Pieter Weening met de roze trui in de Giro van 2011.

Pieter Weening moet in de Giro Nibali helpen aan de roze trui: ‘Myn rol is no gewoan oars’

Pieter Weening met de roze trui in de Giro van 2011. FOTO EPA

Of Pieter Weening rekening hield met zijn zesde deelname aan de Giro d’Italia? Nou nee, bekent de 39-jarige Harkiet. Maar nu hij er eenmaal is, in een rol als knecht bij Trek-Segafredo, is het grote doel glashelder: kopman Vincenzo Nibali helpen aan de roze trui.

Hij is het gewend om veel van huis te zijn. Zeventien seizoenen is Pieter Weening nu profwielrenner, grote delen van het jaar wonend in zijn koffer, reizend van hotel naar hotel.

Maar dit seizoen is het anders. Weening trainde eerst maandenlang voor zichzelf, nadat zijn ploeg Roompot in oktober vorig jaar de stekker eruit trok. ,,Fit bliuwe, mocht dat ferlossende telefoantsje fan in nije ploech komme.”

Vervolgens gooide corona de wielerkalender overhoop. Lange tijd waren er geen wedstrijden, waardoor de interesse van Trek-Segafredo op de sluimerstand werd gezet.

Ik bin hjir allinne om de ploech te helpen

Maar bovenal veranderde er veel in Weenings thuissituatie. Zijn vriendin Albertine en hij zijn sinds 3,5 maand de trotse ouders van Lasse.

Fantastisch, geweldig, machtig mooi – zo’n klein mannetje. Maar de keerzijde is dat Weening hem door de Giro de komende weken moet missen. ,,Klear, dêr hast as hurdfytser mei te krijen”, zegt hij nuchter. ,,Do bist no ienkear in soad fan hûs. Dêr stiet tsjinoer datst in hiel soad oeren mei dyn hûshâlding trochbringe kinst ast thús bist. Dan moatst dyn trainingen ôfwurkje, mar dat binne oer it algemien gjin wurkdagen sa’t ien dy mei in kantoarbaan hat.”

Weening verblijft sinds dinsdag op Sicilië, waar de 103de Giro zaterdagmiddag van start gaat met een individuele tijdrit van Monreale naar Palermo. Hij heeft zojuist een trainingsritje van zo’n 100 kilometer op het Italiaanse eiland achter de rug. De rest van de dag staan er een massage en vooral veel rusten op het programma.

Natuurlijk voelt hij gezonde wedstrijdspanning, aan de vooravond van zijn hoofddoel dit seizoen. Maar bevangen door nervositeit? ,,Totaal net.” Weening kent zijn lichaam door en door, voelt zich goed, is na honderdduizenden kilometers op de fiets gehard als tropenhout én weet dat de schijnwerpers de komende weken niet op hem gericht staan.

‘Pieter’, sei er, ‘we hebben je toch nog nodig’

,,Ik bin hjir allinne om de ploech te helpen”, verklaart Weening. ,,Ik gong jierrenlang nei de Giro om séls foar de prizen te riden. Mar myn rol is no gewoan oars.”

Hij noemt de proloog van vandaag als voorbeeld. Waar Weening eerder een zo snel mogelijke tijdrit wilde neerzetten, hopend om een paar dagen later een gooi te doen naar de roze leiderstrui, rijdt hij vanmiddag relatief ontspannen door de straten van Palermo. ,,Ik wol no gewoan lekker ride. Myn tiidrit stiet foaral yn it teken fan fit bliuwe. It doel is om op it lêst yn de Giro hieltyd better te wurden. Dat is hiel oars as datst fan de earste dei ôf al yn ’e stress sitst.”

Weening moet zijn waarde vooral tonen tijdens de loeizware slotweek, waarin hij Vincenco Nibali zo goed mogelijk door de bergetappes dient te loodsen. Die geslepen kopman van Trek-Segafredo is inmiddels 35 jaar, maar behoort nog altijd tot de favorieten voor de eindzege van de Giro, die hij al eens won in 2013 en 2016.

Ongekend is de grootsheid van Nibali in Italië, heeft Weening de afgelopen maanden gemerkt. ,,Nibali is yn Italië in soarte fan halfgod . Der leit by dy jonge in hiel soad druk op ’e skouders. Mar dat is al jierren it gefal. Hy kin der neffens my wol goed mei omgean. Ik ferwachtsje dat er yn dizze Giro meidwaan sil om de prizen. Mar goed, wy moatte earst mar ris ôfwachtsje hoe’t de earste wike ferrint.”

Te veel vooruitkijken heeft simpelweg geen zin, Weening weet het na bijna twee decennia in het profpeloton als geen ander. Het een van de redenen waarom Trek-Segafredo eind vorig jaar een balletje bij hem opwierp. De ploeg zocht een gelouterde en betrouwbare knecht voor Nibali in de Giro.

Moatst hieltyd wer befêstigje datst goed bist

Aanvankelijk resulteerde de flirt niet in een overeenkomst, tot Trek-Segafredo in februari met veel blessureleed te maken kreeg. Ploegleider Steven de Jongh waagde vervolgens alsnog een belletje naar het Belgische Lanaken, net over de grens bij Maastricht, waar Weening al jaren woont. ,,‘Pieter’, sei er, ‘we hebben je toch nog nodig’”, aldus Weening.

Maar door de uitbraak van corona moest Weening opnieuw in de wachtkamer plaatsnemen, tot hij begin juni bij Trek-Segafredo eindelijk zijn handtekening zette onder een contract tot het einde van het seizoen.

Weening reed de afgelopen drie maanden de Dauphiné, het Nederlands, Europees én wereldkampioenschap. Toch was zijn programma vooral Italiaans gekleurd, met onder meer een hoogtestage in de Dolomieten, de Strade Bianche, Gran Trittico Lombardo en de Tirreno-Adriatico.

Weening leerde op die manier zijn ploeggenoten goed kennen. Trek-Segafredo stelde tijdens de Italiaanse koersen namelijk veelal de renners op die vandaag in de Giro aan de start staan. Naast Weening en de Fransman Julien Bernard zijn dat louter Italianen.

Ik ha noait ekstreem libbe en altyd mei in soad wille fytst

Het is ogenschijnlijk nogal een contrast: de immer onverstoorbare Pieter Weening uit Harkema, die aan de eettafel wordt geflankeerd door mannen als Vincenzo Nibali, Gianluca Brambilla en Nicola Conci.

Heel groot zijn de cultuurverschillen echter niet, zegt Weening. ,,It makket net út watfoar flagge achter dyn namme stiet. By elke ploech giet it der yn grutte halen itselde oan ta. Stapst mei syn allen op ’e fyts en jûns sitst mei elkoar oan tafel om te iten.”

Zo ging het bij Rabobank en Roompot – de Nederlandse ploegen waar hij voor reed – en bij Orica Greenedge, waar wielrenners uit alle windstreken zijn collega’s waren. Nog los van het sociale aspect: oneindig veel belangrijker zijn de prestaties die een profwielrenner domweg moet leveren. ,,Wy binne gjin frijwilligersklupke. Dit is foar ús allegear wurk. Dat moatst gewoan dwaan, wurdst der foar betelle.”

Het zijn woorden van een gelouterde prof. Weening zag de afgelopen jaren een complete generatie wielrenners komen en gaan, terwijl hij gestaag zijn kilometers bleef wegtrappen, gewaardeerd door elke ploeg waarvoor hij reed.

Vier Vuelta’s. Zes keer de Tour de France, inclusief een etappezege in 2005. En nu dus voor de zesde keer de Giro d’Italia, de grote ronde waar Weening gevoelsmatig het meeste mee heeft. Hij won op fraaie wijze ritten in 2014 en 2011 en droeg in laatstgenoemde editie vier dagen de roze trui.

Of de Giro van 2011 zijn loopbaan heeft veranderd? Mwahhh, zegt Weening, dat valt wel mee. Het maakte destijds vooral de contractonderhandelingen met Orica Greenedge een stuk makkelijker.

Weening heeft niet zoveel met de korte termijn. Hij wijst op de vele renners die ook een etappe in een grote ronde wonnen. Hoe mooi zo’n prestatie ook is, je kunt er niet te lang op blijven teren. ,,Moatst hieltyd wer befêstigje datst goed bist.”

En precies dat doet Weening, al jarenlang, op een manier die feilloos past bij zijn karakter. De sleutel van Weenings succes laat zich ruwweg in twee woorden vangen: normaal doen.

Wat dat betreft verbaasde Weening zich weleens over wat hij om zich heen zag gebeuren. Trainen doet hij vanzelfsprekend keihard, maar niet maniakaal. Waarom zou je jezelf uitknijpen voor die ene procent verbetering, als dat ten koste gaat van je plezier? Waarom zou je jezelf blijven afmatten, als rust soms het beste medicijn is?

Maar ook: waarom zou je je trainingen laten versloffen, als je niets liever doet dan fietsen? En hoe kan het in hemelsnaam dat sommige wielrenners worstelen met hun kilo’s, als je jaarlijks zo’n 35.000 kilometer fietst? ,,Ast alle dagen in heale kilo patat ytst, dan kin dat. Mar oars dochs net?”

,,Ik ha noait ekstreem libbe en altyd mei in soad wille fytst”, besluit Weening. ,,Dêrom hâld ik it sa lang fol.” Hoe lang dat nog duurt? Hij heeft geen idee. ,,Hiest my in jier lyn frege oft ik noch in WK of Giro ride soe, dan hie ik gjin antwurd jaan kinnen. En no stean ik hjir dochs wer. Moai dochs?”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct