FOTO

'Fries zwemsterretje' Sieta Posthumus had het lef over doping te beginnen

FOTO ARCHIEF

Sieta Posthumus vervulde 60 jaar geleden haar droom door zich te plaatsen voor de Olympische Spelen. Die liepen voor de Leeuwarder zwemster letterlijk uit op een pijnlijk drama. Posthumus werd vervolgens bekend omdat ze de eerste Nederlandse dopingaffaire ontketende.

Het is, naar de huidige journalistieke maatstaven, geen opzienbarend interview. De verslaggever van de Leeuwarder Courant slaat niet op de grote trom. Weliswaar luidt de kop: Geen sportieve strijd op Nederlandse wedstrijden? , maar daarna gaat het vooral om het afscheid van Sieta Posthumus en wat ‘het enige Friese zwemsterretje’ heeft moeten doen en laten om de Spelen van Rome te bereiken.

Pas halverwege het op 16 maart 1961 gepubliceerde verhaal staan de uitspraken van Posthumus die zouden leiden tot een lawine van artikelen, radio- en tv-uitzendingen, onderzoeken, beschimpingen en steunbetuigingen. Deze krant wijdde er zelfs hoofdredactionele commentaren aan. En dat terwijl het woord doping in het ‘afscheidsinterview’ welgeteld nul keer voor komt.

Wel laat Posthumus dit noteren: ‘.. dat hetgeen ik meegemaakt heb, gedurende de selectiewedstrijden voor Rome, met de beste wil van de wereld niet meer sportief genoemd kan worden. Wat zeg je van de opmerking van een trainster tegen een mededingster van me: Morgen nog een prik in je dij en je wordt kampioen. Zo’n opmerking maakt je kapot, want toen ben ik gaan twijfelen: is er iets mis met onze sport of niet?’

Het begin

Terug naar het begin. De op 22 april 1936 geboren Sieta Posthumus ontwikkelt zich bij haar club LZC ’29 tot een nationale topzwemster. De Olympische Spelen van 1956 komen echter niet in beeld. Nederland besluit, vanwege de Russische inval in Hongarije, geen equipe naar Melbourne af te vaardigen.

Posthumus richt het vizier op Rome. Ze traint zoveel als haar baan bij de Leeuwarder Melk Inrichting dat toestaat. ‘Avond aan avond ging ik vroeg naar bed. Feestjes waren er voor mij niet bij, want het zwemmen ging voor’, zo vertelt ze.

Posthumus piekt in het olympische jaar. Tijdens een landenontmoeting in het Oost-Duitse Leipzig, in juni 1960, ontvangt ze een medaille voor de beste prestatie: 1.03,6 op de 100 meter vrije slag, haar favoriete onderdeel. Op dat moment de tweede tijd ooit in Europa gerealiseerd, maar tijdens de laatste selectiewedstrijd – in augustus, drie weken voor het begin van de Spelen – gaat het bijna mis.

‘Ik was vreselijk nerveus. De spanning is veel te groot bij dergelijke wedstrijden’, zo verklaart ze haar tegenvallende tijd: 1.05,2. Dat is ontoereikend om in Rome individueel mee te mogen doen.

Posthumus moet tevreden zijn met een plaats in de estafetteploeg. Daarmee valt overigens wel een medaille te winnen, want die zomer is het Oranje-kwartet slechts 0,2 seconde boven het wereldrecord van Australië gebleven. ‘Maar mijn allergrootste wens gaat niet in vervulling en dat vind ik ontzettend jammer’.

loading  

Op dat moment twijfelt ze al aan de sportiviteit van enkele concurrentes. Tijdens een selectiewedstrijd vangt Posthumus flarden van een gesprek op tussen een trainster en een zwemster. ‘Morgen nog een prik in je dij en je wordt kampioen’…

Posthumus licht teamarts Wim Mosterd direct mondeling in en later nog eens per brief. Mosterd zegt officials van zwembond KNZB op de hoogte te stellen. Posthumus hoort wekenlang niets en vertrekt met de Nederlandse equipe naar de Spelen.

Die lopen uit op een persoonlijk drama. Tijdens een training raakt Posthumus met haar hoofd hard de badrand. Ze laat zich onderzoeken en krijgt te horen dat ze met de estafetteploeg de serie 100 meter vrije slag kan zwemmen. Posthumus voelt zich niet fit, kan zich niet concentreren, maar stapt toch het startblok op om de als eerste vertrokken Jopie Troost af te lossen.

Zwart voor de ogen

Het gaat mis. Troost is, volgens de krantenverslagen, nog 20 centimeter van de badrand af als Posthumus al het water induikt. ‘Ik zag het meteen’, aldus Cockie Gastelaars, de slotzwemster. ‘Het werd me gewoon even zwart voor de ogen van schrik en ik hoopte dat de kamprechters het niet zouden hebben gezien. Maar zij hadden het natuurlijk wel gezien, het was ook zo’n stuk. Afschuwelijk gewoon’.

De Nederlandse ploeg wordt gediskwalificeerd. De ontgoocheling is enorm. Posthumus krijgt dan te horen dat ze een fikse hersenschudding heeft. ‘Anderhalve dag heb ik gerust en toen achtte men mij wel weer in staat om in de estafette mee te zwemmen’.

Thuis in Leeuwarden dient ze zes weken het bed te houden. Voordat ze rust neemt, laat ze de Leeuwarder Courant weten ‘ontzettend dankbaar te zijn voor het vele medeleven dat totaal onbekende mensen hebben getoond’ na haar taxatiefout op het olympisch startblok.

‘Ik heb zoveel brieven gehad en dat heeft me erg geholpen. Niemand is boos op me geweest; ze hebben allemaal geprobeerd om mij op te beuren’. Zelfs koningin Juliana, tijdens haar bezoek aan het olympisch dorp, zegt Posthumus. ‘Ik heb nog met de koningin gesproken en ze heeft echt haar best gedaan om mij een beetje op te beuren. Ook de prinsessen waren erg aardig’.

Ruim een half jaar later kondigt de dan bijna 25-jarige Poshumus – inmiddels bevriend met haar latere man Ferry Kaihatu, bekend van het zangduo The Emeralds – haar afscheid van de wedstrijdsport aan.

In de kramp

Maar de strijd blijkt nog lang niet gestreden. Posthumus vertelt over ‘de prik in je dij’ en de zwembond KNZB schiet direct in de kramp. ‘Nonsens!’, zo reageert bondsdirecteur Jaap Buiskool als hem om een reactie op mogelijk dopinggebruik bij de olympische zwemploeg wordt gevraagd.

Hij zet Posthumus weg als een ‘teleurgestelde zwemster, die niet de resultaten bereikt heeft die zij had gehoopt te bereiken’. Hij noemt haar woorden ‘laster’, maar zegt ook: ‘Misschien wordt er wel iets gebruikt in de vorm van vitaminetabletten of injecties’. Dit wordt volgens Buiskool toegediend door de arts John Rolink. Van hem is later bekend geworden dat hij spelers van Ajax en het Nederlands elftal, alsmede ook sporters buiten het voetbal, heeft voorzien van onder andere amfetaminen.

De ‘kwestie-Posthumus’ ontstaat. Voor- en tegenstanders roeren zich in de zaak die uitgroeit tot de eerste Nederlandse dopingaffaire. Posthumus verschijnt in het tv-programma van presentator Arie Kleywegt. Hij neemt het voor haar op, waar ‘een aantal vaderlandse sportjournalisten heeft gemeend een lawine van schimpscheuten en verdachtmakingen over haar te moeten uitstorten’.

Posthumus speelt open kaart. ‘Ik heb ontdekt dat verschillende zwemsters injecties kregen en dat er tevens tabletjes werden toegediend’. Ze zegt opnieuw dat de KNZB taal noch teken laat horen, ‘terwijl men mij heeft beloofd dat het absoluut uitgezocht zou worden’.

Ook vertelt Posthumus op de televisie dat ‘vele zwemsters in Rome volkomen gefaald hebben, omdat ze al kapot waren, mentaal kapot, vóór Rome, door de twijfel’. Kleywegt: ‘Door de twijfel wie van hun mededingsters en medestandsters eventueel gebruik maakten van die middelen?’ Posthumus: ‘Absoluut’.

De geest is uit de fles

De KNZB en Rolink trachten daags hierna, in een ander tv-programma, de kwestie te bagatelliseren, maar de geest is uit de fles. De bond ontkent officieel klachten van Posthumus te hebben ontvangen en olympisch zwemofficial Bolman zegt in Rome niets te hebben gemerkt van twijfels en geknakt moreel. Rolink: ‘Ik heb het gevoel dat vanuit de lekenkant de kwestie een beetje overdreven is’.

De arts uit Velsen legt uit wat hij als doping beschouwt en wat niet. ‘Doping is het toedienen van bepaalde middelen zonder daarvoor de noodzakelijke bevoegdheid en bekwaamheid te hebben. Als een arts de sportman bijstaat, kan en mag hij als deskundige beschikken over het gehele arsenaal aan geneesmiddelen. Hij behoeft zich niet te beperken tot een afgebakend gebied van vitaminen en zout’.

Dan is het weer de beurt aan Posthumus. Zij vertelt dat ze in Rome in de tas van een collega-zwemster heeft gekeken en een flesje met pillen en een recept, afkomstig van Rolink, heeft aangetroffen. Op het recept valt het woord testosteronderivaat te lezen.

De tekst op het flesetiket wordt door Posthumus en Kleywegt voorgelegd aan verschillende artsen. Posthumus: ‘Mijn dokter zei: dat is doping’. Kleywegt verklaart in een extra uitzending van Achter het Nieuws : ‘… de precisering van dosering en innemingstijdstippen (…) maken het naar het oordeel van de medici die wij raadpleegden moeilijk aannemelijk dat het om een gebruiksvoorschrift voor normale vitaminetabletten zou handelen’.

Rolink ontkent niet dat hij zwemsters onder behandeling heeft gehad. ‘Hun herstel is bevorderd met bepaalde vitamines’.

Eind 1961 komt de medische commissie van de NSF (Nederlandse Sport Federatie) met een halfbakken oordeel. ‘De sportgeneeskunde is in onze dagen niet langer een hobby van enkele medici; zij is een onmisbare schakel geworden tussen sportbeoefening en volksgezondheid’.

Onderzoek

Terwijl de tuchtcommissie van de KNZB Posthumus van alle blaam zuivert, wil de NSF dat de oud-zwemster haar bevindingen nogmaals op papier zet, waarna die kunnen worden onderzocht. ‘Laf’, zo noemt de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant deze opstelling. ‘De medische commissie behoort een uitspraak te doen, niet over het geval-Sieta Posthumus in engere zin, maar over doping in ruimere zin. Als de leden de moed daarvoor niet kunnen opbrengen, dan moeten zij dokter Rolink maar om een prik in hun billen vragen’.

In het eindrapport van de NSF staat dat dopinggebruik van zwemmers uit de olympische ploeg niet kan worden bewezen. ‘De vermoedens hieromtrent kunnen echter niet worden weggenomen’. Het optreden van Posthumus leidt er in elk geval toe dat de Nederlandse sportwereld moet gaan nadenken over het gebruik van prestatieverho-gende middelen.

Posthumus kijkt in oktober 2001, in het tv-programma Andere Tijden , niet triomfantelijk terug. ‘Of ik een klokkenluidster was? Nee, want ik heb geen gelijk gekregen’. Ze zegt ‘een jaar of tien, vijftien verbitterd te zijn gebleven’ door de affaire.

Sieta Posthumus is in 2013 op 77-jarige leeftijd overleden. Het plakboek, dat ze De zaak S. P. noemde en waarin ze alles over de dopingkwestie bewaarde, is onlangs overgedragen aan Tresoar in Leeuwarden, ‘de bewaarplaats van de geschiedenis van Fryslân’.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct