De cover van het boek over het wielerleven van Lieuwe Westra.

Lieuwe Westra openhartig over alcohol- en cortisonengebruik en depressies (voorpublicatie)

De cover van het boek over het wielerleven van Lieuwe Westra.

Het Beest, het wielerleven van Lieuwe Westra verschijnt komende week. De gestopte wielrenner uit Mûnein is in het boek openhartig over zijn alcohol- en cortisonengebruik en over zijn depressies. Vandaag een voorpublicatie waarin Westra spreekt over het einde van zijn loopbaan.

Na het inleveren van het contract bij Astana in 2016, kwam Wanty-Groupe Gobert met een aanbod. Mijn voormalig ploegleider Hilaire Van der Schueren had daar de leiding en hij wilde helpen mijn carrière op een lager niveau voort te zetten. Even dacht ik dat het de juiste uitdaging voor mij was. Dat duurde niet eens een maand. Ik appte Hilaire dat ik het niet kon.

Ondertussen was ik in januari 2017 terug in Monaco. Samen met een vriend verloor ik mezelf in het nachtleven. Ik had een nieuwe uitlaatklep gevonden die mij uit bed kon houden. Elke nacht struinden we de kroegen langs en verzoop ik mijn negatieve gedachten. Uitslapen deed ik tot het eind van de middag. Het patroon leek enigszins op het patroon uit mijn gabberleven. In de nacht me overgeven aan alle beschikbare genotsmiddelen, overdag slapen. Ik was volledig destructief bezig. Ik kon mezelf kapotmaken, of het nou met drank, drugs of wielrennen was. Ik ging altijd tot het uiterste, mijn hele leven lang.

Mijn familie was het helemaal zat. Ze kregen amper contact met mij en vreesden in januari opnieuw voor mijn leven. Mijn broer dacht meerdere malen dat ik mezelf van kant had gemaakt. Dat deed me weinig. Ik leefde op een cocktail van drank en medicijnen. Het ging helemaal mis.

Kapot

Meerdere keren boekten ze een vlucht voor mij om me in Nederland te krijgen. Vrienden en familie konden daar beter op mij letten. Ze waren als de dood dat ik stomme dingen ging doen. Die angst was ergens misschien wel terecht. Er was weinig meer van me over.

Mijn broer werd woedend toen ik niet op de eerste geboekte vlucht naar Nederland zat. Ik lag in mijn bed mijn roes uit te slapen en mezelf ellendig te voelen. Hij belde en dreigde mij met de auto op te komen halen als ik een dag later niet naar huis kwam. Dit waren de zwartste dagen uit mijn leven. De drank en de katers maakten het gevoel nog veel erger. Ik had mezelf verloren. Ik ging kapot. Zonder hulp zou het snel mis gaan.

Mijn vriendin Ingrid zou later die week naar Nederland komen. Zij was mijn redding. Ze had onbetaald verlof gekregen van haar werkgever in Australië.

De tweede keer nam ik wel de vlucht naar Nederland. Mijn moeder en broer stonden mij bezorgd op te wachten op de luchthaven. Ik zag de opluchting in hun ogen toen ik bij de gate kwam.

Nog dezelfde dag zat ik bij de huisarts in Tijnje. Er moest iets gebeuren. Mijn lichaamsgewicht deed er niet meer toe. Ik moest eerst opnieuw de controle over mijn hoofd krijgen.

Die uitdaging was enorm. Want naast de strijd met mijn lichaamsgewicht en het beest in mijn hoofd, kreeg ik ook te maken met twee rechtszaken die mijn hele vermogen in één keer konden laten verdampen. Als stratenmaker had ik financieel mijn zaken beter op orde. Van de verdiende tonnen bij Astana was al niet veel over. Ik leefde naar dat salaris en hield mijn hand niet bepaald op de knip.

De eerste zaak was tegen mijn voormalige zwager, het broertje van mijn ex-vriendin. Hij had een eigen garagebedrijf waar ik regelmatig geld in stopte. Over dat grote bedrag ontstond onenigheid toen ik brak met Adriënne. Samen kwamen we er niet uit en de zaak zou voor de rechter komen. Ik kon dagen achtereen piekeren over het verlies van geld. Door de breuk met Adriënne was ik al de helft van mijn vermogen kwijtgeraakt.

Wielercoma

Ik leefde vanaf 2007 in een wielercoma. Ik regelde weinig zelf en bewaarde aan papierwerk niets. Alles stopte ik weg, of gooide ik weg. In mijn huis lagen in ieder geval nooit belangrijke documenten voor de administratie. Daarnaast was ik veel te naïef. Ik geloofde iedereen die geld van mij leende. Dat had me tienduizenden euro’s gekost, zo niet meer.

Dat besefte ik helemaal toen mijn voormalig manager André Boskamp een serieuze zaak tegen me aanspande. Het ging uiteindelijk om een eis van meer dan een ton, inclusief de kosten van de advocaten en het proces – en dat geld had ik niet meer.

In mijn carrière betaalde ik Boskamp meestal maandelijks 350 euro. De problemen ontstonden toen ik bij Astana tekende. Ik wilde de samenwerking verbreken, maar het bleef onduidelijk hoe dat was afgehandeld.

Boskamp sprak nog altijd over percentages, ik begreep dat niet. Door onze advocaten werden brieven heen en weer gestuurd in de hoop bij een schikking uit te komen.

Inmiddels woonde Ingrid in Nederland bij mij, maar het juridische gevecht bleef aanhouden. Dit gevecht wierp mij opnieuw de diepte in. Zonder Boskamp had ik die depressie misschien al achter mij kunnen laten.

'Ik was veel te naïef. Ik geloofde iedereen die geld van mij leende'

Ik was ervan overtuigd dat Boskamp mij kapot wilde maken. Ik kon deze problemen er niet bij hebben. Opnieuw ging het weer heel slecht met mij. Nachten lang lag ik wakker naast Ingrid. Ik functioneerde niet. Zij zorgde ervoor dat ons huishouden liep, zij regelde de boodschappen en zij zorgde ervoor dat ik mijn bed uit kwam.

Elke keer dat ik erover sprak, stuurde mijn hoofd mij naar beneden de diepte in. Hoe was het mogelijk? Hoe kon het zover komen? Hield ik dan zelfs geen enkele cent over aan mijn wielercarrière? Als voormalig stratenmaker voelde ik me zo intens gelukkig met het salaris dat ik verdiende met wielrennen. Het was allemaal weg.

Op een ochtend in april liep ik de trap af naar beneden en kwam het bericht binnen dat Michele Scarponi was aangereden en overleden. Ik was aangedaan en ging alleen in de sauna zitten. Scarponi was mijn maat bij Astana. Hij was een van de weinige renners bij Astana die een beetje open was en met mij probeerde te communiceren.

Ik nam niet de moeite Italiaans’ te spreken, maar hij ging wel steeds beter Engels spreken. In het begin communiceerden we via Google Translate. Ik tikte vaak ‘prutser’ in en liet de vertaling aan hem lezen. Dat vond hij prachtig. In mijn koffer lag altijd het boekje Italiaans voor beginners, maar ik las er nooit in.

Vijf dagen voordat Scarponi werd aangereden, appte ik nog met hem. Ik feliciteerde hem met de dagzege in de Ronde van de Alpen. ‘Thanks amigo’, stuurde hij terug. Dat was het laatste wat ik ooit van hem hoorde. Het appje heb ik in mijn telefoon opgeslagen.

Het Beest, het wielerleven van Lieuwe Westra .
Auteur: Thomas Sijtsma, uitgever: Voetbal Inside.
ISBN-nummer: 978 90 488 4214 8

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct