Oud-voetballer Chris de Wagt verloor door kanker de controle over zijn leven

Chris de Wagt met zijn kinderen Vajenn en Novan. FOTO NIELS DE VRIES

Als profvoetballer bij Cambuur en jeugdtrainer bij SC Heerenveen was Chris de Wagt gewend om naar de toekomst te kijken. Die viel ineens weg toen een zeldzame vorm van botkanker bij hem werd ontdekt. De man die het als centrale verdediger prettig vond om het hele veld te kunnen overzien, was de controle kwijt.

 

* Chris de Wagt overleed op zondag 19 januari 2020. Dit verhaal is in september 2019 geschreven. Op dat moment leek de energie in zijn lichaam terug te komen.

Dit is geen leven, dacht Chris de Wagt (34) op zeker moment. Na elke stoelgang was de pijn ondraaglijk, niet te harden. Alsof zijn onderlichaam uit elkaar werd getrokken. Hij durfde op een gegeven moment niet meer naar de wc te gaan. Te traumatisch. Zelfs medicijnen hielpen niet meer.

De bijwerkingen van de chemokuren die hij tien maanden lang moest ondergaan, die waren het ergst. Nog erger dan de kuren zelf. Soms liepen de koude rillingen drie uur achter elkaar over zijn rug, dan weer had hij het gevoel dat zijn hele lichaam in brand stond. 40,41 graden koorts. ,,Ferskriklik.’’

Weet je wat de zwaarste inspanning is voor iemand die van de ene chemotherapie in de andere rolt, vraagt hij aan zijn gesprekspartner. Douchen. Het begint er al mee dat je op een krukje moet zitten omdat je te moe bent om te staan. Door de hitte raakt het uitgeputte lichaam nog meer vermoeid. Pure ademnood. Iemand, partner Mariëlle in zijn geval, moet helpen met afdrogen en aankleden.

Hij praat nu, ruim twee weken na de laatste van veertien zware chemokuren in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (AVL) in Amsterdam, helder en open over de zwaarste tien maanden van zijn leven. Dat doet de lange Sneker in het Fries, zijn eigen taal, maar hij wil graag in het Nederlands in de krant. Hij oogt monter, levenslustig. Met een paar heldere, vriendelijke ogen onder een bijna kaal hoofd. Hij is nog wel wat ‘voller’ dan voorheen, een gevolg van het feit dat zijn lichaam nog veel vocht vasthoudt.

De Chris de Wagt van voor de ziekte was gewend om zijn eigen boontjes te doppen. Hij kwam als voetbaltalent op zijn 12de bij Cambuur terecht, debuteerde rond zijn 20ste in het eerste elftal en speelde meer dan honderd wedstrijden voor de Leeuwarder club. Hij volgde een universitaire studie geschiedenis en haalde zijn trainerspapieren.

Droom

Zo kwam hij via ONS Sneek, eerst als speler en daarna als hoofdtrainer, in 2017 als jeugdtrainer bij SC Heerenveen terecht. Het was een droom die uitkwam. Hij was 32 jaar. In zijn eerste seizoen volgde direct een kampioenschap met het beloftenteam. De halve finale van het bekertoernooi werd bereikt. De parttime aanstelling die hij had werd in het voorjaar van 2018 omgezet in een fulltime dienstverband. Een zonnige toekomst lonkte.

In de zomer die volgde voelde De Wagt plotseling een zeurende pijn in zijn rechter bovenbeen. Hij liep net een paar weken mee bij het eerste elftal van hoofdtrainer Jan Olde Riekerink. Aanvankelijk dacht hij dat het een gevolg was van de injecties die hij zichzelf al sinds zijn 18de toedient tegen clusterhoofdpijn. De spuit gaat soms ook het bovenbeen in. ,,Misschien heb ik een spiertje geraakt, dacht ik.’’

De pijn werd steeds heviger. Soms zat hij ’s nachts huilend beneden. Eind augustus volgde een MRI-scan in het ziekenhuis van Sneek, de stad waar hij opgroeide en nog woont. Anderhalf uur later kwam de uitslag al. De scan wees uit dat er twee tumoren zaten, in elk bovenbeen een, met uitzaaiingen op andere plekken. Alle alarmbellen gingen af. Temeer omdat bij De Wagt een jaar eerder melanoom was vastgesteld. Toen waren er geen uitzaaiingen, maar nu was hij dus alweer getroffen door de vreselijke K-ziekte.

In het ziekenhuis ging men uit van een uitgezaaid melanoom. De mogelijkheid dat het een andere vorm van kanker zou kunnen zijn, werd min of meer terzijde gelegd. Het komt maar zelden voor dat iemand op zo’n jonge leeftijd twee verschillende vormen van de ziekte krijgt. Een second opinion in Amsterdam bevestigde de Sneker diagnose aanvankelijk.

Er volgde een laatste test. Tot verbazing van de medici wees die uit dat het geen melanoom was maar een andere kankersoort. De Wagt had het Ewing Sarcoom , een zeer agressieve vorm van botkanker die vooral bij kinderen voorkomt, zelden bij personen van boven de 30. ,,Dat veranderde alles.’’

Lijdensweg

Inmiddels was het al eind oktober en haast was geboden. Of hij het de medici kwalijk heeft genomen dat de juiste diagnose lang op zich liet wachten? Nee, zegt De Wagt minzaam. Was men op basis van aanname met de behandeling begonnen – immuuntherapie in geval van melanoom – dan zou hij van de regen in de drup zijn beland. ,,Dan was het niet goed gekomen. Dus uiteindelijk ben ik dankbaar dat het zo lang heeft geduurd.’’

Toch was dat het beginpunt van een lijdensweg, die vooral in de eerste maanden bijna niet vol te houden was. De Wagt moest een zeldzame behandelingsmethode ondergaan die twee kanten op kon gaan. Sloeg het niet aan, dan was hij ten dode opgeschreven. Een andere genezingsmethode was er simpelweg niet. ,,Dan is het afgelopen, dat wist ik.’’

Tussen oktober en februari wist hij soms niet waar hij het zoeken moest. Na een korte stilte: ,,Het moeilijkst was dat ik in die periode maar zelden een goeie dag had. Dat ik niet eens fit genoeg was om een stukje te wandelen. Gelukkig heb ik nooit overgegeven vanwege de chemo, maar door al die bijwerkingen waarvan je ’s nachts niet kunt slapen ga je door een hel. Dan denk je: ik kan dit niet. Ik kan me toch niet tien maanden zo voelen? Wat heb ik dan voor leven?’’

In het begin kon hij soms geen mensen om zich heen verdragen. Ook zijn twee kinderen, Vajenn (nu 6) en Novan (nu 4) niet. Alleen Mariëlle was er altijd. ,,Zonder haar had ik hier nu niet gezeten’’, zegt De Wagt. ,,Ik denk weleens dat het voor haar moeilijker dan voor mij is. Hoe slecht ik me ook voel, ik kan me op mezelf richten. Als ik geen zin in de kinderen had, ging ik naar boven. Mariëlle moest alles doen: de kinderen, de huishouding, mij verzorgen. En daar komt nog bij dat ze haar moeder op haar 3de is kwijtgeraakt aan een hersentumor. En toch heeft ze altijd geprobeerd om positief te blijven.’’

Gelukkig wonen pake en beppe in de buurt. Harm en Sytske de Wagt hebben geholpen waar ze konden. Moesten de kinderen een week bij de oud-voorzitter van ONS Sneek en zijn vrouw logeren, dan werd dat geregeld. ,,Leuke dingen doen met de kinderen, of een keertje koken of een extra wasje doen. Mariëlle ontlasten, dat was al fijn.’’

 

Verfrissend

Weet je wat ook erg is, zegt hij. Dat je familie en schoonfamilie eronder lijdt. Harm en Sytske de Wagt konden niet meer van het leven genieten. Corina, zijn zus, trok zich het lot van haar jongste broer ook erg aan. Leo, zijn oudere broer, was de opbeurende factor. De voormalige aanvoerder van ONS Sneek zag overal het positiefste van in. Heel verfrissend.

,,Dat had ik nodig: positieve energie. Niet dat ik andere mensen daarmee tekort wil doen, trouwens. Iedereen gaat er op zijn eigen manier mee om, iedereen stond op zijn eigen manier voor me klaar.’’

Oud en Nieuw was een dieptepunt. Chris de Wagt was thuis. Zijn bed stond in de woonkamer. Zijn weerstand was op dat moment zo laag dat hij niet naar buiten mocht, niet in contact mocht komen met mensen. Hij had zich voorgenomen om met de kinderen voor het raam naar het vuurwerk te kijken, maar dat lukte niet.

,,Zo ziek zijn verandert de relatie met je kinderen’’, zegt hij. Een van zijn grootste angsten was dat ze erdoor zouden veranderen. ,,Vajenn is een heel enthousiast meisje. Heel blij. Ik was zo bang dat ze vanwege dit hele gedoe stiller zou worden. Maar kinderen passen zich gewoon aan. En ze hebben me nooit op mijn slechtst gezien.’’

Na elke serie chemokuren van vijf dagen was hij twee weken thuis. Regelmatig was hij zo ziek, dat hij in het ziekenhuis van Sneek moest worden opgenomen. Om op maandagavond weer terug naar Amsterdam te gaan voor de volgende serie kuren.

Een eerste scan in januari was een ijkpunt. De Wagt had er vier series chemokuren opzitten en wist niet waar hij stond, wat zijn kansen waren. Tot dat moment had hij uitsluitend slecht nieuws gehoord. Dat de genezingskans op 10 tot 15 procent lag, dat soort dingen.

Die dag hoorde hij de arts voor het eerst zeggen: ,,Ik heb goed nieuws voor je, het is niet erger geworden, het gaat beter.’’

,,Dat is dan zo’n opluchting. Het klinkt hard, maar je zit in de wachtkamer met de kans dat je te horen krijgt dat je dood gaat. Dat is heel beangstigend, onwerkelijk. Maar zo zit het wel. Ik ben niet naïef.’’

Accepteren

Zelfmedelijden? Verspilling van energie en tijd. ,,De gedachte: waarom ik?, heb ik heel snel laten varen. Wél heb ik me afgevraagd waar ik het in vredesnaam aan verdiende om telkens minder goed nieuws te horen. Geef me nou ook eens goed nieuws, dacht ik. Niet dat ik super gezond heb geleefd, maar ik heb nooit gerookt en ben geen stevige drinker. En ik heb altijd heel veel gesport.’’

Opgeven, de pijp aan Maarten geven, was geen optie. Al zat hij nog zo diep. Hij besloot zijn lot te accepteren en niet in het negatieve te blijven hangen. ,,Accepteren is de eerste stap, hoe verschrikkelijk het ook is.’’

Wat hielp was een reactie op Instagram van Kobe Bryant, de befaamde oud-basketballer. Hij stak een andere basketballer die geblesseerd was een hart onder de riem. Focus je op de mini milestones , zei Bryant, hele kleine tussenstapjes. Omarm ze, geniet ervan. En vier het als je ze hebt gehaald.

,,Dat heeft me heel erg geholpen tijdens de zwaarste fase, anders was ik gek geworden. En dat heb ik onthouden: waardeer wat je op de korte termijn bereikt. Sta ook eens stil bij het nu. Ik wil dat vasthouden, ook nu ik weer voorzichtig vooruit kan kijken. Al is dat nog best lastig.’’

Juist door de ziekte kwam hij erachter dat hij zijn werk bij SC Heerenveen nodig heeft. ,,Wanneer ik fit was, was ik hier. Bij wedstrijden en trainingen. Dat kon alweer een paar weken na mijn eerste kuur. Gerry en Luuc hebben me heel vaak uitgenodigd. Dat gaf een heel fijn gevoel. De liefde vanuit de club heeft me goed gedaan. Dan is Heerenveen echt nog altijd een familie, een beeld dat tegenwoordig – vanwege al die roerige jaren – niet altijd meer naar buiten komt.’’

Luuc is voormalig directeur Luuc Eisenga, Gerry is technisch manager Gerry Hamstra. De Wagt glimlacht. ,,Ik ben erachter gekomen dat Gerry op dit gebied wel heel speciaal is. Hij heeft zoveel interesse getoond. Hij kwam langs tijdens mijn eerste kuur en heeft me op mijn slechtst gezien. Maar hij was ook de eerste die weer taakjes voor me had. Dan liet hij me even naar een speler kijken, even meedenken. Hij voelde heel goed aan dat ik me op zo’n manier weer nuttig voelde.’’

Want denk erom: Chris de Wagt wilde niet zielig worden gevonden. Hij wilde soms gewoon over voetbal praten, met dagelijkse dingetjes bezig zijn. Onder de mensen zijn. Ook aan Ronnie Pander had hij dan een goeie. Ze zouden samen de beloften en de Onder-19 – met Menno van Dam - gaan trainen. Dat liep dus anders. ,,Ronnie is helemaal een topper. Hij heeft me vanaf dag één over alles bijgepraat. Elke dag weer, om me betrokken te houden. Heel bijzonder.’’

loading

Spannend

Na zes kuren keerde de energie in zijn lijf langzaam terug. De club regelde een elektrische fiets. Die gaf hem een extreem gevoel van vrijheid, hij kon zijn geluk niet op. Nu kon hij zelf de kinderen weer naar school brengen, iets wat hij voor zijn ziekte vrijwel altijd deed en nu ineens haast niet meer.

En nu is het eind september, bijna een jaar na de onheilstijding en ruim twee weken na de laatste van een lange reeks chemokuren. Hij onderging afgelopen week twee scans, komende week volgt de uitslag. Het is spannend.

,,Hoe gek het ook klinkt, de chemo’s zorgden voor een zekere rust’’, zegt hij. Pas na drie maanden kwam er altijd een scan, dus wist De Wagt precies waar hij aan toe was. Nu moet zijn lichaam het zelf gaan doen, dat is een enorme onzekerheid. ,,Beangstigend. Aan de andere kant: ik heb vier, vijf keer meegemaakt dat mijn kamergenoot in het AVL vertelde dat hij of zij uitbehandeld was. Ik ben er nog.’’

En wat nu te doen? Grootse toekomstplannen verzinnen voor een bestaan als voetbaltrainer? Wil hij zijn ultieme droom, het hoofdtrainerschap bij een profclub, najagen? En wat dan als het toch weer misgaat? Die onzekerheid blijft.

Een zucht. ,,Aan de ene kant kan ik niet wachten me te ontwikkelen, aan de andere kant denk ik: ben ik er over een paar jaar nog wel? Dat is het dubbele ook weer: juist door de ziekte weet ik nu dat ik het liefst op het veld sta en met voetballers bezig ben. Ik heb een talent, ik heb dit werk nodig. En ik wil steeds meer. Alleen meelopen is niet genoeg. Ik wil en kan iets toevoegen aan de organisatie.’’

Veel te leuk

,,Het is gewoon spannend. Er is altijd een kans dat de ziekte terugkeert, maar ik wil me daar niet constant zorgen om maken. Het leven is veel te leuk, ik heb nog zoveel te doen. Aan de andere kant: mijn lichaam heeft me al vaker in de steek gelaten, ik ga er niet vanuit dat ’t het nu wel ineens goed zal doen. Maar ik moet mijn gedachtegang daar niet door laten beïnvloeden, want dan kan ik niet meer functioneren.’’

Praat hem ook niet van een gevecht tegen kanker . ,,Mensen zeggen weleens tegen me: ‘Je gaat dit zeker overwinnen’. Daar heb ik nooit wat mee gehad. Voor mij is het altijd een zaak van doorkomen geweest, hopen dat het goed komt.’’

,,Ik denk vaak aan wat Maarten van der Weijden zei: ‘Je hebt dikke pech dat je ziek wordt, maar heel veel mazzel dat je weer beter wordt’. Dat zegt alles.’’

,,Ik ben nog niet de oude, misschien word ik dat ook nooit meer. Het belangrijkst is dat ik geestelijk goed ben. Dat is altijd zo geweest, ook op mijn dieptepunt. Ik ben niet depressief geworden. Ik ben geestelijk getest, maar niet gebroken.’’