Jasper Brunsmann in actie tijdens het NK afstanden in Thialf. Hij houdt Daan Breeuwsma voor even achter zich.

Olympische droom houdt Jasper Brunsmann op de been: 'Mijn doel nu is eerst een goed rondje schaatsen'

Jasper Brunsmann in actie tijdens het NK afstanden in Thialf. Hij houdt Daan Breeuwsma voor even achter zich. FOTO NEEKE SMIT

Voor Suzanne Schulting en Sjinkie Knegt was het eerste NK afstanden shorttrack een routineklus, voor talent Jasper Brunsmann een helse klus. Zijn knieblessure is hardnekkig.

Hij wist niet wat hij meemaakte. Hij, Jasper Brunsmann die ooit van plan is olympisch shorttrackkampioen te worden, een E-finale rijden? Echt, een E-finale? Bestaat die?

Nadat Sjinkie Knegt de A-finale had gewonnen en Daan Breeuwsma de B-finale zou de 1000 meter eigenlijk wel klaar moeten zijn. Nee, had de KNSB bedacht, we zijn blij dat we eindelijk mogen schaatsen dus moet iedereen zoveel mogelijk ijstijd krijgen. Dus werd er voor de verliezers ook nog een C-, D- en E-finale georganiseerd. Voor dat laatste eindspel waren nog welgeteld twee schaatsers over. Hij dus, de ambitieuze Jasper Brunsmann tegen Ingmar van de Griek, een local hero uit Alkmaar. Het 21-jarige supertalent uit Uitwellingerga voelde zich voor schut staan. ,,Vernederd ja’’, zei hij er zelf over.

Brunsmann gaf zich er uiteindelijk aan over, maar vraag niet hoe. ,,Dit slaat echt helemaal nergens op’’, mopperde hij vooraf. ,,Ik dacht nog: ik meld me af. Ik wilde eigenlijk gewoon in de kleedkamer blijven zitten. Nou ja, uiteindelijk heb ik het toch maar gedaan. Ja, ik liet die race lopen ja. Hij reed zeven ronden op kop. Als ik hem zou hebben ingehaald, zou dat een beetje lullig voor hem zijn geweest.’’

Leerweekend

Brunsmann beschouwde het allereerste NK afstanden voor de Nederlandse shorttrackers als een leerweekeinde. November vorig jaar kwam hij zwaar ten val waarbij hij achteraf nog van geluk mocht spreken dat slechts zijn knie kapot was. Sven Roes sleurde hem mee waarna Brunsmann met zijn linkerknie vol in de schaats van zijn Leeuwarder ploegmaat reed.

Twee pezen en twee spieren bleken doorgesneden, het kapsel lag aan gruzelementen en er bleek ook nog een stukje dijbeen te zijn afgebroken. Eenmaal uit narcose werd hij gillend van de pijn wakker. Zo ging het daarna elke nacht, bijna twee maanden lang. Nadat de paracetamols waren uitgewerkt, bleek de pijn zijn wekker.

Nu ruim een jaar later racet Brunsmann weer. Maar nog lang niet op het niveau dat hij in zijn hoofd heeft. Vorige week, tijdens de International Invitation Cup, draaide hij redelijk mee, dit weekeinde was het allemaal teveel gevraagd. Dat knaagde best wel, gaf Brunsmann toe. ,,Ik wilde ook nu laten zien dat het goed gaat. Maar dat ging het dus niet.’’

Doelen bijstellen

De weken verlopen wisselvallig, ging Brunsmann verder. ,,De ene week gaat het goed, de andere kom ik gewoon niet doorheen. Deze week liep ik constant achter de feiten aan. Dat komt vooral door vermoeidheid. En natuurlijk die knie, die is nog lang niet waar die moet zijn. Ik ben nog lang niet de oude.’’

Brunsmann vindt dat vooral frustrerend. Hij werd immers nog niet zo lang geleden steevast vergeleken met Sjinkie Knegt, zijn grote voorbeeld. De manier waar op Knegt zijn vijanden al jarenlang verrast met magistrale inhaalacties, die heeft Brunsmann ook in huis. Of moeten we zeggen: had?

,,Je weet natuurlijk nooit of je terug kan komen op het oude niveau. Maar ik heb er vertrouwen in. Er is tegen me gezegd dat dit lang kan duren. Dit jaar ligt er sowieso geen druk op. Ik krijg alle tijd.’’

Eenmaal op het ijs, wil Brunsmann van geen pijn weten, zegt hij. ,,Dan sta ik er niet met gevoel ‘ik heb een knieblessure’. Dan sta ik daar met het gevoel ‘ik wil hier winnen’.’’

Drie keer in de week laat hij zich behandelen bij verschillende fysiotherapeuten, daarnaast doet hij elke dag mee aan de ijstrainingen. ,,Mijn doel is olympisch kampioen worden. Maar mijn doel nu is eerst een goed rondje schaatsen. Ik heb m’n doelen moeten bijstellen. Mentaal best zwaar ja. Maar ik heb hoop.’’

Herstellen

Hij vulde zichzelf zondag aan: ,,Als ik schaats, dan heb ik zoiets van ‘ik voel me gewoon de beste’. Maar ik kan niet de beste zijn. Omdat mijn lichaam dat nog niet toelaat. En dat gaat dan ook in m’n hoofd ziten. M’n been houdt het gewoon nog tegen. Na een week trainen voel ik de vermoeidheid. Dan heb ik echt het weekend nodig om te herstellen.’’

Kwam nog bij dat Brunsmann afgelopen zomer geveld werd door een bijholteontsteking. Constant verkouden in een jaar dat corona elke dag het nieuws domineert. ,,Moest ik ook nog tegen iedereen zeggen dat dit geen corona was. Vermoeiend natuurlijk.’’

Het klinkt alsof het allemaal moeilijk is op te brengen. ,,Dat valt mee. Omdat ik nog steeds de allerbeste wil worden. Omdat ik het gevoel heb, dat ik dat kan. Als ik dat gevoel niet meer zou hebben, dan verdwijnt de dagelijkse drang om op het ijs staan. Mijn zelfvertrouwen is niet verdwenen. Daar krijg ik niet elke week, maar wel vaak de bevestiging van. Daar doe ik het voor. De andere week is het een stuk zwaarder. Dan moet ik gewoon de beste versie van mezelf zijn, op mijn niveau.’’

Ondertussen zag hij Sjinkie Knegt (500 en 1000 meter), Jens van ’t Wout (1500 meter) en Suzanne Schulting (alle afstanden) de Nederlandse titels winnen. Over drie weken is het NK shorttrack allround. Brunsmann: ,,Dan doen ik weer vol mee. Daarna? Klaar maken voor volgend seizoen. En voor de Olympische Spelen.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct