Broers Bart en Henk Hainja wilden geen prof zijn

Bart en Henk Hainja, voetballers van Heerenveen. Elftalfoto uit 1960

Tussen 1957 en 1965 kon het Heerenveen-publiek genieten van twee bijzondere broers: Bart en Henk Hainja. Bart haalde het Nederlands amateurelftal, Henk was jeugd- en amateur-international.

Het zijn twee vrolijke jongens, de broertjes Hainja, die vv Heerenveen wat plezier komen brengen in het post-Abe tijdperk. De club is in de jaren vijftig afgezakt naar de Tweede Divisie, het derde voetbalniveau van Nederland. Qua allure is er niet veel verschil meer tussen de top van de amateurs en de Tweede Divisie.

Niet in het minst dankzij Bart en Henk Hainja wordt het in de lente van 1960 wat leuker allemaal, want dan promoveert Heerenveen eindelijk naar de eerste divisie, het tweede niveau in Nederland.

Voetballen voor hun plezier

Tweede divisie, eerste divisie – het maakt voor de Hainja’s niet zo veel uit. Het ‘betaald voetbal’ is voor hun medespelers nog altijd niet veel meer dan ‘tientjes-voetbal’. Trainingsarbeid wordt betaald met een paar rijksdaalders, na een overwinning kun je met je meisje een hapje gaan eten en dan is ook dat geld van de premie weer op.

Het maakt de Hainja’s niets uit. Ze voetballen voor hun plezier. Eenmaal op het veld doen ze geweldig hun best, daar niet van. Ze zijn in kwalitatief opzicht samen met de begaafde Eise Bosma, goalgetter Sikke Venema uit Zwaagwesteinde en de vaardige stopperspil René Baudoin ook de beste spelers van Heerenveen.

Maar nooit zullen de broers voor de gekkigheid van een contract kiezen. Bart Hainja, tegenwoordig door veel fysiek ongemak gekluisterd aan een rolstoel maar nog altijd gezegend met optimisme en pretogen, geeft aan dat de noodzaak er ook niet was om officieel semi-profvoetballer te worden.

,,We hadden thuis een carrosseriebedrijf’’, vertelt hij thuis, in zijn woonplaats Heerenveen. ,,Daar ben ik later directeur van geworden en weer later is dat bedrijf verkocht aan VDL in Eindhoven. Toen onze vader nog directeur was, liet hij altijd weten het heel leuk te vinden dat we zo aardig konden voetballen, maar hij verbood ons een contract te tekenen en dat vonden wij best.’’

,,Vader vond dat je aan zoiets leuks als het spelen van voetbal geen geld moest willen verdienen, zo simpel was het. Henk en ik hebben daar nooit moeite mee gehad. Zelf hadden we de drang ook helemaal niet om voor geld te spelen. Het was voor ons natuurlijk ook wat gemakkelijker dan voor andere jongens om dat geld van de voetballerij te laten liggen. Van huis uit hadden wij het goed, we hadden het geld van Heerenveen niet nodig. Toen ik in Delft studeerde wilde Feyenoord mij graag hebben. Maar ook toen heb ik nooit overwogen om bij die club profvoetballer te worden. Mijn vader wilde het niet en ik wilde het ook niet.’’

Twee verschillende voetballers

Bart en Henk Hainja zijn twee heel verschillende voetballers. Bart heeft een groot en sterk lichaam. Hij is goed in de lucht, scoort vrij gemakkelijk, maar is qua techniek geen bijzondere voetballer. Henk is juist een frêle speler. Hij drijft op zijn techniek, die hij in beide benen heeft gepolijst.

Henk heeft zoveel talent dat hij al op zijn zestiende debuteert in het eerste elftal van Heerenveen, ruim twee jaar nadat zijn vier jaar oudere broer die stap al heeft gezet. Henk debuteert op 18 oktober 1959 in de uitwedstrijd tegen Oldenzaal. Het wordt 1-1 en de junior opent halverwege de eerste helft de score.

Vijftienhonderd mensen willen een week later dit talent in de thuiswedstrijd tegen Tubantia wel eens aan het werk zien. En dan gaat het helemaal voortvarend. Henk speelt opnieuw als rechtsbuiten. In de tweede helft scoort hij in een tijdbestek van tien minuten twee keer, waardoor Heerenveen met 3-1 wint.

Hierna zwerft hij dankzij zijn tweebenigheid door de hele voorhoede van het team, dat Siem Plooijer als trainer-coach heeft. Henk speelt net zo gemakkelijk vanaf links als vanaf rechts. Ook als binnenspeler kan hij goed uit de voeten, maar het meeste plezier beleeft hij toch als klassieke buitenspeler, die de back uitspeelt, vervolgens een gave voorzet geeft, maar even zo lief zelf verder op zoek gaat naar een doelpunt.

Dat scoren lukt hem in zijn eerste jaar als speler van Heerenveen aardig. Hij maakt in 19 wedstrijden 7 doelpunten, maar dé schutter in het seizoen 1959-’60 is Sikke Venema. De kleine draaitol uit Zwaagwesteinde maakt in 26 wedstrijden maar liefst 24 doelpunten. Mede hierdoor bereikt Heerenveen de eerste divisie.

Promoveren

Het realiseren van die promotie gaat overigens niet van een leien dakje. Het is Bart Hainja die er nog een bijzondere rol in speelt. Hij is de enige speler in de historie van het Nederlandse betaald voetbal, die op één dag in twee verschillende wedstrijden in actie komt. De eerste betreft het grote verlangen van promotie met Heerenveen, de tweede een Olympische interland.

Hier gaat een lang verhaal aan vooraf. Op 21 februari 1960 speelt Heerenveen de uitwedstrijd tegen PEC Zwolle. Beide clubs hebben nog een kans om te promoveren. In Zwolle opent Rinus Nijhoving al in de zesde minuut de score. Heerenveen weet dat er absoluut niet mag worden verloren en probeert op alle mogelijke manieren de gelijkmaker te realiseren.

Dat lukt pas in de 88ste minuut. Verdediger Klaas Ringia knalt de bal dan uit een vrij trap langs doelman Hans van Rotterdam: 1-1. Kort tevoren heeft Bart Hainja de bal uit een strafschop hard op de paal geschoten, waarna zijn broertje wel snel reageert, maar huizenhoog over schiet.

De dolle vreugde in het Friese kamp na de gelijkmaker wordt na afloop even getemperd, omdat PEC een officieel protest indient tegen het doelpunt van Ringia. Hij zou zijn vrije trap al hebben genomen voordat scheidsrechter Wim Vlak hiertoe het licht op groen had gezet. De scheidsrechter vindt het protest van de Zwolse club heel raar, maar de protestcommissie kijkt hier na het horen van diverse betrokkenen anders tegenaan. Het doelpunt wordt geannuleerd en de laatste twee minuten moeten worden overgespeeld.

Dat gebeurt pas op 2 april en in die twee minuten moet Heerenveen scoren om rechtstreeks te promoveren. Bart Hainja wil er absoluut bij zijn in Zwolle en dat is waarachtig een probleem, want het toeval wil dat hij diezelfde dag, ook in Zwolle (!), met het Nederlands amateurelftal tegen de ploeg van Groot-Brittannië het veld in moet voor de laatste kans op plaatsing voor de Olympische Spelen in Rome.

Voor een krat bier

In beide missies is het resultaat voor Bart negatief. PEC houdt de 1-0 vast, alle aanmoedigingen van de honderden Heerenveen-fans en de stormloop op het Zwolse doel ten spijt. Na die twee minuten kleedt Bart zich razendsnel om. Even verderop moet hij op het veld van ZAC aan de slag met de nationale amateurploeg, waarin hij als rechtsbuiten de vijfmans-aanval vormt met Jan ten Hoopen (Quick Den Haag, later ADO), Paul Bouwman (Kon. HFC, hij is de broer van tv-coryfee Mies Bouwman), Thijs Libregts (dan nog Excelsior, even later Feyenoord) en Leo de Kleermaeker (Vitesse).

De Britten zijn te sterk en winnen met 5-1. Geen Olympische Spelen dus voor Bart Hainja, maar uiteindelijk toch promotie naar de eerste divisie. Nadat een beslissingswedstrijd om de tweede promotieplaats in Deventer van Enschedese Boys met 2-0 is verloren, biedt een volgende barrage over twee duels, tegen het Limburgse Roda Sport, soelaas: eerst 4-0 in Heerenveen, hierna 0-0 in Kerkrade.

Bart Hainja stopt na het seizoen 1960-61 als voetballer. Henk gaat nog door tot de lente van 1965. Hij is dan nog altijd maar 22 jaar en onverminderd een klassespeler, maar de meest vrijblijvende aller voetballers besluit voortaan als student ‘voor een krat bier’ in Groningen bij amateur-vierdeklasser Forward te gaan spelen.

Cambuur en Heerenveen

En dan te bedenken dat hij als jongen van achttien jaar op het EK voor de jeugd in Portugal op de linksbuitenplaats de fameuze Ajacied Piet Keizer op de bank hield. Keizer vermaakte zich overigens kostelijk met zijn concurrent, die bovenal zijn maatje was. De wereldvoetballer die Keizer later werd, gaf ooit aan nooit meer zo veel te hebben gelachen als in zijn jonge jaren met Henk Hainja. Die was verschrikkelijk goed, maar nam niets serieus. Volgens Keizer was Henk een uitzonderlijk talent, maar zijn sportieve ambities lagen totaal niet in het verlengde van dat talent.

Henk Hainja – hij woont al jaren in Raard - kampt tegenwoordig met enig geheugenverlies. In maatschappelijke zin bouwde hij eerder zijn accountantskantoor op. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was hij penningmeester en saneerder van de Friese Voetbal Bond en ook werd zijn financiële expertise benut door Cambuur en Heerenveen.