Jan Uitham: ,,Aveline is slank en sierlijk. Een beetje het Verstappen-idee. Je ziet meteen dat er gang in zit.” Aveline Hijlkema: ,,Daar kan ik wel mee leven, hoor.” FOTO PETER WASSING

Dubbelinterview: Elfstedentochtcrack Jan Uitham en zijn getalenteerde achterkleindochter Aveline

Jan Uitham: ,,Aveline is slank en sierlijk. Een beetje het Verstappen-idee. Je ziet meteen dat er gang in zit.” Aveline Hijlkema: ,,Daar kan ik wel mee leven, hoor.” FOTO PETER WASSING

De genen van Jan Uitham zijn oersterk. Anders zou achterkleindochter Aveline Hijlkema niet zo’n talentvol schaatsster zijn. Toch? ,,Ja, dat is het. Dat moet het wel zijn.”

Ouderdom komt met gebreken. Steeds meer gebreken. Maar Jan Uitham (94) klaagt niet snel. Nooit gedaan ook. Zeker niet nu het na een paar zware jaren weer relatief goed gaat. Al baart zijn troebele zicht hem de laatste tijd grote zorgen. ,,Het wordt allemaal wat wazig. Ik zie de contouren van mensen, maar bijvoorbeeld geen ogen, neusgaten of oren. Lezen is altijd een van mijn grote hobby’s geweest. Dat ik nu niet goed meer zie, maakt me een beetje angstig. Voor wat er komen gaat.”

Aan interviews heeft de legendarische Elfstedentochtcrack eigenlijk niet meer zo’n behoefte. Dit was hoogstwaarschijnlijk zijn laatste, zal Uitham bij het afscheid opmerken.

Het is aangeboren

Het meeste is ook al gezegd. Maar voor een dubbelinterview met zijn achterkleindochter Aveline Hijlkema (23) maakt hij graag een uitzondering. Zij stond twee weken geleden op het Noorse ijs van het Vikingschip in Hamar voor het eerst aan de start van een wereldbekerwedstrijd.

Het moeten de genen zijn. Toch? Uitham denkt na. ,,Ik ken jongens die zich uitsloofden tot ze niet meer konden, maar ondanks alles niet verder kwamen dan de tiende prijs. Maar Aveline, geef eens een definitie van genen?” Hijlkema: ,,Dat het aangeboren is.” Uitham: ,,Ja, dat is het. Dat moet het wel zijn.”

Daarom zitten de twee nu naast elkaar in het huis van Uithams kleindochter Lidia – de moeder van Aveline – in Zuidwolde. Als je het Boterdiep richting stad Groningen volgt kun je zijn vroegere boerderij op Noorderhoogebrug zien liggen. Uitham zelf nam enkele maanden geleden zijn intrek in zorgcentrum Bloemhof in Ten Boer.

Kleine zelfstandige

Bij de pinken is hij nog steeds, want hij struikelt over de smakelijke anekdotes. ,,Het is misschien soms wat onsamenhangend, maar het hangt wel allemaal samen.” Zijn lichaam protesteert evenwel op allerlei manieren. Lopen gaat bijvoorbeeld alleen nog met een rollator en een helpende hand.

Al blijft Uitham altijd zelf aan zet. Als hij verderop in de woonkamer samen met Hijlkema moet poseren voor de fotograaf, bijvoorbeeld. ,,Ik pak jouw pols wel vast. Als ik eenmaal sta en mijn evenwicht heb gevonden, is het goed. Het is grotendeels stijfheid. Zie mij maar als een kleine zelfstandige. Zit mijn haar trouwens goed?”

Zijn achterkleindochter lacht om het onkreukbare gevoel voor humor van ‘opa’. Aveline Hijlkema woont sinds een paar maanden in Leeuwarden en is op de ochtend van het interview op de racefiets naar het ouderlijk huis in Zuidwolde gekomen. Uitham: ,,Dan moet je langs de Grote Wielen gekomen zijn. Daar was de finish van de Elfstedentocht van ’63.”

loading

Siberische omstandigheden

Hijlkema knikt. Ze kan de verhalen van toen wel dromen. Hoe opa in 1963 niet het spoor koos van de latere winnaar Reinier Paping („de grootste blunder van de vorige eeuw”) en als tweede finishte in de meest vermaarde Elfstedentocht ooit. Hoe de boerenzoon amper een week later de Noorder Rondritten wél won – al werd deze ingekort vanwege de Siberische omstandigheden. En neem de enorme lengte van opa’s schaatsloopbaan („carrière is een veel te groot woord”). Hij verzamelde zes Elfstedenkruisjes; de eerste in 1942, de laatste in 1997.

Je zou enige symboliek kunnen zien in het feit dat zijn achterkleindochter anno nu uitgerekend in de Elfstedenhal in Leeuwarden schaatsles geeft aan basisschoolkinderen. Hijlkema staat daarnaast twee dagdelen per week in het bijbehorende winkeltje. ,,Als ik daar ben of in de omgeving van Leeuwarden fiets, komen al die plaatsen voorbij die ik van opa’s verhalen ken. Bij de vorige Elfstedentocht was ik pas 1 jaar oud. Ik kan me er dus niets bij voorstellen, maar ik ben zo benieuwd naar hoe het zou zijn. Ik kan alleen maar hopen dat het er ooit nog eens van komt.”

Uitham staart bedenkzaam uit het raam. ,,Het zou zelfs dit jaar nog kunnen. De Elfstedentocht van 1985 viel op 21 februari. En die van 1986 zelfs op 26 februari. Ach ja, schaatsen. Ik heb er zo nu en dan ook weleens genoeg van. Maar toen het een maand geleden begon te vriezen, kriebelde het toch weer. Wacht even: dit interview is toch niet alleen over mij? Het gaat toch om Aveline?”

Allrounden is de toekomst

Hijlkema richtte zich jarenlang op de sprint-afstanden, maar twee weken geleden maakte ze namens Team Frysk haar wereldbekerdebuut op de 3000 meter in Hamar. In het allrounden ligt haar toekomst, heeft ze inmiddels besloten. ,,De middellange afstanden liggen mij het beste.”

Nu is Uitham degene die knikt. ,,Ze krijgt meer interesse voor de langere afstanden. Dat moeten de genen zijn. Als mijn broer Max en ik flinke tochten maakten, ging een ander in de groep na verloop van tijd soms zeuren over vermoeidheid en een pijnlijke rug. Dan begonnen wij juist te genieten. Een soort leedvermaak.”

loading

Bij de NK afstanden verpulverde Hijlkema onlangs het ene na het andere persoonlijke record. ,,Jullie zaten met z’n allen voor de televisie in Ten Boer, weet je nog?”, zegt Hijlkema tegen Uitham. Hij weet het nog, al herkende hij in het verzorgingshuis alleen de contouren van zijn achterkleindochter. ,,Aveline is slank en sierlijk. Een beetje het Verstappen-idee. Je ziet meteen dat er gang in zit.”

Hijlkema lacht weer. ,,Daar kan ik wel mee leven, hoor.”

Parkinson, maar onder controle

Ze maakte zich de afgelopen jaren zorgen om haar overgrootvader. Uitham werd om uiteenlopende redenen verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis en werd vergeetachtig. Hijlkema rondde onlangs haar universiteitsstudie Bewegingswetenschappen in Groningen af. Tijdens haar master richtte ze zich op mensen met dementie. ,,Dat is gelukkig niet het geval bij opa, maar hij herkende ons ineens niet altijd meer. Het verbaast me echt hoe goed hij inmiddels weer is. Hij heeft wel parkinson, maar ook dat lijkt heel goed onder controle. Het trillen valt bijvoorbeeld heel erg mee en is veel beter dan het was.”

Inmiddels is Hijlkema begonnen aan een thuisstudie nutrition and health, over de relatie tussen voeding en gezondheid. ,,Ik heb bewust niet voor de sportrichting gekozen, maar voor healthy ageing. Puur omdat ik mensen liever gezond oud zie worden dan topsporter. Gezondheid gaat voor. Natuurlijk is opa dan een voorbeeld. Ik weet heel goed dat het geen vanzelfsprekendheid is dat je überhaupt een overgrootvader mag meemaken. Laat staan zo lang.”

Internationale wedstrijden

Ze rijdt net als vader Piet Hijlkema – de oud-marathonschaatser uit Tersoal – ook graag marathons, zij het puur als training voor de langebaan. Dat ze na enkele afzeggingen als reserve mee mocht naar de wereldbekerwedstrijd in Hamar was een cadeautje. ,,Ik vond het al heel wat om op de reservelijst te staan en had niet durven dromen dat ik zelfs zou mogen rijden. Meedoen aan internationale wedstrijden is natuurlijk mijn doel, maar ik had het nu absoluut nog niet verwacht. Maar het smaakt naar meer. Zeker.”

Uitham kijkt haar eens aan. ,,Je moet ... nee wacht, je moet niets. Als het lukt, zou het mooi zijn als je in elk geval vaak bij de eerste tien zit. En dan doel ik op de 1500 en 3000 meter. Als je de middenafstanden goed beheerst, kun je bijna alles. Dan rijd je ook een goede 500 meter en 5 kilometer. Wat zeg je? Allrounden, ja. Dat woord kon ik even niet vinden. Sorry, hoor.”

Altijd vooraan rijden

Of hij nog tips heeft voor zijn achterkleindochter? Een bedachtzame blik. ,,Ik weet niet of Aveline fel genoeg is. Mijn broer Max en ik wilden altijd vooraan rijden. Als we een wedstrijd hadden gehad, zaten we daarna nog een poosje in de kleedkamer of het café. Als we naar huis gingen, zeiden we tegen elkaar: ‘tot in de kopgroep’. Dat was altijd ons grootste streven. Reinier Paping was vorige week nog op bezoek. Toen hij wegging, keken we elkaar even aan. ‘Nou Jan’. ‘Nou Reinier.’ ‘Tot in de kopgroep, jongen’.”

Hijlkema luistert met een glimlach. ,,Maar langebaanschaatsen is wel iets anders dan marathons rijden, opa. Natuurlijk wil ik ook in een marathon zo hoog mogelijk eindigen. Maar al dat geduw en getrek in zo’n peloton vind ik helemaal niets. Ik verlies veel te veel tijd omdat ik er constant rijdsters tussen laat. Dat is een bekend probleem bij langebaanrijders. Wij zijn meer ruimte gewend. En daar voel ik me ook prettiger bij.”

Sterfelijkheid

Dan wacht een hele operatie. Uitham staat op tijd. Hij moet in de auto worden geholpen. Hij gaat naar een crematie, van een 96 jaar geworden vriendin van zijn in 1999 overleden vrouw Lidy. Natuurlijk denkt hij op die momenten ook aan zijn eigen sterfelijkheid. ,,Je hebt oudere mensen die zeggen: ‘het hoeft van mij niet meer’. Ik heb weleens gezegd: ‘als ik geen 100 word, valt het me dik tegen’. Dat is een beetje grootspraak. Ik kan over twee weken een gemene ziekte oplopen. Maar tot nu toe ben ik best tevreden.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct