,Ik stond er als bordenjongen bovenop. Als er een zet was gedaan, werd die op papier gezet. Dat briefje bracht ik naar de zaal waar het publiek via een demonstratiebord werd uitgelegd hoe de partijen verliepen.’’

Een jaar of drie later werd Eddie Scholl ‘afgekeurd’ voor voetbal. Hij had liesklachten. De huisarts dacht het bij het rechte eind te hebben: ,,Voetballen wordt niks meer.’’ Van lieverlee stortte Scholl zich op het schaken. ,,In zekere mate had ik wel enige aanleg.’’ Wat heet: in 1963 werd hij Nederlands jeugdkampioen. Opnieuw dat bagatelliseren: ,,Tot mijn grote verbazing. Ik was eerder een keer laatste geworden op het FK jeugd. Op dat NK had ik wat geluk.’’

Fanatieke schakers in Groningen

Scholl ging studeren in Groningen. ,,Dat stimuleerde, want daar ontmoette ik fanatieke schakers.’’ In 1967 werd geschiedenis geschreven. Niet omdat Scholl in Groningen betrokken was bij de oprichting van studentenvoetbalclub The Knickerbockers, maar omdat hij met Philidor de landstitel veroverde. De oudste schaakclub van ons land vierde tegelijkertijd het 120-jarig bestaan, het kon niet mooier.

,,Dat jaar speelde ik ook mijn eerste NK’’, vertelt Scholl. ,,Ik moest twee weken naar Zierikzee.’’ Hij bleef onder andere Jan Hein Donner voor. ,,Ik verbaasde mezelf opnieuw en ik geloof eigenlijk de hele Nederlandse schaakwereld. Ik eindigde namelijk als derde.’’

Twee jaar later vond de titelstrijd plaats in de oude Klanderij in Leeuwarden. Scholl herinnert het zich als de dag van gisteren. ,,Ineens hoorden we een enorme klap en zaten we in de stofwolken. Bleek een deel van het plafond naar beneden te zijn gekomen. Als daar iemand onder het gestaan of gezeten, was het verkeerd afgelopen. De volgende dag schaakten we in die zaal gewoon verder, alsof er niks was gebeurd.’’

Scholl eindigde met een score van 50 procent in de middenmoot. Hoe anders was dat in het jaar dat Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup-1 won. Scholl greep de nationale schaaktitel door Coen Zuidema te verslaan. ,,Hij stond 3-2 voor, verloor door zenuwen overmand de zesde partij en daarna won ik na sudden death . Maar ik werd niet echt als een talent gezien’’, zegt hij nu. ,,Zo zag de bondscoach mijn manier van schaken niet zitten. Wat die manier was? Dat is moeilijk uit te leggen. Ik leunde op een goed geheugen. Daardoor had ik veel parate kennis van openingstheorieën. Ik kon partijen goed opzetten.’’

Aantreden tegen grootmeesters in Amsterdam

Als ‘beloning’ mocht hij op het vermaarde IBM-toernooi in Amsterdam aantreden tegen grootmeesters. Oud-wereldkampioen Botwinnik had eerder al vastgesteld dat er ook een grootmeester schuilde in ‘deze jongeman’ uit Leeuwarden. De remises tegen toenmalig wereldkampioen Spasski en zes andere wereldtoppers bevestigden die gedachte.

loading

,,Maar dat idee had ik zelf niet’’, zegt Scholl. ,,Ik mocht dan aanleg hebben, maar Spasski en die mannen waren professionals en ik deed het schaken erbij. Als ik voor een belangrijk toernooi stond, sloot ik me twee weken op in mijn kamer en leerde ik zoveel mogelijk varianten uit mijn hoofd.’’

Hij zat later dat jaar tijdens de Olympiade namens Nederland aan het eerste bord en haalde uit 17 partijen 10,5 punten. In 1971 mocht hij opnieuw meedoen aan het prestigieuze IBM-toernooi. ,,Toen merkte ik duidelijk dat ik niet een van hen was. Ik had me twee weken opgesloten, maar alles tolde door elkaar heen. Na een redelijk begin verloor ik acht partijen op rij. Het kostte me ontzettend veel energie. Na dat toernooi was ik volkomen gesloopt, de rest van de vakantie lag ik op apegapen. Toen besefte ik: dit is voor mij te hoog gegrepen. Zo was het nu eenmaal, je moet je beperkingen kennen.’’

Daarom werd Scholl geen schaakprof, maar vader van twee kinderen en wiskundeleraar. Met zijn palmares zou hij nu in aanmerking komen voor de meestertitel, misschien wel voor de titel van grootmeester. Wie kan zeggen Spasski te hebben bedwongen, de drievoudig wereldkampioen die in 1972 op IJsland de roemruchte WK-match speelde tegen Bobby Fischer. ,,Maar ik heb geen titel. De eisen waren toen zwaar. Nu lopen er duizenden meesters en grootmeesters rond.’’

‘De grootste schaker aller tijden’

Over Fischer gesproken: ,,In mijn ogen de grootste schaker aller tijden. Garry Kasparov was ook geweldig, maar Fischer deed het alleen, zonder een batterij aan secondanten. Wist je dat Fischer een bijzonder idee had waarmee juist de laatste tijd weer wordt geëxperimenteerd? Om schaken uitdagender te maken, kun je voor elke partij de ‘belangrijke’ stukken op een andere plaats zetten. Die opstelling zou je pas een minuut voor aanvang bekend kunnen maken. Dan wordt schaken een geheel ander spel, voorkennis speelt geen rol meer.’’

Dat schaken door het gebruik van computers is veranderd, kan Scholl niet echt bekoren. ,,Denk je een mooie partij te hebben gespeeld, voer je ‘m in de computer in en blijkt uit de analyse van dat ding dat het allemaal niet veel voorstelde…’’

Na 1974 speelde Scholl geen NK meer. Wel onder andere bijna 500 partijen voor Philidor. ,,Dat is aan zaterdagen bij elkaar opgeteld anderhalf jaar… Liefde voor het schaken? Ach, meer haat-liefde, een verslaving. Als je een partij op een mooie manier wint, is het genieten, maar als je smadelijk verliest, vervloek je het spel.’’

Eddie Scholl heeft echter nooit de aandrang gehad om het schaakbord uit het raam te smijten. ,,Wel lig ik nog altijd wakker na gespeelde partijen. Alle varianten malen door mijn hoofd. Ik speel helaas steeds vaker ‘knoeipartijen’. De angst om te verliezen neemt toe.’’

,,Soms zou ik willen dat we met Philidor-1 gewoon op pad gaan voor een boswandeling en een etentje, waarbij we uitgebreid over schaken ‘ouwehoeren’. Ja, ik zou toernooien voor 60-plussers kunnen gaan spelen, maar daar wil ik niet aan toegeven. Dat doet me denken aan walking football.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct