Geert-Arend Roorda (links) en Michel Breuer voor Het Kasteel.

Breuer en Roorda trainen samen Sparta onder 18: 'Onze visie op voetbal komt in grote lijnen overeen'

Geert-Arend Roorda (links) en Michel Breuer voor Het Kasteel. FOTO JAN DE GROEN

Waar Geert-Arend Roorda (32) gaat, duikt ook Michel Breuer (40) op. En andersom. De twee waren teamgenoten bij drie verschillende clubs, waaronder SC Heerenveen. Nu trekken ze als jeugdtrainers op Het Kasteel de kar bij Sparta onder 18.

Geert-Arend Roorda herinnert het zich als de dag van gisteren. Hij was in de zomer van 2012 nog maar net verkast van SC Heerenveen naar NEC, of trainer Alex Pastoor kwam naar hem toe.

‘Geert, ken jij nog een transfervrije speler die voor ons een versterking zou zijn?’, vroeg Pastoor. ‘Nou, je zou Breuer kunnen vragen’, antwoordde de middenvelder. Vlak daarna tekende Breuer, die na acht seizoenen Heerenveen eigenlijk op het punt stond naar NAC Breda te gaan, een contract bij NEC. De twee voetballers (bekerwinnaars in 2009) werden zo opnieuw clubgenoten.

Sparta

Anderhalf jaar later ging Breuer naar Sparta. Leo Beenhakker, toen commissaris technische zaken bij de club uit Rotterdam-West, kwam naar hem toe. ‘Michel, hoe zit het met die Roorda?’ Breuer wist dat ook zijn maatje wel wilde vertrekken uit Nijmegen. ‘Geert-Arend is een goeie, die moet je nemen’, adviseerde hij. En ja hoor, Roorda kwam naar Sparta. Uiteindelijk slechts voor een halfjaar, maar weer behoorden beide spelers tot dezelfde selectie. Nu werken de twee als trainers van Sparta onder 18 opnieuw nadrukkelijk samen. Ze zijn begin mei alvast begonnen.

De afgelopen twee seizoenen was Roorda assistent bij de Onder 19 bij Sparta, een team dat komend seizoen verdwijnt. Breuer was assistent bij de Onder 17, ook een team dat er na de zomer niet meer is.

Hij ontvangt zijn bezoek deze dag in De Bosselaar, een naar clubicoon Tinus Bosselaar vernoemde ruimte voor jeugdspelers en supporters, rechts van de kenmerkende torentjes van stadion Het Kasteel. ,,Ik vind het nog steeds gek om geen hand te geven”, zegt de oud-verdediger.

‘Beetje een poppenkast’

Net zo vreemd is het om zijn spelers op afstand te houden. Voor een training verzamelen de jonge voetballers zich bij de ingang. Vijf minuten voor het begin doet Breuer de deur open. ,,Het is een beetje een poppenkast”, erkent hij. ,,Maar we proberen de regels zo goed mogelijk te volgen. De jongens mogen niet te lang in de kleedkamer zijn, moeten zo snel mogelijk het veld op en gaan na afloop thuis douchen.”

Terwijl de Breuer praat, staat Roorda nog op het veld. Hij helpt deze middag bij de beloften. Even later komt hij binnen. ,,Zo Geert”, zegt zijn kompaan lachend. ,,Ik was net aan het vertellen dat ik komend seizoen de opstelling bepaal.”

Geen hiërarchie

In werkelijkheid is er van hiërarchie geen sprake. De twee doen het echt samen. ,,Best ongebruikelijk”, weet Breuer. ,,We kennen elkaar al heel lang. Geert en ik zijn bevriend, kan ik wel zeggen. Onze visie op voetbal is niet helemaal dezelfde, maar komt in grote lijnen overeen. Over de details hebben we goede discussies. We slaan elkaar niet de tent uit.”

,,Michel is heel erg rationeel”, zegt Roorda. ,,Niet normaal, zo stabiel. Ik ben emotioneler, vlieg wat vaker uit de bocht. Je zou het ook impulsief kunnen noemen. Als ik mijn dag niet heb, merk je dat meteen. Als Michel eens een mindere dag heeft, hebben de meeste mensen dat niet in de gaten. Ik vind ook sneller ergens iets van. Michel geeft alleen zijn mening als hij echt ergens verstand van heeft. Wat hij zegt snijdt dan wel meteen hout.”

Trainersvak

Roorda dacht er als jeugdspeler op sportpark Skoatterwâld al aan om trainer te worden. ,,Iemand anders iets leren, geeft me veel voldoening. Voor de klas staan als leraar zou me ook wel liggen. Ik vind het mooi om er voor iemand anders te zijn, om jonge mensen een duwtje in de goede richting te geven. Als het moet, kan ik hard zijn. Hier bij Sparta trainen jongens die hun droom willen waarmaken. Ik bepaal de norm waaraan ze minimaal moeten voldoen om uiteindelijk te slagen.”

Voor Breuer, die 293 officiële wedstrijden speelde voor Heerenveen, is het niet meer dan logisch dat hij het trainersvak is ingerold. ,,Na twintig jaar profvoetbal loop je niet zomaar even binnen bij een heel ander soort bedrijf. Bovendien, voetbal is nog steeds mijn passie. Dit is mijn wereld. Ik vind het nog steeds hartstikke leuk.”

Ambitie

Hij had tijdens zijn spelersloopbaan nog niet de ambitie om op een dag hoofdtrainer van een eerste elftal te worden. ,,Dat kwam door de uitstraling die veel coaches hebben als het heel slecht gaat. Je ziet het lijden. Als ze gewonnen hebben, zie je ze lachen. Als ze drie keer verliezen, is alles klote. Het is een emotionele wereld. Ik zou het niet prettig vinden om zo te moeten leven.”

Toch, nu hij een paar jaar jeugdtrainer is, kan Breuer zich wél voorstellen dat hij ooit eindverantwoordelijke wordt in het betaalde voetbal. ,,Dan moet ik eerst nog even twee trainersdiploma’s halen… Maar ik sluit het zeker niet meer uit. Het lijkt me mooi om mijn eigen ideeën over te brengen op een groep. Het scheelt dat ik een nuchter persoon ben.”

Lat hoog

Als speler hield hij van trainers die de lat hoog legden. ,,Ik wilde het gevoel hebben dat een trainer in de gaten had dat ik altijd alles gaf. Ik vond dat prettig. De aanpak van Gertjan Verbeek was heel bijzonder. Hij zat er altijd bovenop. Soms kwam hij misschien een beetje over als politieman, maar de manier van trainen was grandioos. Ik heb daar fysiek ook de vruchten van geplukt.”

,,Alex Pastoor was ook veeleisend”, vervolgt Breuer. ,,En Trond Sollied was misschien niet een trainer die hard was met woorden, maar hij had wel alles in de gaten. Aan de keuzes die hij maakte, zag je dat hij overal op lette. Je kon bij hem de kantjes er absoluut niet vanaf lopen.”

‘Blijven hameren op bepaalde zaken’

Een goeie trainer houdt zijn groep een heel seizoen scherp, zegt Breuer. Geen dag uitgezonderd. ,,Dat is volgens mij de sleutel. Veel mensen zijn van nature lui en niet gedisciplineerd. Daarom kun je als trainer na acht weken oefenen niet denken: nu zit het druk zetten of het afronden er goed genoeg in. Je moet blijven hameren op bepaalde zaken, volhouden. Anders verslapt de boel. Als speler was ik in staat elke dag het maximale te geven. Daar moest ik het van hebben. Daar kan ik ook in het trainersvak wel wat mee.”

Geert-Arend Roorda kijkt niet te ver vooruit. ,,Ik heb echt wel door wanneer ik wel of niet klaar ben voor een volgende stap. Stel: ik word gevraagd om assistent bij een eerste elftal van een profclub te worden. Dan zou ik daar natuurlijk over nadenken. Maar ik moet wel het gevoel hebben dat ik echt iets toevoeg. Als je de jongens niks kunt vertellen, dan ben je ze snel kwijt. Ik zet me nu volledig in voor Sparta onder 18. Dit is een logische stap in mijn carrière. Ik zie in de toekomst wel wat er op mijn pad komt.”

Terug naar Heerenveen

Over een aantal jaren terugkeren bij Heerenveen is een grote wens van Roorda. ,,Betrokken zijn bij de club waar het allemaal begonnen is, zou ik echt prachtig vinden. Elke keer als ik bij Heerenveen ben, voel ik me thuis. Ik bel geregeld met Johnny Jansen om even te sparren. Ik heb hem vier jaar lang als trainer gehad in de jeugd. Ik vond het een feest. Hij is zó bezeten. En hij is enorm gegroeid, vind ik. Mooi om te zien.”

Een functie buiten het veld ziet Roorda op termijn ook wel zitten. Hij wil misschien wel technisch directeur worden. ,,Ik heb genoeg ideeën. Altijd onderweg en bezig zijn, invloed hebben op aan- en verkoop van spelers. Dat lijkt me geweldig.”

Een eer

Voorlopig vindt hij het nog te mooi om op het veld te staan. Hij ziet het als een eer om samen met Michel Breuer een elftal te trainen. ,,Het was in het begin even zoeken voor ons beiden. Vorige week was ik met een planning bezig. Toen bleek dat Michel hetzelfde deed. De afstemming kan nog beter. We moeten nog een goede modus vinden, maar dat gaat lukken.”

,,We moeten nog leren”, zegt Breuer. ,,Geert en ik hebben best in de gaten dat het allemaal nog niet perfect loopt. Het is voor ons nog puzzelen, zeker in deze coronatijd. Vroeger dacht ik vaak: waar zijn die trainers zo druk mee. Nu begrijp ik het wel. Zelfs het feit dat de ballen zijn opgepompt, is niet vanzelfsprekend.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct