Zwembondscoach Henri Koek: ,,Als ik kijk naar de Friezen: die zijn echt gebouwd om goed te zwemmen.''

Fullprof-zwemtrainer Henri Koek gaat aan de slag in een goudmijn

Zwembondscoach Henri Koek: ,,Als ik kijk naar de Friezen: die zijn echt gebouwd om goed te zwemmen.'' FOTO JILMER POSTMA

Het hoofddoel is om talent het eerste zetje richting top te geven, maar met successen alleen neemt fullprof-zwemtrainer Henri Koek geen genoegen. Vanuit het opleidingscentrum in Drachten wil hij ook een brug slaan naar de noordelijke zwemverenigingen. De Leeuwarder gelooft in zijn missie. ,,We zitten hier op een goudmijn.’’

Buiten is het 27 graden, binnen is dat ook de temperatuur van het water. ‘Plakkerige’ omstandigheden in zwembad De Welle, maar toch mag gesproken worden van een frisse start. Henri Koek is namelijk deze week begonnen als verantwoordelijke man van het opleidingscentrum in Drachten en in die hoedanigheid verwelkomde hij een nieuwe groep zwemmers. Als alles naar wens verloopt, zullen de besten doorstromen en uiteindelijk tijdens de Olympische Spelen van 2028 op een startblok verschijnen. ,,Maar als ze écht goed worden, kan dat ook vier jaar eerder’’, aldus Koek.

De 42-jarige Leeuwarder is sinds 1 augustus in volledige dienst getreden van de KNZB. Voor zijn sportieve passie zegde hij zijn baan als docent natuurkunde aan scholengemeenschap Comenius op. De verbintenis geldt vooralsnog voor twee jaar. Van een sprong in het diepe is volgens Koek geen sprake. Beide partijen zijn niet over één nacht ijs gegaan. De zwembond (in het bijzonder de uit Drachten afkomstige technisch directeur André Cats) weet wat voor vlees er in de kuip is gehaald. Koek stortte zich ruim twintig jaar geleden op het trainersvak, haalde als enige cursist een 10 op het onderdeel theorie en kreeg het advies om de opleiding tot topcoach te gaan volgen. Bij zijn vereniging Orca zette Koek een regionaal talententeam op, van waaruit de laatste twaalf jaar voortdurend zwemmers de grote jeugdtoernooien bereikten.

Tegelijkertijd schroomde hij niet om zich binnen de KNZB te mengen in de gesprekken over de te volgen koers. ,,Het beleid was wat wisselend en dat heb je teruggezien. De resultaten op de Spelen van 2016 waren teleurstellend.’’ Meteen na Rio was hij een van de tien trainers die de bond per brief onder andere opriep om meer oog te hebben voor het werk bij de verenigingen. Gevraagd werd om ‘een luisterend oor, meer samenwerking, meer faciliteren en minder verbieden’.

toen deze kans voorbij kwam, besefte ik dat er binnen het zwemmen niet vaak zo’n mooie mogelijkheid voorbij komt

Andersom is Koek niet bevreesd om al zijn kaarten op de zwemsport te zetten. In dienst van de KNZB is hij niet alleen verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in Drachten, maar zal hij tevens als bondscoach van de junioren fungeren. Ook krijgt Koek een stem inzake de aanpak van topsport en talentontwikkeling. Het werd tijd om te kiezen, stelt hij. ,,Ik was er al enige tijd achter dat ik in mijn beide functies op de top van mijn ontwikkeling zat. Om door te kunnen groeien, moest ik een keuze maken. Dat had ik ook kunnen doen in het onderwijs, als teamleider. Ik ben ook zeker niet uitgekeken op het lesgeven, maar toen deze kans voorbij kwam, besefte ik dat er binnen het zwemmen niet vaak zo’n mooie mogelijkheid voorbij komt.’’

In zijn ‘dubbelleven’ maakte Koek werkweken van zo’n 75 uur. ,,En amper vakantie. Tijdens die spaarzame week op de camping zat ik achter mijn laptop om schema’s voor de zwemmers uit te werken. Ik pleegde roofbouw’’, aldus de Leeuwarder, partner van oud-topzwemster Ilse Kraaijeveld, waarmee hij drie kinderen heeft.

De overstap van club- naar bondstrainer betekent volgens hem niet dat hij voortaan alleen moet uitvoeren wat van bovenaf wordt opgelegd. ,,Ik kan trouw blijven aan mijn visie, omdat die aansluit bij de huidige beleidslijn van de KNZB. Er is een periode geweest dat ik me niet achter het beleid kon scharen, maar onder interim-directeur Joop Alberda werd al voorzichtig een koerswijziging ingezet, waaraan André Cats zijn eigen goede draai heeft meegegeven.’’

Belangrijk vindt Koek dat er oog is voor wat er ‘aan de basis’ gebeurt. In zijn nieuwe functie hoopt hij de contacten met de 56 noordelijke zwemverenigingen aan te halen. ,,Ik zal ze niet allemaal kunnen bezoeken, maar ik wil dat iedere trainer voelt dat hij of zij serieus genomen wordt.’’

Aan de basis wordt volgens Koek voor een groot gedeelte bepaald hoe gezond de zwemsport is. ,,Vergis je niet: het is bepaald geen automatisme dat kinderen na het behalen van hun zwemdiploma voor de zwemsport kiezen. In vergelijking met tien, vijftien jaar geleden is het aanbod gehalveerd. Daar valt dus een wereld terug te winnen. Het gaat er ook om dat we de mindset van de ouders moeten zien te veranderen. De teneur is nu dat ze dolblij zijn als hun kind het diploma heeft en ze verlost zijn van de bezoekjes aan de zwembaden met hun chloorlucht en warme kleedkamers. Het moet ook hen duidelijk worden dat wedstrijdzwemmen niet alleen heel leuk is, maar ook gezond en vormend.’’

Kinderen moet daarbij een breed palet worden aangeboden, aldus Koek. ,,In Nederland zijn we altijd goed geweest op de sprintnummers en in het open water. In navolging van een top-zwemland als Hongarije moeten we meer oog krijgen voor de wisselslag. De kinderen moeten gestimuleerd worden om niet alleen het water in te duiken voor een sprintje borstcrawl, waarna reeds aan de andere kant van het bad een medaille klaar ligt. De vlinder-, school- en rugslag verdienen meer aandacht. Kijk naar de atletiek: daar maken de kinderen eerst kennis met vrijwel alle onderdelen. Ze doen de meerkamp. Om de zwemjeugd te motiveren voor het aanleren van meerdere disciplines, kun je tijdens wedstrijden denken aan het belonen van hun totale optreden. Geen medailles meer voor alleen de borstcrawl of rugslag, maar voor hun hele klassement. Daarmee is al voorzichtig een begin gemaakt.’’

Tegelijkertijd wil Koek de toernooi-opzet onder het vergrootglas leggen. ,,Niet alleen noordelijke kampioenschappen, maar ook terug naar kampioenschappen per provincie. Dat is motiverender voor zwemmers en trainers. Voor een FK kan elke club vijf, zes startbewijzen verdienen. Voor een noordelijk kampioenschap pakt een ‘kleine’ club misschien maar één startbewijs. Sneu voor degene die het net niet halen en daarom wellicht afhaken omdat ze denken dat ze niet goed genoeg zijn. Ook voor een trainer is dat demotiverend. Maak je het aan de basis weer wat regionaler dan wordt het voor iedereen leuker. Vergeet dat niet: ook dat is een aandachtspunt van de KNZB. Natuurlijk werken we hard aan de opvolgers van de Ranomi’s, maar de bond is er ook wel degelijk voor de breedtesport, voor de zwemmer die gewoon lekker een baantje wil trekken.’’

In Drachten bevindt zich een van de vijf nationale opleidingcentra. Koek gaat er aan de slag met tussen de 12 en 20 zwemtalenten. Zij blijven ook onder de hoede van hun clubtrainer. ,,De ene zwemmer zie ik drie keer per week, de ander acht keer. De Spelen van 2028 zijn de stip aan de horizon. Dat zal niet voor alle zwemmers zijn weggelegd. Het beleid is er ook op gericht dat de zwemmers die er niet in slagen om door te stromen naar het HTC (High Potential Center, red.) in Amsterdam of Eindhoven, niet voor de sport verloren gaan. Zij kunnen bij hun vereniging nog van grote waarde zijn.’’

Als Koek als bondscoach van de Oranje-junioren op pad is, draait het opleidingscentrum gewoon door. De Leeuwarder wil daarvoor clubtrainers inschakelen. ,,Daarbij hebben ze hun eigen inbreng. Ik leg ze niks op, maar hoop op hun loyaliteit. Een belangrijk aspect is dat er betrokkenheid wordt gecreëerd. Dat iedereen het gevoel krijgt dat we met z’n allen bezig zijn om de zwemsport in ons land naar een hoger plan te tillen.’’

Van een leien dakje zal het niet altijd gaan, weet Koek nu al. ,,Maar ik denk in mogelijkheden, niet in moeilijkheden. Dat heb ik bij Orca ook altijd gedaan. Weet je? We zitten hier qua zwemmen op een goudmijn, werkelijk. Als ik kijk naar de Friezen: die zijn echt gebouwd om goed te zwemmen. Ze onderschatten zichzelf nog wel eens, maar kunnen vaak meer dan ze denken. Van een Fries die goed schaatst, wordt het niet gek gevonden dat hij of zij olympisch kampioen wordt. Ik vind dat dat ook voor het zwemmen kan gaan gelden.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct