Al in 1854, zeker twee decennia eerder dan altijd gedacht, werd in Nederland gevoetbald. Van een tien jaar later gespeeld partijtje is een bijzonder ‘wedstrijdverslag’ boven water gekomen. Op een Zuid-Hollandse kostschool stonden ook Friese knapen aan de aftrap.

De ontdekkingen komen op naam van Jan Luitzen, Amsterdammer, maar vernoemd naar zijn uit Steggerda afkomstige opa. ,,Pake overleed in 1964, op mijn vierde verjaardag.’’ Luitzen blaast maandag zestig kaarsjes uit. Bij de taart zal, in select gezelschap vanwege corona, champagne worden geschonken, want taalkundige Luitzen promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen tot doctor in de sportgeschiedenis. ,,Mits ik mijn proefschrift met succes verdedig.’’

Die kans is groot. De bal ligt bij wijze van spreken al op de doellijn voor Luitzen, die de afgelopen vijf jaar minstens twee dagen per week aan zijn onderzoek besteedde. Dat heeft geleid tot een zeer gedetailleerd proefschrift, van waaruit een lezenswaardig boek is samengesteld. Dat draagt als titel Vivat! Vivat Noorthey! Een cultuurhistorisch onderzoek naar de introductie van cricket, voetbal en lawntennis in Nederland .

Het is niet de eerste publicatie van Luitzen, in het dagelijks leven docent-afstudeercoördinator bij de opleiding sportkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. Zijn ontembare interesse in de nationale sportgeschiedenis leidde al eerder tot boeken over onder andere de introductie van voetbal in ons land. In de maandag te verdedigen dissertatie zijn componenten uit eerdere onderzoeken terug te vinden, maar het proefschrift bevat ook primeurs. Eén daarvan verleidde Luitzen tot het maken van een rondedansje. ,,Het is monnikenwerk, maar zo’n onderzoek naar sporen op de ‘werkvloer’, het gras, is ontzettend leuk.’’

Sport in teamverband

Luitzen concentreerde zich tijdens zijn speurwerk op de rol van het protestants-christelijke Instituut Noorthey bij de verspreiding van Engelse balsporten in ons land. Noorthey was een kostschool voor jongens in Veur (nu Leidschendam), opgericht in 1820. De leerlingen, afkomstig uit vooraanstaande families en tussen de elf en achttien jaar oud, kwamen uit het hele land en verbleven zeker 45 weken per jaar op Noorthey.

De bekendste student was de in 1840 geboren kroonprins Willem van Oranje Nassau, zoon van koning Willem III en koningin Sophie. ,,Discipline, deugdzaamheid en het geloof waren belangrijk, maar de leerlingen werden ook gestimuleerd om, in de buitenlucht, aan sport en spel te doen’’, aldus Luitzen. ,,In de jaren voor 1845 domineerde gymnastiek.’’ Schermen, steltlopen en polsstokverspringen waren andere sportieve bezigheden. ,,Tegelijkertijd kreeg men steeds meer oog voor de goede kanten van sporten in teamverband.’’

Engels was een van de leervakken. Daarvoor recruteerde de schooldirectie jonge onderwijzers in Engeland. ,,Zij namen sportattributen mee’’, aldus Luitzen. Op deze wijze deed cricket zijn intrede, op Noorthey in 1845. Aanvankelijk leek het alsof ‘football’ pas ruim een kwart eeuw later op het instituut werd geïntroduceerd. Daarbij baseerde Luitzen zich op een rijmpje, gepubliceerd in de leerlingenkrant van januari 1874. Leerling Charles Enschedé (later firmant in de bekende drukkerij met de familienaam) schreef: ‘F dat is footbal, ’t wordt niet vaak hier gespeeld. Daar ’t niet alleen mij maar ook d’andren verveelt’ .

'Engelse openlucht spelen' op Noorthey

Als Enschedé net voor zijn overlijden, in 1919, een artikel schrijft voor het Gedenkboek Noorthey, noemt hij ‘omstreeks 1850’ als datum voor de introductie van onder andere football. Luitzen: ,,Het was lastig deze ‘zoveelstehands’ getuigenis van zeventig jaar na dato in te schatten. Enschedé lijkt hier personen en jaartallen door elkaar te mengen.’’

Uit 1919 stamt overigens ook een artikel van de in Witmarsum geboren Pim Mulier, een van de grondleggers van de moderne sport in ons land. Als zevenjarige knaap zou hij in 1872, tijdens een bezoek aan zijn op een Noordwijkse kostschool verblijvende broer Pieter, enkele jongens hebben zien voetballen.

L uitzen stelt nu in zijn dissertatie dat football al in 1854 geïntroduceerd werd in Nederland. Dit door toedoen van de Engelse docent Henry Attwell. Hij ging als twintigjarige aan de slag op Noorthey en bleef daar ruim drie jaar. Luitzen baseert zich onder meer op de tussen 1907 en 1911 op papier gezette herinneringen van oud-leerling Alex Sillem uit Amsterdam. Sillem roemt de inbreng van Attwell en meldt dat door diens toedoen ‘zeer velen (…) warme vrienden geworden zijn van de engelse openlucht spelen: zoo zelfs dat ik den oorsprong van alle cricket- en voetbalclubs in Nederland meen te kunnen terugbrengen tot Noortheijenaars van mijn tijd’ .

Dit eerste Nederlandse voetbal is door zeker twee Friezen van nabij meegemaakt. Binnert Philip baron van Harinxma thoe Slooten en diens neef Augustinus jonkheer Lycklama à Nijeholt verbleven vanaf 1855 twee jaar op Noorthey. Hun moeders waren jonkvrouw-zussen uit de familie Eysinga. Van Harinxma thoe Slooten (1839-1923) ontwikkelde zich tot advocaat, kantonrechter en lid van de Tweede Kamer. Van 1878 tot 1909 was hij commissaris van de Koning(in) in Friesland. In die functie werd hij opgevolgd door Pieter, de jongste van zijn vier zonen.

Oprichting Cricket-Club Frisia

Pieter werd op elfjarige leeftijd, in 1882, geplaatst op Noorthey. Zijn drie broers waren hem voorgegaan. Nog in hetzelfde jaar werd Noorthey echter gesloten, nadat een leerling zelfmoord had gepleegd. In de maanden dat Pieter op de kostschool verbleef, was hij in de ban geraakt van cricket. Bij terugkeer in Leeuwarden nam hij het initiatief tot de oprichting van de Cricket-Club Frisia, nu bekend als LAC Frisia 1883.

Tijdens de door negentien jongens bezochte oprichtingsvergadering van CC Frisia werd vader de baron tot beschermheer benoemd en de net twaalf jaar geworden Pieter tot voorzitter. Diens vijf jaar oudere broer Coert volgde hem een half jaar later op. Coert was evenals zijn broers Maurits en Douwe op Noorthey in aanraking gekomen met cricket en football.

Bij Frisia werd vrij snel na de oprichting ook geprobeerd om te voetballen, maar die pogingen liepen letterlijk vast. Pieter hierover in het gedenkboek uit 1933: ‘Na omstreeks een uur in den modder (…) te hebben gezwoegd, hadden mijne makkers er genoeg van en wel zóó grondig dat (…) niemand ooit weer op het denkbeeld, ook het voetbalspel in te voeren, terug is gekomen’ . Vanaf 1893 kwam voetbal bij Frisia toch van de grond.

Tijdens zijn ‘monnikenwerk’ stuitte Luitzen ook op een ,,concrete bewijsbrief van een Noorthey-leerling voor een partijtje voetbal op 3 oktober 1864.’’ Het schrijven van de toen twaalfjarige Cornelis Gülcher (later burgemeester van Hilversum) laat inderdaad aan duidelijkheid niets te wensen over. ,,Toen ik deze brief in het Nationaal Archief tegenkwam, heb ik een vreugdedansje gemaakt’’, zegt Luitzen met een lach.

Cornelis schreef in de wekelijkse brief aan zijn vader: ‘… in het begin van het eerste speeluur kwam de Engelse meester naar mij toe en zeide: ‘We play foot-ball today’. Ik vond dit heel aardig daar het cricket mij niet meer beviel. Dit spel is heel goed als het koud is, daar men een groote gommelestieke (rubber, red.) bal, die met leder omwonden is en bijna 3 palm middenlijn heeft (ongeveer 30 centimeter, red.) moet voortschoppen. Doch bij het eerste spel brak de bal en nu moet hij naar Londen om gemaakt te worden’ .

In Engeland werd toen al zeven jaar in clubverband gespeeld (Sheffield FC) en was de voetbalbond FA net een jaar actief. Ook aan dit nu ontdekte partijtje voetbal op Noorthey is vrijwel zeker meegedaan door een baron Van Harinxma thoe Slooten. Johan Sippo (1848-1904), broer van Binnert, verbleef vanaf z’n dertiende zeven jaar op de kostschool. Hij was in 1888 mede-oprichter van de Leeuwarder Lawn Tennis Club.

Pim Mulier

Luitzen noemt in zijn boek 37 oud-leerlingen van Noorthey die tussen 1846 en 1886 ‘cruciale sporthistorische pioniersrollen’ hebben vervuld. En Pim Mulier dan? Luitzen: ,,Hij is een hele belangrijke sportpromotor geweest, laat dat duidelijk zijn. Lees je de door Mulier zelf gemaakte naslagwerken, dan zou hij het voetbal hier hebben geïntroduceerd. Uit eerdere onderzoeken is al gebleken dat nuancering op zijn plaats is. Mulier was in het voorjaar van 1881 in Haarlem mede-oprichter van het cricketclubje Rood en Zwart. De jongens schakelden in het late najaar over op rugby en in 1882-1883 op voetbal, waarbij ze zich omdoopten tot Haarlemsche Football Club. Dat Mulier de HFC in 1879 heeft opgericht, als eerste voetbalclub in Nederland, is dus gewoon flauwekul.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct