De olympische koffer vol kleur van Olof van der Meulen

Olof van der Meulen tussen de shirts die het verhaal over zijn volleyballoopbaan vertellen. FOTO NIELS DE VRIES

Olof van der Meulen gaat verhuizen. Bij het opruimen komen de herinneringen aan zijn volleyballoopbaan tevoorschijn. De olympische koffer van Atlanta 1996 zit vol met oude shirts.

Het vergeelde vliegtuiglabel aan de enorme koffer laat geen ruimte voor twijfel. ATL-AMS staat erop. Voor de olympische koffer die Olof van der Meulen kreeg voor de Zomerspelen van 1996 in Atlanta was de terugvlucht van de gouden volleybalploeg meteen de laatste. Hij dient sindsdien als opslagplaats voor de volleybalshirts die de Sneker heeft bewaard.

Een shirtjesfreak is hij beslist niet. ,,Wat muk der met’’, zegt hij in plat Snekers. Hij wijst op de koffer die uitpuilt van de volleybalshirts. Zelf gedragen of geruild met anderen. Ze komen er eigenlijk nooit uit. Maar weggooien, nee, dat is ook zonde. Keurig opgevouwen ligt de bonte verzameling te wachten om eens getoond te worden.

Animo

loading

Olof Van der Meulen graait in de shirts. Op de achterkant van een klein rood exemplaar met blauwe accenten staat in blauw de naam Animo. Geen rugnummer, geen reclame, een maagdelijk shirt. ,,Mijn eerste’’, zegt de Sneker. ,,Dit waren de kleuren van Animo. Deze droeg ik bij de mini’s.’’

Van der Meulen was als kind altijd aan het voetballen bij LSC. Omdat voetbal te vaak werd afgelast, zocht hij wat anders. Het werd volleybal. In de jeugd werd hij meerdere keren Nederlands kampioen. ,,Dat is met de senioren helaas nooit gelukt.’’

Hij pakt er nog een paar verwassen shirts bij. Een rode, een gele en een wit-blauwe. Met pontificaal de sponsornamen Richard Kempers en Detach er op. Van der Meulen schudt zijn hoofd. ,,Heerenveen heeft de pompeblêden, Cambuur geel en blauw. Clubkleuren moet je koesteren. Dit zal wel de mode van het moment zijn geweest.’’

Ze komen niet in de buurt van zijn eerste shirt. ,,Heerlijk stofje ook. Een shirtje moet ook mooi zijn. Dat voelt gewoon prettiger aan. In het Nederlands team speelde ik ook het liefst in oranje.’’

Jong Oranje

loading

Het talent van Van der Meulen bleef niet onopgemerkt. Hij pakt een oranje shirt dat als twee druppels lijkt op dat van het Nederlands elftal in het begin van de jaren tachtig. De Nederlandse leeuw prijkt op de borst. De lange mouwen kenmerken zich door gaten. ,,Brandplekken van het duiken’’, weet Van der Meulen.

Die eerste keer in het oranje gaf een heerlijk gevoel. ,,Je bent trots als je dat shirt alleen al over je hoofd trekt.’’ Het liefst had hij nummer 8 gehad. ,,Maar dat was al bezet, 7 was nog over.’’ Tot zijn achttiende mocht hij het shirt dragen. Daarna lonkte de wijde wereld.’’

Montichiari

loading

Van Animo naar de serie A1 in Italië op negentienjarige leeftijd. ,,Dat was niet normaal’’, zegt hij. Van der Meulen drapeert het witte shirt met lichtblauwe en oranje accenten liefdevol over de leuning van de bank.

Door Jan Posthuma kwam hij als negentienjarige in Italië terecht. Topclub Montichiari had in die tijd naast Posthuma ook Raúl Quiroga onder contract. De Argentijnse wereldtopper wilde niet bijtekenen. ,,Toen vroegen ze Jan of hij nog niet iemand wist.’’

Die wees op zijn stadsgenoot. ,,Ze kwamen kijken en ik speelde slecht. Na de wedstrijd is de manager van de club nog met ons mee naar huis geweest om een hapje te eten. Mijn moeder had stamppot gemaakt. Hij keek raar op.’’

