Coronacrisis of niet: er vieren veel Friese sportclubs hun 75- of 100-jarig jubileum. In een serie zet de LC ze in het zonnetje. Deel 13: voetbalvereniging Nijland.

Het moet niet over mij gaan, zegt Laas Bloemhof, als hij door het bestuur naar voren is geschoven om iets te vertellen over Nijland, die ‘prachtige dorpsclub, die een thuis is voor iedereen’. Bloemhof (66) kan het weten, want de geboren Hartwerder is al 57 jaar lid van de vereniging uit het dorp waar hij nooit heeft gewoond. Ook zijn vader Fedde en drie van zijn ooms droegen jarenlang trots het blauw en wit. ,,Heit heeft meteen na de oprichting in het eerste elftal gespeeld. Er zijn hier meer families die al 75 jaar aan deze club zijn verbonden.’’

Eens Nijlander, altijd Nijlander, wil de in Bolsward woonachtige Bloemhof gezegd hebben. Clubliefde is een belangrijke pijler. ,,Trouw is belangrijk, want we zijn nooit een grote club geweest.’’

Iedere speler telt. Zo is er het verhaal van Johan Abma die (in het tijdperk zonder internet en mobiele telefoons) ging studeren in Utrecht. Hij stapte elke zaterdagochtend op de trein om te gaan voetballen voor Nijland. Aangekomen in Heerenveen stond de ‘clubtaxi’ met draaiende motor klaar om hem naar het voetbalveld te rijden. Het is gebeurd dat een wedstrijd pas op zaterdagochtend werd afgelast. Meteen belde dan een bestuurder naar Utrecht Centraal, met het dringende verzoek of omgeroepen kon worden dat Johan Abma niet hoefde in te stappen, omdat Nijland niet hoefde te spelen!

Tegenwoordig wordt zeker thuis nauwelijks een wedstrijd afgelast, vertelt Bloemhof. ,,Wij hebben namelijk geweldige terreinbeheerders. Ons hoofdveld ligt er zó ‘strak’ bij dat het wel kunstgras lijkt. Dat veld is het pronkstuk van de club. Tegenstanders maken er vaak foto’s van, zo mooi vinden ze het.’’

Nijland beschikt voor de 125 leden over twee velden en een trainingsveld. Deze bevinden zich op het Zweitse Huitema-sportpark, vernoemd naar een belangrijke steunpilaar van de club, waarvan het vlaggenschip zich al jaren handhaaft in de zaterdagse tweede klasse. Bij het hoofdveld staat nóg een pronkstukje: de Jouke Huitema-tribune, vernoemd naar een van de meest trouwe hoofdsponsors in het amateurvoetbal.

Deze Huitema houdt van de club zoals hij vroeger als boer van zijn vee hield. ,,Jouke is 82 en bezoekt zoveel mogelijk wedstrijden’’, vertelt Bloemhof. ,,Hij heeft zelf nooit gevoetbald, maar is helemaal vergroeid met de club. Jouke mist de sociale contacten momenteel enorm. Zijn financiële steun is zeer belangrijk, want wij hebben geen inkomsten uit een eigen kantine. Dat zouden we graag willen. Ik denk zelfs dat het noodzakelijk is voor het voortbestaan van de club.’’

Bloemhof is betrokken bij de gesprekken over de toekomst. Hij kan zich geen leven zonder Nijland – dat bij de jeugd samenwerkt met SDS uit Easterein - voorstellen. ,,Ik heb tot m’n 42ste gevoetbald en ben toen andere dingen gaan doen.’’ Hij glimt van trots. ,,Ik heb jarenlang in het eerste gespeeld. In 1985 werden we kampioen met een elftal waarin ook mijn broers Johannes en Harm speelden. Mijn andere broers, Gerrit en Simon, hebben eveneens in het eerste gespeeld.’’

Na zijn actieve periode wierp Bloemhof zich onder andere op als leider en bestuurslid. Hij maakte de gloriejaren mee. ,,Tussen 1997 en 2001 rukten we van de zesde klasse op naar de tweede klasse. Op een haartje misten we de promotie naar de eerste klasse. Dat was voor zo’n bescheiden dorpsclub natuurlijk geweldig.’’ En alles op eigen kracht, benadrukt Bloemhof. ,,Iedereen mag bij ons komen voetballen, maar we gaan niet actief achter spelers aan. We vinden het belangrijk dat ons eerste elftal op behoorlijk niveau speelt, maar als het op een gegeven moment niet meer lukt, zullen we dat accepteren.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct