Otto Kuipers bij zijn verzameling TT-spullen en naslagwerken. ,,Ik ben gefascineerd door de spanning, de snelheid, de geur van motorolie en de sfeer.’’ FOTO LC

Leeuwarder Otto Kuipers heeft geen motor, maar is wel al een halve eeuw in de ban van de TT

Otto Kuipers bij zijn verzameling TT-spullen en naslagwerken. ,,Ik ben gefascineerd door de spanning, de snelheid, de geur van motorolie en de sfeer.’’ FOTO LC

Het blijft dit weekeinde oorverdovend stil in Assen. Geen TT, tot verdriet van de 100.000 trouwe bezoekers. Onder hen Otto Kuipers uit Leeuwarden. Geen motorrijder, maar toch al een halve eeuw verslingerd aan de Tourist Trophy .

De behoefte om zelf op een motor te stappen en de gashendel open te draaien, heeft Otto Kuipers nooit gehad. Dat is als een chef-kok in een veelsterrig Michelin-restaurant die voor zijn eigen maaltijd genoegen neemt met een stronkje bleekselderij en een slavink.

Kuipers (60) komt namelijk al sinds 1970 bij de TT, houdt van alle races per ronde de doorkomsten bij, bewaart de programmaboekjes, schrijft verslagen, maakt fotoalbums én verdiept zich in de geschiedenis van het motorsportspektakel. Zo heeft Kuipers alle Friese deelnemers sinds 1925 achterhaald en is nu bezig met een onderzoek naar twee mannen die aan het circuit hebben gewoond en in 1945 door de Duitsers zijn omgebracht.

‘Ik durf dat niet’

Maar zelf motorrijden? ,,Nee’’, zegt de inwoner van Leeuwarden, in het dagelijks leven archivaris bij Tresoar. ,,De spanning van de sport en de snelheden die worden bereikt, fascineren me mateloos. Dat mensen dat durven, geweldig. Ik durf dat niet. Eén keer mocht ik op de brommer van een buurjongen rijden, maar het ‘pakte’ me niet. ‘‘

,,Ik maak als passagier wel ritjes, maar de aandrang om zelf het motorrijbewijs te halen, heb ik nooit gehad. Mijn broer Johannes en mijn zoon hadden dat wel. Mijn zoon, hij is nu 26, ging al als kind mee naar de TT en was vastbesloten het motorrijbewijs te halen. Hij won trouwens twee jaar geleden als gamer een virtuele motorrace die hem voor de finale in Valencia bracht. Dat leverde later nog twee tickets voor de TT op, met toegang tot het rennerskwartier. Ik mocht mee. Het waren geweldige dagen.’’ Grinnikend: ,,Dan zie je de coureurs ook eens zonder helm.’’

De in Elsloo geboren Kuipers maakte als tienjarige knaap kennis met de TT. ,,Via mijn vader Hendrik. Hij was liefhebber en had in de vijftiger jaren een motor. Van de eerste keer herinner ik me niet veel, maar ik weet nog wel waar we zaten: in de Ramshoek, een prachtige plek. Ik werd gegrepen door het hele spektakel, het geluid van de motoren, de geur van olie en de sfeer die rond het circuit hing.’’

In die periode reed er een uit Sint Jacobiparochie afkomstige wereldkampioen mee: Jan de Vries. In de 500 cc-klasse kroonde hij zich twee keer tot de beste en boekte veertien Grand Prix-zeges. ,,Maar tot zijn frustratie wist hij de TT nooit te winnen’’, aldus Kuipers, wiens fascinatie zich niet alleen tot Assen beperkte. ,,Wekelijks ging ik naar de kiosk om een Engels motorsportblad te kopen. Ik hield alles bij.’’

loading

‘Zwartste dag’

,,20 mei 1973 staat in mijn geheugen gegrift, dat was de zwartste dag in de historie van de motorsport. De Fin Jarno Saarinen en de Italiaan Renzo Pasolini verongelukten op het circuit van Monza in dezelfde crash. ’s Avonds zag ik tv-beelden van de huilende Finse coureur Teuvo Länsivuori. Dat deed me veel.’’

Kuipers bezocht in die jaren ook de vermaarde wegraces in onder andere Raalte en Tubbergen. ,,Daar kwamen dik 25.000 mensen op af. Prachtige dagen, maar de TT was en bleef de ‘hoogmis’.’’

Hij ontdekte dat hij niet de enige was die verslingerd was aan de TT. ,,Ik ken mensen die alleen voor het geluid naar Assen komen. Er lag eens een man achter het talud en hem werd gevraagd waarom hij niet naar de races keek. Hij zei dat het geluid al voldoende was om te genieten. ‘Dat klinkt me als muziek in de oren’.’’

,,In die jaren kon je de races overigens beter volgen dan nu, omdat de hekken lager waren. Dat veranderde na de TT van 2002, nadat Loris Capirossi onderuit was gegaan. Zijn motor bleef liggen, toeschouwers klommen eenvoudig over de hekken en haalden onderdelen van de motor. ‘Souvenirs’. De organisatie werd daarvoor op de vingers getikt.’’

‘Races spannender’

,,Het is in deze eeuw zakelijker geworden, wat minder sfeervol. Ik kan dat deels wel begrijpen, het heeft met veiligheid te maken. Vroeger kon je al op vrijdagavond naar de taluds. Tentje mee en overnachten, ik heb dat ook enkele jaren gedaan. Er waren toeschouwers die dan een strobaal van de baan haalden om daar hun bed van te maken!’’

,,Dat is nu natuurlijk ondenkbaar, ik mag mijn eigen theeglas niet eens meer meenemen. Daarentegen zijn de races spannender. Dik veertig jaar geleden won de fameuze Italiaan Giacomo Agostini met een minuut voorsprong. Dat vond je geweldig, maar het is veel mooier als een aantal rijders binnen twee, drie seconden van elkaar over de finish komt.’’

In 1995 besloot Kuipers zijn 25-jarig TT-jubileum op te luisteren met een zelfgemaakt programmaboek. Daarin verwerkte hij de resultaten van het onderzoek dat hij deed naar de Friese deelnemers. Als archivaris kende hij de wegen naar oude kranten en documenten.

,,Het aantal verraste me’’, zegt de Leeuwarder, die inmiddels medewerker was van het zes keer per jaar verschijnende tijdschrift Het Motor Rijwiel . ,,Sinds 1925 hebben twintig Friezen meegedaan, waarbij aangetekend dat de TT in de beginjaren een nationaal evenement was.’’

Friezen op TT

Dirk de Vries uit Boven Knijpe (De Knipe) was 95 jaar geleden de eerste Fries op het Drentse circuit, dat toen nog openbare weg was. Hantje Jan Bottema (Gorredijk) en Hendrik van der Veen (Drachten) volgden.

,,Ik kwam erachter dat van de tien Friezen die voor de oorlog hebben meegedaan, er nog twee leefden: Van der Veen en Sijbren Postma uit Hurdegaryp. Ik wist met ze in contact te komen. Van der Veen was 89 en wist alles nog. Hij is in 2002 overleden.’’

Timmermanszoon Van der Veen reed in 1927 mee op een 750 cc-motor. ,,Hij had in die race slechts één concurrent. Die lag voorop toen-ie het weiland inreed. Hendrik besloot er toen ook mee te stoppen, maar kreeg het verzoek om de race af te maken. Dat was namelijk mooie reclame voor de leverancier van zijn bougies. Hendrik heeft dat gedaan, zodat hij na een race van drie uur de eerste Friese TT-winnaar werd. Jan Douwes Visser uit Midlum was in 1938 de tweede, en laatste.’’

Visser was een zwager van genoemde Sijbren Postma, die tussen 1935 en 1954 meedeed aan de TT. De twee testten hun motoren regelmatig op de zeedijk tussen Midlum en Harlingen. Daar zullen ze Frans Jozef Binder ook wel hebben ontmoet. Hij woonde in Harlingen, na in 1920 als twaalfjarige evacué (voortvloeiend uit de Eerste Wereldoorlog) uit Oostenrijk te zijn gekomen.

loading

‘Struikelsteen’

,,In 1996 dacht ik alles wel geschreven te hebben’’, aldus Kuipers, ,,maar dat bleek niet zo te zijn. Vier jaar geleden werden we met de bus naar het circuit gebracht. Vlak voorbij de uitstaphalte zag ik een paal staan met een ‘struikelsteen’ erin. Het bleek een herinneringsmonument te zijn voor Roelof Appelhof. Hij woonde op een boerderij die pal naast het oude circuit heeft gestaan. Ik werd nieuwsgierig naar zijn verhaal.’’

,,Via zijn dochter kwam ik te weten wat er is gebeurd. Appelhof is door de Duitsers opgepakt naar aanleiding van de overval van het verzet op de gevangenis in Assen, waarbij 31 mensen zijn bevrijd. Die actie is uitgevoerd op 11 december 1944, drie dagen na de beroemde overval op de Blokhuispoort in Leeuwarden. Appelhof is naar concentratiekamp Neuengamme getransporteerd en in het voorjaar van 1945 gestorven.’’

,,Ook aan de zuidkant van het circuit staat zo’n monumentje. Daarmee wordt verzetsstrijder Lubbe Boxem herdacht. Ook hij is door de Duitsers opgepakt en in Neuengamme overleden. Ik vind het belangrijk dat deze verhalen bewaard blijven. Ze zijn wat mij betreft onlosmakelijk verbonden met de de TT.’’

Dit jaar geen TT

Uitgezonderd de oorlogsjaren is de TT sinds 1925 altijd verreden, tot dit jaar dus. ,,In 1942 heeft voetbalclub Heerenveen een deel van de tribunes gehuurd, voor hun thuiswedstrijden om het Nederlands kampioenschap’’, aldus Kuipers. ,,Daar konden tienduizend mensen op zitten. In 1977 heeft het er om gespannen vanwege de treinkaping in De Punt. Die werd twee weken voor de TT beëindigd. Die TT werd onvergetelijk, want Wil Hartog won als eerste Nederlandse coureur in de koningsklasse. Wat een race was dat! Christian Estrosi lag op kop, maar hij ging op het natte circuit onderuit. In de laatste rondes kwam Barry Sheene nog heel dichtbij.’’

Zondag geen TT. Otto Kuipers had het plan toch naar zijn stekje op het talud te gaan, maar hij mag het circuit niet op. ,,Misschien ga ik alsnog, even tot aan het toegangshek.’’

Kuipers zal het shirt dragen dat hij 35 jaar geleden aanschafte en sindsdien tijdens elke ‘bedevaart’ naar Assen aan heeft. ,,Ik ben een man met TT-rituelen. Ik heb ook al 45 jaar een langspeelplaat die ik steevast in de week voor de TT beluister. Dat is zeg maar mijn ‘opwarmronde’.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct