Gert-Jan Roelofsen, aanvoerder van het Nederlands dovenelftal, op zijn boerderij in Kollumerpomp. FOTO LC

Gert-Jan Roelofsen speelt bij Kollum en is aanvoerder van het Nederlands dovenelftal: 'Wij 'zingen' het Wilhelmus mee via gebarentaal'

Gert-Jan Roelofsen, aanvoerder van het Nederlands dovenelftal, op zijn boerderij in Kollumerpomp. FOTO LC

Gert-Jan Roelofsen voetbalt bij Kollum en bestiert een boerderij met zo’n 300 koeien. Hij is tevens de trotse en fanatieke aanvoerder van het Nederlands dovenelftal. Daarmee wil Roelofsen zich plaatsen voor de Olympische Spelen voor doven, de Deaflympics.

Van Kollumerpomp naar Caxias do Sul. Gert-Jan Roelofsen durft er nog niet aan te denken. Dat hij de boerderij voor drie weken verlaat, is geen zorg. Die is bij zijn ouders (met wie hij een maatschap vormt) en twee vaste personeelsleden in vertrouwde handen. Vriendin Rikst Holwerda, met wie hij samenwoont in een huis naast het moderne boerenbedrijf, zal zich in die periode ook wel redden.

Nee, waarom het gaat: de nationale selectie voor dove voetballers moet de reis naar het Braziliaanse Caxias do Sul – waar de 24ste Deaf-lympics in december 2021 plaatsvinden – zo goed als helemaal zelf betalen. ,,En dan praat je over een flink bedrag’’, weet de aanvoerder.

Kwalificatie

Overigens dient ‘zijn’ elftal zich nog wel te plaatsen voor de Deaf-lympics, die evenals de Olympische Spelen eens in de vier jaar worden gehouden. Nederland speelt kwalificatiewedstrijden tegen Duitsland en België. De twee sterkste landen mogen naar Brazilië.

De 28-jarige Roelofsen praat gepassioneerd over het Nederlands dovenelftal. Om de aan hem gestelde vragen goed te begrijpen, doet hij voor dit interview een beroep op zijn vaste tolk gebarentaal, Esther Nentjes uit IJsselmuiden. Zij brengt de vragen over via handgebaren; Roelofsen antwoordt.

Leren praten

Hij is goed te begrijpen. De ene keer dat het niet lukt, springt Nentjes bij. ,,Leren praten is voor een doof kind zeer moeilijk’’, vertelt hij. ,,Dat heeft vele, vele uren oefenen gekost. Met hulp van mijn moeder, die op een dovenschool werkte, en een logopedist is het gelukt. Ik heb ook veel alleen, met hulp van een spiegel, geoefend.’’

Roelofsen was reeds als baby doof. ,,Stokdoof. De slakkenhuizen in mijn oren zijn kapot en die kunnen niet gemaakt worden.’’ Op zesjarige leeftijd werd in zijn hoofd een cochleair implantaat (CI) ingebracht. Dit zet geluid om in elektrische pulsen die de gehoorzenuw in het slakkenhuis (cochlea) stimuleren.

‘Ik hoor een koe loeien en vogels zingen’

Roelofsen, die tevens een gehoorapparaat draagt, is nu in staat geluiden en stemmen waar te nemen. ,,Ik hoor een koe loeien en vogels zingen. Als ik aan het hardlopen ben, hoor ik een auto of een trekker naderen. Muziek? Nee, daar luister ik nooit naar, behalve als we eens op stap zijn’’, aldus de in het Betuwse Ressen opgegroeide Roelofsen. ,,Daar woonden we vlak bij twee drukke snelwegen. Dat geluid hoorde ik altijd. Hier in Kollumperpomp is het heerlijk rustig. Ja, ik kan echt van die stilte genieten.’’

Zijn beperking belette Roelofsen niet om te gaan voetballen. ,,Daar ben ik helemaal gek van. Ik speelde in de jeugd gewoon met niet-dove kinderen. Toen ik een jaar of zestien was, hoorde ik dat er ook speciale teams voor dove voetballers bestonden en er zelfs een Nederlands elftal was. Ik kon meteen meedoen, in Oranje tot 21. Zeven jaar geleden zijn we vanwege de boerderij verhuisd naar Kollumerpomp en ben ik gaan voetballen bij Kollum. In het tweede, als laatste man.’’

,,Bij de club hou ik mijn CI en gehoorapparaat in. Ik ben erg fanatiek en schuw de strijd niet. Ik kop ook gewoon. Daardoor is het implantaat wel eens kapot gegaan. Een dure grap.’’

‘Voldoende doof zijn’

,,Als we met Oranje spelen, mogen we de apparaten niet dragen. Dan word je vooraf getest op het aantal decibellen dat je kunt horen. Je moet ‘voldoende’ doof zijn om mee te mogen doen. Scheidsrechters gebruiken een fluit én een vlag. De grensrechters steken ook hun vlag omhoog als de scheids gefloten heeft.’’

Als hij in clubverband voetbalt, brengt Roelofsen de arbiter op de hoogte van zijn beperking. ,,Ik hoor de fluitsignalen wel, maar het is nuttig voor hem te weten dat ik niet alles hoor. Soms wordt op een veld naast ons ook gevoetbald en raak ik soms in verwarring als daar gefloten wordt.’’

Hij lacht als wordt gevraagd of hij wel eens ‘profiteert’ van zijn beperking. ,,Eerlijk is eerlijk: dat heb ik één keertje gedaan. We stonden met 2-1 voor en er waren nog een paar minuten te spelen. De scheidsrechter had al gefloten toen ik de bal nog ver over de zijlijn knalde. ‘Sorry scheids, ik hoorde niks’. Ik kreeg een gele kaart, maar die is na afloop ingetrokken. We wonnen trouwens wel.’’

Beperkt budget

Roelofsen (,,Ik ben fanatiek en wil altijd winnen’’) rijdt één keer per maand naar Utrecht om daar met de Nederlandse selectie te trainen. ,,We willen vaker, maar daar is geen budget voor. We vallen onder de KNDSB, de dovensportbond, en die heeft minder financiële armslag dan de KNVB of NOC-NSF. Als die bonden ons zouden steunen, kunnen we vaker aan internationale toernooien meedoen. We hebben helaas al een paar keer af moeten zeggen. Vorig jaar hadden we ons geplaatst voor het EK in Griekenland, maar kregen we de financiën niet rond. Ik heb pas één Europees kampioenschap gespeeld. We konden meedoen in Denemarken toen na een krantenartikel een anonieme gift binnenkwam. We werden achtste van de twaalf.’’

Een deel van het budget gaat op aan twee tolken die de selectie ondersteunen. ,,Als de bondscoach, hij is niet doof, zijn besprekingen houdt, kijken wij naar de tolken. Als spelers hebben we onderling contact via gebarentaal. Dat zijn vaak simpele aanwijzingen. Ik vind dat je altijd positief moet coachen. Ja, vaker de duim omhoog dan de middelvinger, haha.’’

Niveau ‘best aardig’

Over het niveau van het Nederlands dovenelftal is Roelofsen positief. ,,Ik durf niet te zeggen dat wij beter zijn dan het eerste van Kollum, maar we spelen best aardig. Het zou mooi zijn als we richting de Deaf-lympics vaker centraal kunnen trainen. Dan leer je elkaar goed kennen en raak je op elkaar ingespeeld. Wat dat betreft denk ik niet dat we Duitsland kunnen verslaan. Dat is een sterk team, mede omdat ze meer geld hebben en vaker kunnen trainen en oefenen. Wij moeten proberen België te verslaan.’’

De beste speler van het Nederlands dovenelftal is Jack Castelijns. De aanvaller speelt in Denemarken voor Vanlöse uit Kopenhagen. Deze club (waar Michael Laudrup en Preben-Elkjaer Larsen opgroeiden) komt uit in de tweede divisie, net als in Nederland het derde niveau. ,,Jack kan de centrale trainingen zelden bezoeken, maar voor een interland komt hij over. Ook hebben we een speler uit de hoofdklasse.’’

Steun

Zelf prijst Roelofsen zich gelukkig met de medewerking van zijn club. ,,In overleg met het bestuur en hoofdtrainer Ron de Boer mag ik meetrainen met het eerste elftal. Ze vinden het mooi dat ik international ben en steunen me op weg naar de Deaflympics. Het zou geweldig zijn als we met het Nederlands elftal een keer in Kollum kunnen spelen. Goed voor ons en voor de bekendheid van het dovenvoetbal. Want hoe meer mensen weten wat wij doen en willen bereiken, hoe groter de kans op sponsors.’’

Dat ook Kollum in oranje shirts speelt, ziet Roelofsen niet als onoverkomelijk. En voor de wedstrijd het Fries volkslied en het Wilhelmus? Natuurlijk, zegt de aanvoerder van Oranje. ,,En wij ‘zingen mee’, via gebarentaal.’’

menu