Djavan Anderson: pianoman van Cambuur

Djavan Anderson is niet alleen rechtsback bij Cambuur, maar ook pianospeler. Vanaf zijn dertiende leerde hij het zichzelf aan.

Uit de Comfort Gallery van Cambuur, op de tweede verdieping van het stadion, klinkt een prachtig pianogeluid. De zwarte Hoffmann-piano, normaal gesproken verscholen in de garderobe, is voor de gelegenheid een stuk naar voren geschoven. De klanken zijn kraakhelder en vullen de ruimte met hoop en vreugde.

Achter de piano zit geen Italiaanse man in driedelig kostuum en strak gekamde haren, maar een in Oudwoude woonachtige Amsterdammer. Zonder na te denken dreunt Djavan Anderson het hele repertoire van Ludovico Einaudi, zijn inspiratiebron, op. De zestigjarige pianist en componist uit Italië betovert de wereld al jaren met zijn rustgevende en haast therapeutische pianoklanken.

Als een ware musicus bespeelt Anderson, voetballer van beroep, het instrument. Hij gaat zitten en zonder erbij na te denken begint de 21-jarige verdediger een liedje van Einaudi te spelen. De fotograaf doet intussen zijn werk en vraagt Anderson af en toe op te kijken. Die gaat onverstoorbaar door met spelen. Wie denkt dat er per ongeluk een valse klank volgt, komt bedrogen uit. Toen Anderson zestien jaar was, had hij zichzelf veel noten al aangeleerd en kon hij de toetsen foutloos vinden.

Op Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert (CSB) in Amsterdam begon het allemaal voor Anderson, die tot zijn dertiende nog nooit een piano had aangeraakt. Tijdens muziekles zat hij voor het eerst achter een piano. De docent herkende zijn gave direct. ,,Ik vond het wel leuk om te doen en hij zei dat ik er talent voor had. Dus toen ging ik lekker door’’, blikt Anderson terug.

Het eerste liedje dat hij speelde, weet de voetballer-pianist al niet eens meer. Dat het geen Vader Jacob was, weet hij nog wel. ,,Ik ging vrij snel naar een best hoog niveau, al deed ik eigenlijk maar wat. Ik weet ook niet waarom ik dit kan. Ik heb het zo ver ontwikkeld dat ik een autodidact (kennis verkrijgen zonder enige vorm van opleiding, red.) ben.’’ Die term wordt vooral gebezigd bij artistieke beroepen als kunstschilder en musicus. De Italiaan Leonardo da Vinci wordt alom beschouwd als ’s werelds bekendste autodidact.

‘Ik ging naar een vrij hoog niveau, terwijl ik eigenlijk maar wat deed’

,,Als ik iets hoor, kan ik het gelijk naspelen’’, vertelt Anderson. ,,Een r&b-nummer heb ik binnen vijf minuten wel in mijn hoofd zitten. Als je jezelf wilt uitdagen, is het klassieke genre toch wel het moeilijkst. Daarom speel ik veel Einaudi. Dat is zo mooi.’’ Hij stopt even met praten en wijst naar het plafond, waar radiospeakers hangen. ,,Kijk, ik hoor nu precies wat die artiest met de linkerhand en rechterhand doet. Dat hoor jij waarschijnlijk niet. Dat heeft allemaal met ervaring te maken’’, geeft Anderson aan. ,,Ze zeggen dat het bijna niet voorkomt. Het is er gewoon. De toetsen bespeel ik allemaal op gevoel, dat zit in mijn vingers. Voor mij is het heel vanzelfsprekend.’’

Anderson luistert vooral naar r&b, reggae en hiphop. Hoewel hij Einaudi fantastisch vindt, luistert hij nooit naar diens muziek. ,,Ik speel het en dat geeft toch een heel andere lading. Einaudi is heel rustgevend en mooi, maar op YouTube naar hem luisteren is toch heel anders dan wanneer je het zelf op de piano speelt. De diepere klanken en het gevoel van de piano zorgen bij mij dan voor een kalm gevoel.’’

Anderson spreekt zelfbewust, zonder arrogant over te komen. Pianolessen heeft hij nooit gehad. Daar had hij ook geen tijd voor. Zijn broer speelde ook korte tijd piano, maar vond het klassieke aspect niet zo leuk. ,,En dat is toch wel de basis van het pianospelen’’, weet Anderson. ,,Daar is discipline voor nodig.’’

Zijn ouders zijn al jaren uit elkaar. De vader van Anderson woont inmiddels in New York, zijn moeder in de Algarve in Portugal. Toen Anderson zestien was, werd ze ziek. De voetballer, toen nog verdedigende middenvelder, zat bij Oranje onder 17 en deed mee aan een toernooi in Portugal. Moeder Peggy was mee en raakte ter plekke onwel. In het ziekenhuis dachten artsen dat het niet meer goed zou komen.

Anderson: ,,Ze zei na het toernooi: ‘als ik beter word, dan ga ik in Portugal wonen’. Ze was ondanks haar ziekte erg onder de indruk van het land.’’ En zo geschiedde. Anderson’s moeder werd weer beter en woont nu met haar vriend in de Algarve, vlak bij Albufeira. Daar heeft zij inmiddels ook restaurant Peggy’s Kitchen geopend, vertelt Anderson vol trots.

Djavan Anderson komt tot rust bij zijn eigen pianospel

Hij heeft nog altijd een sterke band met zijn moeder. In de tijd dat ze ziek was, zorgde Anderson voor haar. Na school ging hij gauw naar huis om op zijn moeder te passen. Wanneer mam Peggy op de bank lag uit te rusten, speelde zoon Djavan op de piano. ,,Twee vliegen in één klap. Mijn moeder vond het heel fijn om te horen en kwam tot rust, terwijl ik voor mezelf kon oefenen. Ik maakte nog wel wat foutjes, maar dat hoorde ze toch niet’’, zegt hij met een knipoog.

,,Ik zat ook altijd achter de piano. Ik heb nachten doorgehaald omdat ik een bepaald liedje per se wilde kennen. In de weekeinden speelde ik urenlang achter elkaar. Het is net als met voetbal: ik vind het zo leuk dat ik nooit wil stoppen.’’

Veel vrienden had Anderson in die tijd niet. Zijn leven bestond uit school, voetbal en het thuisfront. De voetballer heeft over vriendschap zijn ideeën. Hij heeft nog steeds geen grote vriendenkring. ,,Het moet altijd goed zijn, vind ik. Het moet niet nodig zijn om elkaar heel vaak te zien, om de vriendschap maar levend te houden. Echte vrienden zijn er altijd, weet je.’’

Hij haalt een voorbeeld aan van het toernooi in Portugal. Als zestienjarige jeugdinternational stuitte hij in een hotel op Jordan Graham. Hij voetbalde bij Engeland onder 17 en stond onder contract bij Aston Villa. Graham speelde op de piano die in de lobby stond.

Anderson keek verbaasd naar de jongen, die net als hij ook buiten het veld fijnbesnaard was. Dat komt niet vaak voor, dacht hij. Anderson stapte op Graham af en zo ontstond al snel een sterke band. ,,Als voetballers onderling kun je het al gauw goed met elkaar vinden, maar als je dan iemand tegenkomt die ook nog als tweede hobby pianospelen heeft, dan is dat wel grappig.’’

Anderson en Graham, die nu bij Wolverhampton Wanderers voetbalt, zien elkaar niet vaak, maar dat is voor beiden geen probleem. Apps als Skype en WhatsApp zijn handig voor de voetballers om contact te houden. ,,Echte vriendschap vergaat ook niet. Als je elkaar dan ziet, is het net of je elkaar elke dag ziet. Dat heb ik met Jordan ook.’’

Toen Anderson laatst door Amsterdam liep, zag hij iets opvallends. ,,Op het station zat een jongen die piano speelde. Ik hoorde dat het van Einaudi was, maar kende het nummer niet. Dus liep ik naar hem toe en vroeg ik wat hij speelde. Het bleek het nummer Samba te zijn. Ik heb vervolgens ook iets van Einaudi gespeeld en dat kende hij op zijn beurt dan weer niet.’’ Dat mensen op stations piano spelen, gebeurt wel vaker. Dat iemand Einaudi speelde, was voor Anderson reden op de jongen af te stappen.

Anderson heeft zijn ploeggenoten bij Cambuur inmiddels geïnfecteerd met het pianovirus. Linksbuiten Xander Houtkoop heeft een keyboard gekocht en komt ook al tot een aardig slotakkoord. ,,Zijn schoonvader heeft ook een piano. Xander leert snel’’, beweert Anderson.

,,De jongens vragen wel eens of ik een stuk voor ze wil spelen. Dan gaan ze er rustig bij zitten. Ze zeggen ook steeds dat ik het ze moet leren, maar dat doe je niet in een week. Het kost heel veel geduld. In het begin gaat pianospelen ook vaker fout dan goed. Je denkt continu ‘waar moeten mijn vingers heen’. Die moet je ontspannen, maar dat is moeilijk.’’

Anderson in duel met Ziyech. FOTO HENK JAN DIJKS
Anderson in duel met Ziyech. FOTO HENK JAN DIJKS

Bij rechtsback Anderson, die dit voetbalseizoen mede door blessures waarschijnlijk begint als tweede keus achter Jordy van Deelen, staat voetbal nog altijd op één. Wat hem betreft blijft dat ook zo. Pianospelen is en blijft vooral een hobby. Toen Anderson, die eerder bij Ajax en AZ onder contract stond, van Amsterdam naar het rustige Oudwoude (Kollumerland) verhuisde, was zijn witte Yamaha-piano eerder ingepakt dan het bed. Liever op een betonnen vloer slapen dan geen zachte pianoklanken in huis, was zijn gedachte. Vriendin Lorraine Clewits zal ongetwijfeld haar wenkbrauwen even hebben gefronst.

,,Als ik thuiskom, kan ik zo drie uren achter de piano zitten. Het is voor mij een soort van ontspanning. Maar als ik er geen zin in heb, kijk ik de piano ook niet aan. Het moet voor mij geen verplichting worden. Ik zou er dan ook niet mijn werk van willen maken, mocht het in het voetballen niet slagen.’’

Op les gaat hij dan ook zeker niet meer. ,,Daar ga ik mijn vrije tijd niet aan verspillen. Ik heb het mezelf geleerd. Tot je 65ste kun je dit bijscholen. Ik zou nog iets makkelijker met mijn vingers kunnen werken, wanneer ik les zou krijgen. Maar als ik al zo ver kan komen, hoeft het ook niet.’’ Lachend: ,,De mensen die vroeger zeiden dat ik op les moest, hoor ik nu ook niet meer.’’

Bekijk hier en hier (app-gebruikers) een video.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement