Bij het ruim honderdjarige SC Heerenveen stonden tot dusver 37 hoofdtrainers voor de groep. Drie van hen dienden de club meer dan één keer: Syd Castle, Foppe de Haan en een Hongaarse vluchteling bij wie de zeeën soms hoog gingen: László Zalai. Zondag is zijn zeventiende sterfdag. Een portret.

Het kan haast niet anders, of László Zalai-Zsíros (1929-2004) moet de enige hoofdtrainer in de historie van SC Heerenveen zijn geweest die in huilen uitbarstte toen hij hoorde dat hij ontslagen werd. Dat was in januari 1978, na een dienstverband dat ruim vier jaar had geduurd.

,,Mijn vader hield van Heerenveen, begrijpt u?’’, zegt Bandi Zalai (56), de jongste zoon van de op tweede paasdag 2004 gestorven Hongaar die in 1977 tot Nederlander werd genaturaliseerd. ,,Het was een emotionele man, soms wat té. Dus dat hij bij zijn ontslag heeft gehuild, geloof ik meteen.’’

Hoe anders ging het afscheid bij Zalai’s eerste periode in Heerenveen. Het seizoen 1965-1966 was nog lang niet afgelopen toen de trainer – bezig aan zijn eerste jaar in het profvoetbal – het bestuur zelf verzocht zijn contract niet te verlengen.

,,Heerenveen is een semi-profclub met een té amateuristische instelling’’, verzuchtte de teleurgestelde Zalai destijds in deze krant. ,,Mijn werk als trainer kan ik bij Heerenveen niet volledig ontplooien. Het trainingsbezoek laat vaak veel te wensen over. Het is voorgekomen dat slechts vier van de ongeveer 25 gecontracteerde spelers op de training waren. Het bestuur treedt hier te slap tegen op. Ik heb echt geen plezier meer in mijn werk bij Heerenveen. Ik krijg er slapeloze nachten van.’’

De lat lag dan ook hoog voor de geboren Hongaar. Nog voordat Ernst Happel (bij Feyenoord) en Rinus Michels (bij Ajax) het Nederlandse voetbal eind jaren zestig vanuit het niets naar de wereldtop katapulteerden, had László Zalai zijn opleiding tot sportleraar en trainer genoten aan de uiterst professionele Deutsche Sporthochschule in Keulen. ,,Hij had daar vakken als psychologie’’, zegt zijn zoon. ,,Hij was zijn tijd vooruit, zeker in Nederland.’’

loading

Hongaarse Opstand

László Zalai wilde iets van zijn leven maken. Hij was 27 toen hij na de Hongaarse Opstand van 1956 besloot zijn geboorteland te ontvluchten. Hij kwam uit een agrarische familie in het nabij de Roemeense grens gelegen Békéscsaba en die bevolkingsgroep had het meest te vrezen van de communistische machtshebbers, die met steun van de Sovjet-Unie hun regime hadden weten te handhaven.

,,Boeren raakten al hun bezittingen kwijt. Mijn vader wist al jong dat hij zich aan dat milieu moest zien te ontworstelen, wilde hij iets bereiken’’, weet Bandi Zalai. ,,Hij wilde uitblinken in sport, daar vond hij zijn vrijheid in. Dankzij een leraar op het gymnasium raakte hij bevlogen door het voetbal. Hij pakte de trein naar Boedapest om Ferenc Puskás en de andere stervoetballers van de Magische Magyaren te zien spelen.’’

Er schiet Bandi Zalai een anekdote te binnen over de eerste maanden die zijn vader in Nederland doorbracht. ,,Vluchtelingen werden in Nederland ondergebracht in Limburg, waar ze in de mijnen konden werken. Mijn vader had in Hongarije gevoetbald, onder meer – rond 1948 – bij professionele mijnwerkersclubs. Hij meldde zich in Maastricht aan bij MVV, maar de KNVB verbood Hongaarse vluchtelingen om bij een club te gaan voetballen. Is het niet verschrikkelijk?’’

Een knieblessure maakte rond 1960 een einde aan alle voetbaldromen, maar László Zalai besloot vooruit te kijken. Naast zijn werk in een Duitse textielfabriek volgde hij met koortsachtige discipline allerlei opleidingen op sportgebied. In Keulen kreeg hij een stoomcursus profvoetbal van de vermaarde Duitse trainer Hennes Weisweiler – die later furore maakte bij Borussia Mönchengladbach en die bij FC Barcelona in conflict raakte met sterspeler Johan Cruijff – en diens rechterhand Georg Kessler.

Dankzij bemiddeling van Kessler, de latere bondscoach van Oranje en trainer van AZ’67, maakte Zalai in de zomer van 1965 zijn debuut in het semi-profvoetbal bij Heerenveen. Ervaring had hij intussen opgedaan bij amateurclubs.

In Heerenveen legde hij de lat hoog, té hoog. De club kwam uit in de tweede divisie en was eigenlijk alleen in naam een profclub. Met een teleurstellende negende plaats op zak pakte Zalai na een seizoen zijn biezen.

loading

Strubbelingen met het bestuur

,,Na dat eerste seizoen waren er de nodige strubbelingen met het bestuur’’, herinnert weduwe Els Zalai (79) zich. ,,Mijn man was erg van de discipline. Hij wilde vijf keer in de week trainen, het bestuur hield vast aan drie keer. Dat liep scheef. Ach weet u, de spelers hadden in die tijd overdag allemaal een baan. Mijn man was professioneel, hij verdiende zijn brood ermee. Zijn tweede periode in Heerenveen (1973-1978, red.) liep soepeler.’’

Na dat eerste seizoen in Heerenveen trainde László Zalai achtereenvolgens Fortuna Vlaardingen, DWS (Amsterdam), DOS (Utrecht) en PEC Zwolle. In het voorjaar van 1973 solliciteerde hij zelf in Heerenveen en kreeg de baan terug, die hij zeven jaar eerder had opgegeven.

Het Heerenveen van Zalai stuntte in december 1973 bijna door het grote Feyenoord van Willem van Hanegem in het bekertoernooi aan het wankelen te krijgen. De Rotterdammers, die dat seizoen kampioen zouden worden en de UEFA Cup veroverden, wonnen pas na een strafschoppenserie. In de competitie was Heerenveen lang koploper, maar in het voorjaar stortte de ploeg in elkaar. ‘Het grote falen van Zalai’ kopte een krant.

Wat was er gebeurd? In de eerste plaats was Zalai in conflict gekomen met zijn aanvoerder Henk Zoetendal. De Hongaarse trainer wilde dat de routinier verslag uitbracht van de zaken die de spelers in de kleedkamer bespraken. Zoetendal, een rechtlijnige Jouster, weigerde. In maart 1974 gaf Zalai zijn aanvoerder – en ook Martin Koeman, een andere routinier - ‘vrijaf’ voor een wedstrijd tegen Volendam. Koeman legde zich er bij neer, Zoetendal niet. De Jouster liet kort daarna zijn nog een jaar doorlopende contract ontbinden.

loading

‘Zalai is té emotioneel’

Ook andere spelers hekelden het ‘zwalkende’ beleid van Zalai. Als het tegenzat, was de Hongaar geen rots in de branding. Integendeel, hij werd onzeker en kon ineens kwaad worden. Zo prees hij zijn elftal voor een duel met PEC de hemel in, om na de 4-1 nederlaag die volgde doodleuk te melden dat zijn ploeg te oud was en dat hij niet meer wilde promoveren. Vijftien spelers spuiden in een brief aan het bestuur kritiek op hun trainer. ,,Zalai is té emotioneel’’, mopperde doelman Azing Griever. En Zoetendal stelde vast dat Zalai ,,achter iedere boom een vijand ziet. Typisch Oost-Europees.’’

Zijn weduwe kan zich er iets bij voorstellen. ,,Vertel mij wat’’, zegt ze lachend. ,,Het was niet echt kwaadheid van hem, maar hij werd niet altijd begrepen. Ook vanwege de taalbarrière die toch altijd bleef. Dat zat hem heel erg dwars.’’

,,En dat hij achter elke boom een vijand zag, tsja. Hij was nu eenmaal opgegroeid in Hongarije waar dat heel normaal was. Dat strookte niet met de Nederlandse manier van doen, maar zijn achterdocht is verklaarbaar. De beperkingen die een mens in zijn opvoeding worden opgelegd, schudt hij niet zomaar af. Vergeet ook niet dat zijn ouders nog leefden. Die woonden in Hongarije en werden in de gaten gehouden. László heeft nooit kunnen zeggen wat hij dacht. Hij heeft nooit helemaal zichzelf kunnen zijn. Dat heeft hem gemaakt wie hij was.’’

Zalai mocht na dat eerste seizoen aanblijven omdat het bestuur vierkant achter de trainer bleef staan. Heerenveen eindigde in 1974 op de derde plaats. In de drie seizoenen die volgden eindigde de club onder Zalai eenmaal als zevende en twee keer als dertiende in de eerste divisie. Roemloos, kleurloos, maar aan de inzet en passie van de trainer lag het niet. ,,Mijn vader was altijd op de club’’, zegt Bandi Zalai. ,,Hij trainde ook de jeugdteams, zonder dat hij er geld voor kreeg. Hij vond de jeugd heel belangrijk.’’

,,In die tweede periode was er meer duidelijkheid’’, vult Zalai’s weduwe aan. In zijn zesde en laatste jaar werd de trainer niettemin halverwege het seizoen vervangen door zijn assistent Jan Teunissen. Dat gebeurde deels omdat Zalai door knieproblemen zijn werk niet meer kon doen en deels omdat de koek op was. Er waren te veel mensen binnen de club – ook in het bestuur - die Zalai zat waren.

loading

‘Heerenveen heeft nog altijd mijn sympathie’

Of hij rancuneus was? Nooit. In 1995, toen Heerenveen net een nieuw stadion had en de bomen tot in de hemel leken te groeien – een schril contrast met zijn eigen periode in het Haagje – volgde Zalai zijn oude club nog altijd op de voet.

Sterker nog: toen Heerenveen dat jaar voor de Intertoto het Hongaarse Békéscsaba Eröl lootte, de club uit zijn geboortestad, was Zalai niet te beroerd om die ploeg uitgebreid te analyseren voor Foppe de Haan. ,,Ik vind het geweldig wat de club heeft gepresteerd’’, zei Zalai voor de gelegenheid in de Leeuwarder Courant . ,,Heerenveen heeft nog altijd mijn sympathie.’’

Zoon Bandi onderschrijft dat anno 2021: ,,In Heerenveen heeft mijn vader echt een goeie tijd gehad. Hij werd er gewaardeerd. Als gezin, ook mijn oudere broer Csaba en ik, werden we heel gastvrij ontvangen. we voelden ons er erg thuis. Wel vind ik dat ze hem tegenwoordig wat tekort doen: hij heeft zoveel voor de club gedaan.’’

,,Mijn vaders hele carrière wordt gekenmerkt door geldgebrek bij de clubs waar hij werkzaam was, dat was zeker zo in Heerenveen’’, vervolgt Bandi Zalai. ,,Hij moest altijd schipperen en probeerde met minimale middelen iets te bewerkstelligen. Aanvallend voetbal, spektakel. Met liefde voor het spelletje, niet voor de portemonnee.’’

Na 1977 trainde László Zalai nooit meer een profclub in Nederland. Hij werd niet meer gevraagd en bovendien kreeg hij oogproblemen. Wel stak hij zijn licht elders in de wereld op: hij trainde clubs in Marokko, Indonesië en op de Malediven en maakte studiereizen. Tot zijn dood op 75-jarige leeftijd na een kort ziekbed bleef het voetbal, zijn eerste passie, trekken.

,,Mijn vader bouwde overal clubs vanaf de grond op. Om daarna weer verder te kijken’’, zegt Bandi Zalai. ,,Hij is altijd een rusteloze man gebleven, dat typeerde hem. Hij wilde zich elke keer bewijzen. Het was de vluchteling die nog altijd in hem zat.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
SC Heerenveen
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct