Door hem alleen als honkbalfanaat te omschrijven, daarmee doe je Bé Lamberts te kort. Terwijl ‘zijn’ Drachten Diamonds de 60ste verjaardag viert, verschijnt opnieuw een boek over architectuur van zijn hand. Tegelijkertijd schildert doctorandus Lamberts (70) de fraaiste werken, verzamelt hij kunst of beluistert hij een van zijn duizenden platen en cd’s. ,,Niets doen is niks.’’

Verrek, Bé Lamberts beschikt ook nog over een televisie. Je zou het gedateerde exemplaar van krap aan 20 bij 30 centimeter bijna over het hoofd zien. ,,Groter kan-ie niet zijn’’, zegt de Drachtster in zijn flat annex mancave. ,,Anders heb ik te weinig plaats voor mijn boeken, elpees en cd’s. Ach, de ogen zijn nog behoorlijk en zolang ’t ding het doet, doet-ie het.’’

Veel vaker dan voor de buis, is Lamberts te vinden achter zijn schildersezel, op het honkbalveld, op zijn lederen tweezitter (luisterend naar muziek dan wel lezend) of aan een van zijn twee bureaus. Een uur niets gedaan, is een uur niet geleefd. ,,Ik heb gelukkig nog veel energie’’, aldus Lamberts. ,,Ik word dit jaar 71, maar ik voel me nog hartstikke goed. Geen enkele reden om maar wat onderuit te gaan hangen. Waarom zou ik niet lekker een partijtje honkballen zo lang dat kan?’’

Hij wijst naar zijn atelier, ofwel de met teken- en schilderspullen volgestouwde achterkamer. Tussen de deurposten is een ijzeren stang bevestigd. ,,Als ik ’s ochtends mijn push-ups heb gedaan, trek ik me daar vijftig keer aan op. Daarna laat ik me helemaal ontspannen hangen. Uitstekend voor spieren en gewrichten.’’

Laat Lamberts maar schuiven. Door werk, sport en andere liefhebberijen zijn de jaren omgevlogen. Lachend: ,,Ik kon het bijna niet geloven toen ik met pensioen kon.’’ Sindsdien is er alle tijd voor vrijwilligerswerk, bij onder andere Smelne’s Erfskip (behartiger van de cultuur-historische belangen in de gemeente Smallingerland) en de honk- en softbalvereniging Drachten Diamonds. ,,Ik ben met voorsprong het oudste lid.’’

Opnieuw is er die twinkeling in de ogen. ,,De club is van 1961; drie jaar na de oprichting werd ik lid. Van alles gedaan, op en buiten het veld. Als speler vulde ik de gaatjes, ik heb op alle posities gespeeld. Tevens ben ik voorzitter geweest, pr-man, trainer, noem het maar. Honkbal is een groot deel van mijn leven, een heel groot deel.’’

Gelukkige jeugd

Bé Lamberts is van 1950. De voornaam verraadt zijn Groningse afkomst. ,,Geboren in de stad; vernoemd naar mijn vader, opa en overgrootvader. Ik ben de oudste van vijf kinderen. Al sliepen mijn drie broers en ik op één kamer, we zijn niks tekortgekomen. Het was in ons gezin geen vetpot, maar ik wens alle kinderen de gelukkige jeugd toe die ik heb gehad.’’

,,Toen ik net 10 was, zijn we naar Drachten verhuisd. Daar werkte mijn vader in de woninginrichting. Ik ging voetballen bij Drachtster Boys en als mijn vriendjes en ik niet op het veld waren, voetbalden we in de straat. Eén van die vriendjes had een broer die in Amerika was geweest. Hij had een honkbalhandschoen en een bal meegenomen. Op het moment dat ik die handschoen aan mocht en we gingen overgooien, voelde ik me geweldig. Ik raakte meteen in de ban van het spel. Toen we hoorden dat er in Drachten een echte honkbalclub was, zijn we meteen gaan kijken. Er speelden Amerikanen mee; soldaten die in Darp gestationeerd waren. Machtig interessant natuurlijk.’’

Lamberts kon al snel een aardig balletje slaan en vangen. ,,Ik was pitcher en haalde de voorselectie van Jong Oranje. Tijdens trainingen in Eindhoven heb ik m’n hele arm de vernieling ingegooid. Dat was jarenlang een pijnlijke bedoening, maar bij Drachten kon ik nog wel aardig meekomen. We hebben schitterende tijden beleefd, al waren het soms loodzware weekenden met twee wedstrijden en verre uitwedstrijden. We vlogen naar Amsterdam en Haarlem, want we speelden op hoog niveau, mede omdat er veel Curaçaose en Arubaanse jongens met veel honkbalervaring meededen. Je was van tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds op pad en daarna moest ik nog een verslag schrijven voor de Drachtster Courant .’’

loading  

Jaren eerder was Lamberts teruggekeerd naar zijn geboortestad om daar de kunstacademie te bezoeken. ,,’Bé kan zo mooi tekenen’, werd altijd gezegd. Als mijn ouders aan de kunstacademie dachten, kregen ze er beelden bij van Sodom en Gomorra, maar toen ze hoorden dat je er ook voor leraar kon studeren, mocht ik erheen. Het was precies in de ‘wilde’ jaren rond 1970. Seks, drugs, rock-‘n-roll, maar ik was aardig braaf. Wel altijd een vrijbuiter geweest, maar ik rookte en dronk in die periode niet en ging nog vaak naar mijn ouders, om de praktische reden dat ik dan verzekerd was van een warme prak. Je moet ook wat geluk hebben met je vriendenkring.’’

Weer die jongensachtige grijns boven het kekke strookje haar op zijn kin. ,,Van de drank en drugs bleven we af, maar de dames vonden we zeker wel interessant.’’

Volleybalfinale

Dat laatste leidde overigens nooit tot een langdurige relatie, laat staan kinderen. ,,Zo loopt dat nu eenmaal. Ik had altijd heel veel andere dingen. Ik waardeerde de vrijheid en ervoer het niet hebben van een relatie nooit als een gemis. Op een gegeven moment ben je zo lang alleen dat je daar helemaal aan gewend bent. Ik heb me trouwens nooit ‘over’, zielig of alleen gevoeld.’’ Edoch: op 60-jarige leeftijd is het er toch nog van gekomen, vertelt Lamberts. ,,Al bijna elf jaar een steady lat-relatie, met Sandra uit Leeuwarden. Heel fijn.’’

Hij koesterde zijn onafhankelijkheid en tegelijkertijd de vele goede verhoudingen met vrienden en familie. ,,Mijn zus emigreerde naar Amerika, Atlanta. Daar ging ik minstens één keer per jaar heen. Natuurlijk voor haar en mijn zwager, maar ook voor het honkbal. Ik ben uiteraard bij de Atlanta Braves geweest en ook bij de Yankees en de Mets in New York, bij de Red Sox in Boston, bij de Chicago Cubs. Toen de Olympische Spelen in 1996 in Atlanta werden gehouden, wilde ik daar uiteraard ook bij zijn.’’

Is Lamberts bij de… ,,Ja! Het sportmoment van de twintigste eeuw: de volleybalfinale met de Nederlandse mannen! Geweldig verhaal. Mijn zus en haar vriend hadden daar kaartjes voor; ik niet. Terwijl ik met ze mee was gelopen en vervolgens buiten de hal wat liep te sippen, raakte ik aan de praat met twee beveiligers. Ze hadden kennelijk medelijden met een man die met de ziel onder zijn arm liep. ‘ Are you volleybalfan ?’, vroegen ze. Toen ik bevestigend antwoordde en erbij zei dat ik uit Nederland kwam, trok een van die mannen zó een toegangskaartje uit zijn borstzak. ‘ Here, for you. Enjoy! ’ Zat ik ineens op de vierde rij, net zo mooi vooraan als prins Willem-Alexander. Die intense vreugde van die mannen na het beslissende punt in de vijfde set… Wát een geweldige happening.’’

Alles interessant

Lamberts had net zo lief voor het entreebewijs willen betalen, ,,want ik had en heb het prima. Ik had kunstgeschiedenis en archeologie gestudeerd en werd leraar tekenen en kunstbeschouwing. Daarna heb ik mijn doctoraal in de architectuur behaald. Ik vond werkelijk alles interessant. Ja, ik had kunstenaar kunnen worden en dan via de ‘contraprestatie’ en beeldende-kunstenaarsregeling aan geld kunnen komen, maar dat trok me niet. Ik wilde mijn hand niet op houden en af en toe wat kunstwerken inleveren waar geen kwaliteitscriteria voor golden. Ook leek kunstenaar me een eenzaam bestaan. Ik zag mezelf niet in mijn eentje op een zolderkamertje zitten, terwijl ik graag onder de mensen wilde zijn.’’

Had hij als tekenaar of schilder niet willen doorbreken? ,,Nee. Niet om om mezelf op de borst te slaan: ik kan best iets moois maken, maar de drang om bekend te worden, heb ik nooit gehad. Laat mij maar rustig mijn gang gaan. Ach, het gaat met mij ook alle kanten op. Ik schilder de ene week realistisch en een week later abstract. Dan weer in grijstinten en de volgende keer in felle kleuren. Dat is in de kunstwereld not done , maar het bevalt mij prima. Ik ben iemand van buiten de hokjes, een echte liefhebber.’’

De Drachtster werkte uiteindelijk tot z’n 63ste ,,met geweldig veel genoegen’’ in de architectuur. ,,Ik heb onder andere gewerkt voor Monumentenzorg. Tevens werd ik ingehuurd door gemeentes en provincies. Ik beoordeelde oude gebouwen en monumentale panden, bijvoorbeeld of ze in aanmerking kwamen voor een plaats op de rijksmonumentenlijst. Mijn specialisatie is de bouwkunst uit de negentiende en twintigste eeuw. Ik denk dat ik overal wel ben geweest, behalve in Zeeland en Limburg. Ik heb duizenden gebouwen bekeken, gefotografeerd en gedocumenteerd. Mijn grote passie is de bouwkunst van rond 1900, Art Nouveau.’’

loading  

Lamberts schreef er inmiddels een aantal boeken over. Lachend: ,,Al staan er bijna net zoveel foto’s in als woorden.’’ Deze zomer verschijnt zijn volgende werk. ,,Ik denk wel vierhonderd pagina’s. Ik heb de uitgever gezegd dat ik er niet aan hoef te verdienen. Maar niemand schiet er bij in, want vergis je niet: er is voor dit onderwerp veel belangstelling. Ik ben zeker niet de enige die tijdens stadswandelingen met zijn hoofd in de nek loopt. Ik kijk niet naar winkels, maar naar gevels. Dat zouden meer mensen moeten doen, dat verrijkt je leven. Als ik in Barcelona ben, voel ik me als een kind in een snoepwinkel. Maar wat denk je van Leeuwarden en Sneek? Schitterende gebouwen, prachtige gevels, unieke schilderingen en glas-in-loodramen. Mán, ik blijf kijken en fotograferen.’’

Verzamelwoede

Op zijn externe harde schijf en laptop bevinden zich duizenden en nog eens duizenden foto’s van gebouwen die rond 1900 zijn neergezet. Die verzamelwoede neemt weinig ruimte in beslag. ,,Maar door mijn andere liefhebberijen ben ik bijna mijn eigen flat uitgegroeid.’’ Wat heet: in zijn woning is werkelijk geen onbezette vierkante decimeter meer te vinden. Wanden zijn aan het oog onttrokken door honderden boeken en minstens 1500 langspeelplaten en 2500 cd’s. ,,55 jaar geleden kocht ik mijn eerste elpee, Face to face van The Kinks . Twaalf jaar later heb ik in Amerika een concert van ze meegemaakt. Weet je wie er in het voorprogramma speelden? Blondie en Tom Petty and the Heartbreakers ! Er is zó veel goede muziek, ik ben daardoor zo’n beetje tegen wil en dank verzamelaar geworden.’’

Geen enkele elpee of cd dubbel? Lamberts – ook mede verantwoordelijk voor de inventarisatie van de vijftien begraafplaatsen in Smallingerland – is geneigd deze vraag ontkennend te beantwoorden, maar moet een nuance plaatsen. ,,Er zijn platen uitgegeven met verschillende hoezen. Alleen al van Do it yourself van Ian Dury and The Blockheads , uit 1979, bestaan 34 varianten. Echte verzamelaars willen ze allemaal en hebben daar kapitalen voor over. Ik heb er een paar, dat is goed genoeg. Het is gewoon leuk.’’

Muziek en kunst: Lamberts heeft een brede smaak. ,,En wat de een kunst vindt, noemt een ander kitsch. Wat vind je van dat beeldje op de vensterbank?’’ Hij wijst op een 10 centimeter groot mannetje van hout, fraai bewerkt. ,,Gekocht in een kringloopwinkel, voor welgeteld een dubbeltje. Later werd het getaxeerd op 250 euro.’’

Hij gaat vervolgens voor naar zijn atelier, waar de bewegingsvrijheid minimaal is. Dat belet hem niet zich uit te leven op een groot doek. ,,En als het klaar is, begin ik aan het volgende. Als we straks uit de corona zijn, gaan we in Drachten een expositie inrichten van werken van lokale kunstenaars. Doe ik er misschien ook een paar van mezelf bij.’’

Bé Lamberts kan niet wachten tot het zover is. ,,Ik begrijp heel goed dat er regels moeten zijn, maar dat de terrassen wel open mogen en musea en sportvelden niet of nauwelijks, dat vind ik onlogisch. Nou ja, ik ben wat dat betreft niet onpartijdig natuurlijk. Maar goed, we moeten er doorheen. Dat lukt me wel. Ik tel dagelijks mijn zegeningen en weiger op m’n krent te gaan zitten.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Sport
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct