In het veld trekt ze aan de touwtjes. Als spelverdeelster moet ze VC Sneek - dat morgen de competitie hervat - bij de hand nemen. Buiten de lijnen is er een andere Nienke Tromp. ,,Daar loop ik niet voorop.’’

Ze kan zich wel voorstellen dat mensen denken dat een spelverdeler een haantje de voorste is, iemand die graag op de trom slaat en het van nature in zich heeft de leiding te nemen. ,,Maar dat is niet de aard van dit beestje’’, zegt Nienke Tromp.

,,Ik draag gewoon een steentje bij. Daarvoor hoef je niet ‘de baas’ te zijn. Binnen het veld ben ik vaak bepalend voor wat er gebeurt, maar buiten de wedstrijden is dat zeker niet het geval.’’

Misschien is ze juist wat te lief voor haar ploeggenotes? Moet een spelverdeler, na beroerd te zijn aangespeeld, niet figuurlijk met de vuist op tafel slaan? ,,Dat wordt soms wel tegen me gezegd. Zo van: geef ze eens op hun kop als er iets fout is gegaan. Maar zo ben ik ook niet.’’

,,Als ik wat zeg, is dat altijd vanuit een positieve instelling. Iets van: ‘Oké, volgende bal beter’. Dat komt eigenlijk ook voort uit de aard van het spel. Volleybal gaat snel, je kunt niet in een fout blijven hangen. Ik kan niet iemand de grond in boren, want het volgende punt komt er alweer aan. Blijf je in die ene misser hangen, kan je dat een serie punten kosten.’’

Prijs

Tromp is aan haar vijfde seizoen bezig in de hoofdmacht van VC Sneek. De 24-jarige volleybalster uit Joure deed sinds haar entree in de eredivisie voortdurend mee om de prijzen. ,,Enkele finales bereikt, Europees gespeeld en veel ervaring gekregen. Uiteindelijk één beker gewonnen.’’

Slechts eentje? ,,Je wilt natuurlijk zoveel mogelijk winnen, maar je moet realistisch blijven. We doen ons stinkende best, trainen en spelen vier, vijf keer in de week, maar al met al is het een uit de hand gelopen hobby.’’ Meer dan de eer en de schouderklopjes levert het niet op, weet Tromp. Dat is niet erg, ,,want het is een heerlijke uitlaatklep. Zeker in deze tijd besef ik heel goed dat we bevoorrecht zijn dat wij aan sport mogen doen.’’

Brood op de plank komt er via haar werk als laborante bij het Radiotherapeutisch Instituut Friesland. ,,32 uur per week, vanuit het MCL in Leeuwarden. Ik voer bestralingen uit.’’ Eén van haar collega’s is ploeggenote Sjanet Wijnia. ,,Ja, we hebben het op het werk wel eens over het volleybal.’’

Tromp en Wijnia zijn niet de enige Sneek-speelsters die werken in zorgverlenende sectoren. ,,Het zijn er vijf. Je hoeft ons niets te vertellen over coronaprotocollen. Daar hebben wij op ons werk al tien maanden mee te maken, elke dag.’’

Tromp hult zich regelmatig in beschermende kleding. ,,We hebben met iedere patiënt kort contact, minder dan een kwartier, maar je komt wel dicht bij elkaar. Er wordt geen enkel risico genomen. Vanuit mijn werk ben ik één keer getest, nadat gebleken was dat ik met iemand contact had gehad die corona had.’’

Die test viel negatief uit voor Tromp. ,,In maart, bij het begin van de uitbraak, heb ik het wel gehad’’, vertelt ze. ,,Ik ben meteen in quarantaine gegaan. Ik heb me niet laten testen, maar heb de verschijnselen gehad. Hoofdpijn, koorts en even geen smaak en geur.’’ Lachend: ,,Ik lustte ineens geen ei meer. Nu wel weer.’’

Overbelasting

Zeker in de huidige omstandigheden vraagt het werk veel energie, ,,en dan heb je er ook nog een baan als volleybalster bij’’, zegt Tromp met een lach. Het is geen strafwerk. ,,Zeker niet. De combinatie is pittig, maar ik wil niet anders.’’

Ze moet zichzelf wel in acht nemen. De spelverdeelster weet dat bij overbelasting rug- en kniepijn op de loer liggen. ,,Mijn onderrug blijft kwetsbaar. Het gaat vaak om één wervel die scheef staat. Ik moet me regelmatig laten behandelen.’’ Momenteel (,,Afkloppen’’) heeft Tromp geen klagen. En dat terwijl niet voor de eerste keer flink is toegewerkt naar de (her)start van de competitie.

,,Ik vind dat we het goed gedaan hebben. Natuurlijk was het eerst lastig, maar je kunt ook voordeel halen uit de regel dat je slechts met twee speelsters tegelijk mag trainen. We hebben effectief getraind, intensiever dan anders en zelfs nieuwe varianten kunnen inslijpen. Er zitten nu meer looplijnen in ons spel. Dat vergt meer van mijn creativiteit, maar dat vind ik alleen maar mooi.’’

Wel staken de speelsters van VC Sneek de koppen bij elkaar toen bekend werd dat de eredivisie vanaf januari mocht worden hervat. ,,Moesten wij die uitzonderingspositie wel willen? Is het verantwoord om te doen? Daar hebben we met elkaar goed over nagedacht en gesproken.’’

,,Als iemand niet had willen spelen, had de rest van het team daar begrip voor gehad. Dat had niet alleen met de meiden uit de zorg te maken; het had ook om een speelster kunnen gaan die het moeilijk had gevonden omdat ze kwetsbare familieleden heeft. Wij zijn een hechte groep, waarin meningen worden gerespecteerd.‘‘

,,Uiteindelijk waren we unaniem: we willen graag weer spelen. Maar ik kan het standpunt van Peelpush, om voorlopig niet mee te doen, goed begrijpen. De huidige situatie moet niet onderschat worden. Of je nu volleybalt of niet; iedereen moet zijn gezonde verstand blijven gebruiken.’’

Onnatuurlijk

Het was wennen. Niet alleen buiten de lijnen - afstand houden en thuis douchen – maar ook op de speelvloer. ,,Het advies is om het yellen en schreeuwen zoveel mogelijk te beperken. Dat voelt voor een volleyballer onnatuurlijk. We doen het minder dan normaal, maar het blijft lastig.’’

In aanloop naar de wedstrijden moeten er sneltesten worden uitgevoerd. Binnen de selectie is afgesproken dat als een speelster positief wordt getest, iedereen vijf dagen in quarantaine gaat. Dat kan betekenen dat een wedstrijd wordt afgezegd. De consequenties van die keuze worden aanvaard.

Tromp c.s. (met al een gewonnen wedstrijd op zak) staan morgenavond meteen voor de pittigste klus: Sliedrecht uit. Op 3 oktober ging de halve finale van de strijd om de Super Cup ruim verloren. Het verschil tegen de landskampioen en bekerhouder liep in drie sets op tot 22 punten. De ploeg versterkte zich nadien ook nog eens met de ervaren international Kirsten Knip.

,,We waren aardig kansloos’’, erkent Tromp. ,,We gaan die wedstrijd uitgebreid terugkijken om te zien waar we het beter moeten doen. Tegelijkertijd moet je afwachten hoe compleet ploegen blijven. Test iedereen voortdurend negatief? Wat dat betreft heeft de poging om de competitie af te maken toch ook iets van ‘op hoop van zegen’.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct