De openwaterzwemmers van de nationale selectie passeren tijdens een training de Sneker Waterpoort. Rechts in de volgboot bondscoach Thijs Hagelstein.

Genieten in fris, Fries water

De openwaterzwemmers van de nationale selectie passeren tijdens een training de Sneker Waterpoort. Rechts in de volgboot bondscoach Thijs Hagelstein. FOTO HENK JAN DIJKS

Altijd trainen in Eindhovens chloorwater is ook niet alles, zo vond de bondscoach van de openwaterzwemmers. De selectie, met gouden olympiër Ferry Weertman, reisde daarom naar Friesland en genoot een volle week. ,,Ik zei tegen Ranomi: daar gaan we een keer heen voor vakantie.’’

Thijs Hagelstein, sinds vier jaar bondscoach van het keurkorps openwaterzwemmers, bleef zich verbazen. ,,Hoe vaak we onderweg tijdens een training wel niet op de foto zijn gezet! Mensen vonden het prachtig wat we deden.’’ De 29-jarige inwoner van Utrecht lacht. ,,En je kunt wel raden wat er vaak naar ons geroepen werd… ‘Is Maarten er ook bij’?’’

Maarten is Maarten van der Weijden, nationale knuffelbeer en boegbeeld van zwemmen in open water. Hij bezorgde Nederland in 2008 de eerste olympische gouden medaille op deze discipline (10 kilometer) en verwierf vorig jaar nogmaals eeuwige roem door zwemmend de Elfstedentocht af te leggen. Dat leidde (net als in 2018, toen hij zijn eerste poging moest staken) tot hartverwarmende taferelen in, op en langs de Friese wateren. ,,Wat Maarten heeft gedaan, is voor de uitstraling van onze sport natuurlijk ongelooflijk mooi geweest’’, aldus Hagelstein. ,,Nederlanders zijn echter sowieso liefhebbers van zwemmen, dat hebben wij deze week ook weer gemerkt.’’

Maar om op de publieksvraag terug te komen: nee, Van der Weijden was er niet bij. Hij richt zich tegenwoordig meer op triatlons en deed in dat kader zondag mee aan een wedstrijd in Workum. Maar de opvolger van Van der Weijden in open water, Ferry Weertman, was wel van de partij tijdens het unieke trainingskamp van de Oranje-selectie. De 28-jarige zwemmer, geboren in Naarden, is in meerdere opzichten ook bepaald geen kleine jongen. Weertman trad in 2016 in de olympische voetsporen van Van der Weijden door in Rio de Janeiro goud te veroveren. Tevens is de partner van een andere zwemvedette, Ranomi Kromowidjojo, de trotse eigenaar van diverse wereld- en Europese titels.

Achterliggende gedachte

A lvorens Weertman de loftrompet steekt over zijn verblijf in Friesland, legt Hagelstein vanuit de coachboot uit wat de achterliggende gedachte was bij het trainingskamp. Maar eerst: wat heeft hij met deze provincie? ,,Ik heb hier enkele vakanties gevierd. In en rond Gaastmeer, een schitterende omgeving. Ik wist daardoor op wat voor mooie manier al het water hier met elkaar in verbinding staat. Ideaal om te trainen. We hadden allemaal sterk de behoefte om ‘eruit te breken’. Niets ten nadele van onze topsportaccommodatie in Eindhoven, maar door de regels rond het coronavirus is dat al heel lang de enige plek waar we vertrouwd terecht kunnen. Ik vond dat we een andere setting nodig hadden, ook omdat er de komende maanden nog geen zicht is op toernooien. Niet alleen vanuit chloorwater naar zoet water, maar we doen dit ook om sommige jongens te laten wennen aan trips naar buitenlandse wedstrijden. Op een verantwoorde wijze uit onze ‘bubbel’.’’

Friesland als buitenland, lacht Hagelstein. ,,Zo beschouwen we het natuurlijk niet, maar qua aanpak beschouwden we het wel zo. Het kan zomaar zo zijn dat we tot ver in 2021 met allerlei maatregelen te maken hebben. Daarom hebben we deze trainingsweek ‘coronaproof’ aangepakt. We hebben contact met niet-leden van onze ploeg zo veel mogelijk vermeden. Daarbij werden we prima gefaciliteerd door Van der Valk in Sneek, onze uitvalsbasis. Zij dachten in alle opzichten met ons mee, zodat ‘problemen’ met bijvoorbeeld de anderhalve meter afstand voorkomen werden. We aten met twee man aan een tafel die normaal voor vier personen is bestemd. Tevens allemaal een eigen kamer en vrijwel voortdurend de mondkapjes op.’’

'In Friesland is het water schoon genoeg, ook in de grachten van Sneek'

De vijf zwemmers, begeleid door Hagelstein en een fysiotherapeut, trainden niet alleen in de wateren in en rond Sneek. Zwembad De Welle in Drachten fungeerde eveneens als trainingslocatie en voor de krachttraining kon de nationale selectie terecht in ijsstadion Thialf te Heerenveen. ,,Daar hadden we uitzicht op bevroren water’’, zegt de bondscoach. ,,Om van zo dichtbij de topschaatsers bezig te zien, vonden we bijzonder.’’ Maar Hagelstein draait er niet omheen: de trainingen in het open water waren de krenten in de pap. Hij ging daarbij niet over één nacht ijs. ,,Ter voorbereiding ben ik hier met een gehuurde sloep het water opgegaan. Ik vond een paar mooie routes.’’ Onderzocht hij tegelijkertijd de waterkwaliteit? ,,Nee, dat was niet nodig. In Friesland is het water schoon genoeg, ook in de grachten van Sneek. Omdat alles met elkaar in verbinding staat, stroomt het water door en dat komt de kwaliteit ten goede.’’

D e temperatuur van het water werd wel gemeten. ,,Toen ik hier ter voorbereiding was, was het 20 graden. Daarna is het door de vele regen 2 graden kouder geworden. Ideaal is het tussen de 22 en 26 graden, maar dit was prima. Beter dan op het EK van 2018 in Schotland, toen het water slechts 16 graden was. Te warm mag trouwens ook niet: 30 graden is de kritische grens’’, vertelt Hagelstein.

Baat bij afwisseling

Hij schreef dagelijkse sessies van twee tot drie uur uit, naast de kracht- en badtrainingen. ,,Ik heb routes gemaakt van ongeveer 12 kilometer lang. Niet alleen met ‘gewoon’ rechttoe rechtaan zwemmen, maar ook met een trainingsvorm als interval. Ook leg ik onderweg met boeien circuitjes uit en laat ik ze ‘tempootjes’ doen.’’

Even ‘volle kracht’ door de Sneker Woudvaart bijvoorbeeld. ,,Daar bleven de mensen op de kant naar kijken. Bijzonder vonden we het passeren van de Waterpoort. Daar zijn we allemaal even onderdoor gezwommen, als je dan toch die kans krijgt! Natuurlijk hebben we daar even foto’s gemaakt. Uniek vond ik ook de overtocht op het Sneekermeer, op een windstille dag. Dat spiegelgladde oppervlak was betoverend mooi. Rond het ‘konijneneiland’ in het Heegermeer heb ik ze een wedstrijdje laten doen.’’

Hagelstein zegt dat zwemmers onderweg baat hebben bij afwisseling. ,,Ze moeten bezig zijn met de omgeving. Dat houdt ze alert. Als ze alleen maar ‘malend’ de Brekken oversteken, worden ze minder scherp. In een wedstrijd moet je ook voortdurend scherp zijn. Er kan altijd wat gebeuren.’’

'Geweldig. Rietkragen, boten langs de kant, allemaal vriendelijke mensen, ik heb echt genoten'

W at Hagelstein betreft, komt de nationale zwemploeg vaker naar de Friese wateren. In Ferry Weertman (net als Sharon ten Rouwendaal is hij al zeker van deelname aan de Spelen in Tokio) heeft hij een medestander. ,,Dit was mijn eerste trainingskamp in Nederland, want qua watertemperatuur kan dat niet vaak. Friesland was echt een schot in de roos. Van een stadsgracht naar een meer, dan weer door een sloot naar een ander meer en dan weer naar de stad… Geweldig. Rietkragen, boten langs de kant, allemaal vriendelijke mensen, ik heb echt genoten. Ik heb tegen Ranomi gezegd: Friesland, daar gaan we nog eens heen op vakantie. Ik hoop wel dat we dan wat meer vrijheid hebben, dat het virus onder controle is. Ik zou het centrum van Sneek graag ook eens lopend of fietsend willen bezoeken. We mochten nu het hotel niet uit.’’

Maar eerst de Olympische Spelen, voor zowel Weertman als zijn vriendin. ,,Die zijn pas over een klein jaar, maar dit trainingskamp is daarvoor al wel belangrijk. Ritme behouden, maar ook ‘fris’ blijven’’, aldus Weertman. Hij kende Friesland van een zeilkamp uit zijn jeugd. ,,Dat was in Woudsend. Leuk hoor, maar zeilen was niet mijn ding. Ik zwom liever.’’ Tijdens de trainingsweek zag de inwoner van Waalre tientallen zeilboten passeren. ,,Even zwaaien en dan weer in de concentratie.’’ Weertman lacht. ,,Maar ik probeerde altijd wel de namen van de boten te lezen. Wat zijn mensen toch creatief.’’ De leukste? ,, ’t Toppertje .’’

Weertman is geen tel bang geweest voor viezigheid. ,,In de grachten van Amsterdam zou ik dat wel zijn, maar hier niet. Bij een haven moet je wel even uitkijken of er door een boot per ongeluk niet wat olie is geloosd. Maar openwaterzwemmers kunnen een stootje hebben, hoor. Als we in zout water zwemmen, krijgen we flinke slokken binnen. Dat moet je niet te vaak overkomen, dat kan zelfs gevaarlijk zijn. Wist je trouwens dat er een verschil is tussen zwemmen in zoet en in zout water? Zout water smaakt viezer, maar je zwemt er wel sneller in. Door het zout lig je namelijk hoger in het water.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct