Op een mooie middag in de zomer van 2002 zat ik in het gras naast Romano Denneboom. We keken naar een ploeggenoot van hem, die in zijn eentje als een bezetene vrije trappen aan het nemen was. De training van Jong Oranje was al afgelopen en Romano Denneboom, leunend op een elleboog, zei: ,,Ik vind het wel leuk om te kijken, hoor.’’

Hij bedoelde het verontschuldigend, de jonge spits van SC Heerenveen. Alsof hij toen, op zijn 21ste en nog maar aan het begin van zijn voetballoopbaan, al doorhad hoe het zit met het kaf en het koren.

Het 18-jarige mannetje naar wie we keken heette Arjen Robben. Hij bleef eindeloos en in opperste concentratie ballen op het doel afvuren. Daar, op dat trainingsveld in het Twentse Delden, was elk schot dat hij loste een nieuwe traptrede op weg naar de hemel die hij ging bestormen. Bám, PSV. Bám, Chelsea. Bám, Real Madrid. Bám, Bayern München.

Nu zijn we bijna twintig jaar verder en is Arjen Robben op een punt gekomen dat hij niet meer voor zichzelf voetbalt maar voor de mensheid. Hij is groter geworden dan de sport die hij beoefent. Afgelopen zondag las hij voor uit een brief die een opa hem had gestuurd. De oude man had nog één wens in zijn leven: hij wilde samen met zijn kleinzoon Arjen Robben nog eens zien voetballen.

Een wijs man, deze opa. In 2004 vroeg een vriend of ik zin had om mee te gaan naar een concert van Simon & Garfunkel. Ze traden op in Nederland, waarschijnlijk voor het laatst. Ik bedankte. Hoe oud waren de heren intussen wel niet, ergens halverwege de zestig? Dat zou wel niks meer zijn.

Later kreeg ik de dvd van het concert cadeau. Ik hoorde het meteen: Simon & Garfunkel speelden de pannen van het dak. Het concert was nog mooier en klonk nog voller, warmer, doorleefder, dan hun befaamde optreden in Central Park, in 1981, voor een half miljoen New Yorkers. Het was verschrikkelijk. Ik had mijn kans gemist.

En waar was ik eigenlijk op 18 juli 1983, toen Johan Cruijff een wedstrijd in Drachten speelde? Met vakantie vrees ik. Ik had er verdorie maar 7 kilometer voor hoeven fietsen.

Godzijdank heb ik Arjen Robben gezien, in levende lijve. In februari 2016 zat ik op de perstribune bij de Duitse bekerwedstrijd tussen Bochum en Bayern München.

Tóen floten dertigduizend Bochumers hem aan één stuk uit, nú hebben ze voor de rest van hun leven iets om over op te scheppen.

Johann.mast@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct