Opinie: Cambuur en De Graafschap moeten nu ballen tonen

Cambuur-directeuren Gerald van den Belt (links) en Ard de Graaf volgen de videoconferentie met de betaald voetbalclubs en de KNVB. FOTO HENK JAN DIJKS

In de samenleving, dus ook in een bedrijfstak die daar deel van uitmaakt, dient het recht te zegevieren. Meten met twee maten, zoals alles overwegende in de besluitvorming rondom promotie-degradatie in het betaalde voetbal is gebeurd, past daar niet bij. SC Cambuur en De Graafschap moeten nu ballen tonen: tijd voor een rechtsgang.

Vooropgesteld: in deze tijden van coronacrisis kun je zeggen: ‘Ach, wat een drukte, het is maar voetbal.’ En ja, dat is ook zo. Het is maar relatief. Aan de ernst van de situatie rondom het coronavirus doet dit niets af, integendeel.

Rammelende besluitvorming

Maar dat wil niet zeggen dat je besluitvorming niet kritisch tegen het licht moet houden. Daar zijn media voor, óók in deze tijden. Er rammelt feitelijk gezien nogal wat aan de manier waarop de KNVB, in dit geval het bestuur betaald voetbal met Eric Gudde aan het hoofd, tot het besluit kwam om maar geen promotie en degradatie toe te passen op het inmiddels afgelopen seizoen. Oordeelt u zelf:

1. Bij het toewijzen van plaats 1 in de eredivisie aan Ajax - op basis van doelsaldo - gebruikt de KNVB het argument dat al 75 procent van de competitie is gespeeld. Datzelfde percentage doet opgeld voor het seizoen van clubs in de strijd tegen degradatie of om promotie. Maar in dat kader vindt de KNVB 75 procent van gespeelde duels juist niet voldoende. Dat riekt naar willekeur, is op z’n minst merkwaardig en in dat kader allesbehalve ‘logisch’ te noemen.

2. Er moest draagvlak zijn voor het besluit van het bestuur betaald voetbal, aldus de bond. Zoals inmiddels bekend bleek uit de peiling onder de clubs een verhouding van 16 voor promotie/degradatie en 9 tegen. Dat is bijkans tweederde, alom geaccepteerd als iets dat voldoet aan de gewenste noemer ‘meerderheid’. En daarmee aan de definitie van draagvlak.

3. Willekeur is net als bij punt 1 te betrekken op de 9 onthoudingen in die KNVB-peiling. Deze clubs gaven zelf vooraf aan buiten deze besluitvorming te willen blijven. Dat dit achteraf door de KNVB wordt omschreven als ‘tegen’ (want: ‘niet voor’) is daarmee onverenigbaar. Zo hadden die clubs alsnog invloed op het besluit, een effect dat ze nou juist wilden voorkomen. PSV-directeur Toon Gerbrands verbaasde zich er in het Eindhovens Dagblad al over: de KNVB had de ‘onthouders’ niks gemeld over de interpretatie dat onthouding telde als ‘tegen’. Wat beklijft: in Zeist werd een besluit genomen en daar werden argumenten en aantallen later bij gezocht, in plaats van andersom.

4. Los van deze inhoudelijke argumenten - dan hebben we het nog niet eens over gebrek aan de door UEFA verzochte transparantie en sportiviteit in besluitvorming - is er de misschien niet juridisch steekhoudende, maar wel begrijpelijke gevoelsmatige kant van het verhaal.

Ga maar na: wie dit een ‘juiste beslissing’ noemt, vindt het dus logisch dat in de degradatiestrijd een club erin blijft die laatste staat op 11 punten van een veilige plek. Maar in dat licht bekeken zou het net zo logisch zijn dat een club die in promotiestrijd nota bene diezelfde marge van 11 punten heeft, omhooggaat. Kortom: als het ene juist is dan het andere ook, zou je zeggen.

Dit alles gezegd hebbende: deze opinie is niet geelblauw gekleurd. Want het gaat er niet om of het hier Cambuur, RKC, De Graafschap, ADO Den Haag of welke club dan ook betreft. Bij club X, Y of Z was dit opiniestuk hetzelfde geweest. De feiten en argumenten zijn immers zoals ze zijn, los van hoe die clubs heten of waar ze vandaan komen. Van belang is: sportief onrecht en niet-transparant bestuurlijk handelen. Als journaille is er een taak dat te duiden, benoemen en analyseren.

Teleurstelling omzetten in daden

In het kader van rechtvaardigheid en het meten van twee maten, doen Cambuur en De Graafschap er goed aan om nu hun boosheid en teleurstelling om te zetten in daden. Namelijk: net als FC Utrecht in diens strijd tegen de besluitvorming over bekerfinale en Europees ticket, een juridische weg bewandelen om alsnog een plek in de eredivisie te krijgen.

Insteek kan niet zijn een degradatie van ADO Den Haag en RKC, maar wel dat Cambuur en De Graafschap onevenredig benadeeld zijn door het besluit en de manier waarop dat tot stand kwam. Beide clubs moeten opkomen voor het eigen gerechtvaardigde belang van promotie en de rechterlijke macht daar een oordeel over laten vellen.

En ja, dan komen er in dat geval vermoedelijk alsnog 20 clubs. En nee, dat kan volgens de KNVB en vele collega-clubs en overheden niet. Maar als je Cambuur of De Graafschap bent, hoeft dat nu simpelweg even niet jouw zorg te zijn.

Ballen tonen

Prestaties van hun spelers, hun staf en alle andere medewerkers waardoor deze clubs na 29 duels eerste en tweede stonden, verdienen sowieso op zijn minst het toetsen der criteria van wat zomaar eens ondeugdelijke besluitvorming van de KNVB kan zijn. Vanuit sportief rechtvaardigheidsgevoel dienen Cambuur en De Graafschap nu de ballen tonen om verregaande juridische stappen te nemen.

Aangezien er geen jurisprudentie is en reglementen niet voorzien in pandemieën en de gevolgen ervan, kun je niet zeggen: kansloos. Net zomin als kansrijk. Maar bij zoveel laakbare zaken als in deze besluitvorming kun je het maar beter proberen.

Beter strijdend ten onder dan met een kluitje in het riet.

Gerard Bos is een van de Cambuurverslaggevers van de Leeuwarder Courant