Toch mocht Van der Meulen komen. Hij speelde ineens tegen wereldtoppers en Europees volleybal. ,,Na een half jaartje kwam Quiroga toch terug en kon ik naar huis. Maar het was fantastisch. Trainen, eten, volleyballen. Door dit fantastische shirt komen mooie herinneringen terug.’’

PZ Dynamo

loading

,,Niets bijzonders’’, zegt Van der Meulen over het wit-blauwe shirt met afgeknipte mouwen van PZ Dynamo. Hij maakte na terugkomst uit Italië het seizoen vol in Apeldoorn. Het was inmiddels 1991 en Van der Meulen werd voor het eerst Nederlands kampioen. ,,Daarna moest ik me melden bij de Bankras-hal.’’

Oranje

loading

In Amstelveen werd de basis gelegd voor het succes van de Lange Mannen. Tal van shirts van het Nederlands team komen tevoorschijn. Blauw, wit, oranje, rood. Trainingsshirts, wedstrijdshirts. ,,De eerste met mijn naam’’, zegt Van der Meulen over het donkerblauwe shirt met afbladderende letters op de achterkant.’’

Shirtjes van Oranje gingen na een wedstrijd op een grote stapel en kwamen bij de volgende interland gewassen weer uit de tas. Ook het witte shirt van de verloren finale van de Zomerspelen van Barcelona in 1992. Er komen meerdere tevoorschijn, sommige zitten nog in het plastic. Dan enige opwinding. ,,Dit is het finaleshirt, want hier staat mijn naam op.’’

Ook het shirt waarin hij vier jaar later olympisch kampioen werd, moest hij na de gewonnen finale tegen Italië gewoon inleveren. Later kreeg hij het alsnog. Van der Meulen pakt het shirt waarin hij zijn mooiste succes boekte erbij. De oranje vlammen, de leeuw. Een glimlach. ,,Er gebeurt veel op dat shirt. En er is ook veel in gebeurd. Mooi. Ik voelde me wel altijd prettiger in een mooi shirt. We wilden het liefst in oranje spelen. Met dat witte shirt hadden we niet zoveel. Misschien was het niet stoer genoeg.’’

Na elke wedstrijd werd de kleding in Atlanta gewassen. ,,Behalve de zwembroek die ik onder mijn volleybalbroekje droeg. Die waste ik nooit uit bijgeloof. Mijn teamgenoten waren er niet altijd blij mee’’, zegt hij lachend.

Nog een oranje shirt. Een effen exemplaar. ,,Dit was mijn laatste shirt van het Nederlands team. Misschien vind ik deze nog wel mooier. Het vlaggetje met NED eronder, het leeuwtje op het kraagje. Alleen had ik het kraagje liever rood-wit-blauw gehad.

Com Cavi Napoli

loading

Na de Spelen van 1992 verkaste Van der Meulen naar Napels. Aan clubkleuren deed Com Cavi Napoli niet, het was maar net wat de mode bracht. Wit, blauw, geel, allerlei varianten komen uit de koffer. ,,Dit is de mooiste’’, zegt Van der Meulen met een uitgevouwen roze shirt met gele banen aan de zijkant en blauwe mouwtjes. ,,Een echt volleybalshirt. Lekker stofje en niet heel wijd.’’

De andere Napoli-shirts zijn enorm. ,,Deze lelijke witte tent pas ik nu nog’’, zegt hij wrijvend over de buik. Hij herinnert zich de aankomst in Napels nog goed. ,,In de avond werden we afgezet bij een schitterend huis op de berg. De volgende ochtend bleek het aan de binnenkant een bouwval. Er zaten niet eens kranen in. Daar ben ik geen minuut langer gebleven.’’ Uiteindelijk week hij uit naar een appartement aan de kust.

Drie fantastische jaren beleefde hij in Napels. ,,Alleen over die tijd kan ik wel een boek schrijven.’’ Van der Meulen vertelt hoe hij een enorme schotel op het dak van zijn appartementencomplex aanbracht en via de regenpijp een draad naar zijn kamer leidde. ,,Ik wilde wel televisie kijken.’’

Het eten, de mensen, de warmte, het weer, bijna alles beviel aan Napels. ,,Een pizza Margherita in Napels, meer heb je niet nodig. Och, wat kon je daar lekker eten.’’ Alleen het reizen stond hem tegen. Bijna alle andere topclubs zaten in het noorden. Na drie jaar trok Van der Meulen dan ook noordwaarts.

Colmark Brescia

loading

,,Iets dichter bij huis, maar nog altijd 1200 kilometer van Sneek. Maar Brescia kon je nog in de auto bereiken. En bovendien zat Jan (Posthuma, red.) op 25 minuten rijden bij Montichiari. Daar kon ik ’s avonds een bakkie doen.’’ Tal van rood-witte shirts komen voorbij. De vele reclame valt op. ,,Het noorden is wat rijker’’, legt Van der Meulen uit.

NEC Rockets

loading

Ook in Brescia beleefde hij een fantastische tijd. In 1998 gaf hij toch toe aan een andere lokroep. Hij was gebeld met de vraag of hij naar Tokyo wilde komen. ,,Ik moest zelf maar zeggen wat ik wilde verdienen.’’ Van der Meulen zette hoog in. ,,Ze waren meteen akkoord en de Sneker stapte op het vliegtuig naar Japan.’’

Tranen in de ogen had hij toen hij de kleine kamer zag waar hij twee jaar zou moeten verblijven. Een bed, bureau en televisie, meer paste er ook niet in. Het sanitair was gemeenschappelijk en de huishoudster kookte. ,,Gelukkig kon ik bij haar ook naar huis faxen.’’

De dag na aankomst kocht Van der Meulen zijn eerste laptop. ,,De Japanse jongens hebben internet aangesloten. Dan belde ik in en kon ik de voetbaluitslagen bekijken en de Telegraaf lezen.’’ Uiteindelijk bleef hij vier jaar in Tokyo.

loading

Elk jaar was het shirt anders. Een potsierlijk shirt in een potpourri van kleuren komt tevoorschijn. ,,Dit is zo lelijk dat het weer mooi is.’’ Ook zijn mooiste volleybalshirt komt uit Japan. Gitzwart met blauwe randen, het nummer 29 pontificaal op de borst. ,,Dat nummer koos ik, omdat ik 29 was toen ik naar Japan ging.’’

Zijn eigen tolk was altijd mee. Hij paste zich aan de cultuur aan, deed mee aan de rituelen om de sporthal te vrijwaren van geesten en bij tempelbezoeken ging hij altijd mee met zijn Japanse ploeggenoten. En wanneer de kersenbomen in volle bloei stonden deed hij maar al te graag mee aan de barbecue op straat. Met een biertje erbij. ,,Een mooie tijd, maar een klere eind weg.’’

Omniworld

loading

Het ene na het andere shirt komt uit de koffer. Van zichzelf, gedragen tijdens Allstar-wedstrijden in Italië, dubbele en ook geruilde exemplaren. Het Japanse nationale team, Amerika, Italië, Argentinië en een van Treviso. Bruin met zwart en vol met sterren. ,,Dit shirt heb ik van Jan gekregen. Dit is wel een van de mooiste.’’

Dan een onopvallend bruinrood shirt. Van Omniworld. De Almeerse club in opbouw, waarvoor hij na terugkeer uit Japan nog twee jaar speelde. Van der Meulen moest bij de middagtrainingen aanwezig zijn en mocht ’s ochtends zelf bepalen of hij er was. ,,Ik was er altijd, want ik wilde niet afbouwen Het shirt? Niets speciaals, een beetje triest zelfs.’’

Scharneklappers

loading

De koffer is bijna leeg. Nog een keer een trots gezicht achter een volleybalshirt. Dat van Scharneklappers, het vriendenteam uit Sneek. Hij speelde er met onder anderen Jan Posthuma. ,,Geel en blauw zijn de clubkleuren, maar wij wilden een keer modern doen’’, zegt hij lachend. Vandaar de fluorescerende gele letters op het shirt. ,,Omdat mijn naam er opstaat, vind ik het een mooi shirt.’’

Hij merkte aan het einde van zijn volleyballeven dat tegenstanders maar wat graag de olympisch kampioen wilden afblokken. ,,Logisch, gefeliciteerd. Alleen die kinderachtige reacties snapte ik niet.’’

Volleyballen bij de Scharneklappers was fantastisch. En nog is hij graag bij de groep. ,,We volleyballen niet meer, maar zijn een herensociëteit. We doen nog dingen, alleen is dat lastig in coronatijd.’’ Lachend: ,,We hebben nogal wat mannen in de risicogroep.’’