Aletta Jorritsma wil zondag met de Holland Acht de Europese titel veroveren. De roeister uit Tzummarum heeft echter vooral haar zinnen gezet op een bijzonder verjaardagscadeau: het olympisch startbewijs.

De wind werpt zich op als hinderlijke factor, maar je zult Aletta Jorritsma niet horen klagen. Aan de vooravond van de eerste wedstrijdserie van dit jaar telt ze haar zegeningen. ,,Ik voel me bevoorrecht dat ik in deze moeilijke tijden mag sporten’’, zegt Jorritsma, terwijl ze uitkijkt over het Lago di Pusiano , een van de fraai gelegen meren in de Noord-Italiaanse regio Lombardije.

,,Hier komen we al vijf jaar om te trainen en ons voor te bereiden op belangrijke evenementen. Een mooie roeibaan en een fijn, knus hotel, met altijd hetzelfde omaatje achter de balie. Zij heeft telkens het beste met ons voor.’’

De Nederlandse roeiselectie is inmiddels neergestreken in Varese, een uurtje westelijker, een handvol kilometers van de Zwitserse grens. Op het meer dat is vernoemd naar deze stad met ruim 80.000 inwoners begon gisteren de driedaagse strijd om de Europese titels. Op de startlijsten, inclusief die van de paralympische klassen, prijken de namen van 629 deelnemers, afkomstig uit 35 landen.

18 boten

Er wordt gevaren in 22 klassen. Nederland is met 18 boten van de partij. De verwachtingen zijn hooggespannen. Op de laatste grote kampioenschappen was het ‘Oranje boven’. Tijdens het WK van 2019 werden tien medailles gewonnen en op het jongste EK, een half jaar geleden, verbeterde de ploeg dit toch al sterke staaltje. In Polen werd een elftal medailles veroverd, waarvan acht van goud.

De vrouwen van de Holland Acht moesten het doen met brons. Dat was een teleurstelling, aldus Jorritsma. ,,Maar aan de andere kant kun je blij zijn omdat er nog enkele races gevaren konden worden. Ook is het voor onze ploeg geen nadeel dat de Olympische Spelen met een jaar zijn uitgesteld. Wij hebben daardoor twaalf maanden extra gekregen om beter te worden. Die tijd kunnen we goed gebruiken, want zo heel lang voeren we vorig jaar nog niet in deze samenstelling. Pas een maand of drie, vier.’’

Routiniers

Jorritsma is met haar twaalfjarige ervaring een van de twee routiniers aan boord. De in Tzummarum opgegroeide roeister heeft er inmiddels een olympische deelname opzitten. Een doorslaand succes was dat niet. Jorritsma had voor de Spelen van Rio de Janeiro ook al haar zinnen gezet op een plekje in de Holland Acht, maar vergde daarbij te veel van zichzelf.

,,Ik nam teveel hooi op de vork.’’ Ze kreeg te maken met fysieke klachten. Bondscoach Josy Verdonkschot koos daarom voor een andere roeister. Jorritsma mocht wel meedoen in de twee zonder stuurvrouw, de klasse waarin ze in 2014 tweede op het EK was geworden. Op de Spelen strandde de boot nog voor de halve finales.

De geschiedenis dreigde zich even te herhalen toen Jorritsma enkele maanden geleden een rugblessure opliep. ,,Dat was best heftig. Het was zeker niet mijn ideale trainingswinter.’’ Het leed is inmiddels geleden. Desondanks is haar uitzending naar Tokio nog ongewis. ,,We hebben nog geen olympisch startbewijs’’, vertelt Jorritsma. ,,In Tokio is plaats voor zeven boten en er zijn al vijf tickets verdeeld. Voor de resterende twee zijn vijf, zes landen in de race. De beslissing valt op het olympisch kwalificatietoernooi in Luzern, volgende maand.’’

Spijkers met koppen

Jorritsma weet precies op welke dag er spijkers met koppen geslagen moeten worden. ,,Op 17 mei is de finale. Op die dag word ik 32.’’ Lachend: ,,Ik heb het allermooiste cadeau voor die verjaardag natuurlijk al lang in gedachten.’’

Ze kijkt met gemengde gevoelens terug op vorig jaar. ,,Het was lastig, maar dat geldt natuurlijk voor iedereen. Wij als sporters hebben dan nog het voorrecht dat we meer mogelijkheden hebben gehad. De roeibond anticipeerde meteen op de situatie en zorgde ervoor dat alle roeiers trainingsspullen thuis kregen. In plaats van trainen op de Bosbaan, zaten we thuis op de droogroeier. Gelukkig mochten we wel naar buiten om te fietsen. Ik miste vooral het groepsgevoel, de sociale contacten, maar ik heb nooit last gehad van motivatiegebrek. Mijn vriend, die traint voor zware triatlons, zat in hetzelfde schuitje. Je kunt elkaar daarom voortdurend steunen, dat is prettig.’’

Door het WK in Slovenië ging een streep, maar de Europese titelstrijd ging door. ,,Dat was een belangrijke stip aan de horizon’’, aldus Jorritsma. ,,We hadden in oktober graag beter willen presteren. Na dat EK zijn er nog enkele meiden van positie veranderd of vervangen. We staan er nu prima voor. In roeien is dat goed meetbaar. Via speciale apparatuur is per persoon scherp af te lezen wat er aan vermogen, aan kracht, geleverd wordt. Per keer zien we progressie. Dat biedt vertrouwen, maar voor dit EK of voor straks in Luzern biedt het geen waterdichte garantie. Het wordt pittig. De Roemenen hebben voor deze olympische campagne echt alles op de Acht gezet en de Duitsers komen snel op. Van China weet je nooit hoe sterk ze zijn. We kunnen alleen maar naar onszelf kijken en elke training en race aangrijpen om beter te worden.’’

Sterker

Jorritsma kan over de metingen tevreden zijn. ,,Ik word nog steeds sterker. Gelukkig maar, want daarvoor train ik dagelijks en leid ik het leven van een profsporter.’’ De gedachten aan Rio de Janeiro vormen een deel van de brandstof die haar motor draaiende houdt.

,,Ja, ik heb revanchegevoelens’’, zegt ze. ,,Ik wil laten zien dat ik in de Acht thuis hoor. Tot op het laatst is niemand zeker van haar plaats, maar ik denk wel dat ik een belangrijke rol vervul. Met mijn ervaring ben ik niet alleen in staat om technisch goed te roeien, maar ook om het groepsgevoel in de gaten te houden. De sfeer binnen de ploeg moet in orde zijn om iedereen aan boord optimaal te laten functioneren.’’

De Acht-selectie heeft het coronavirus buiten de deur weten te houden. ,,Ik klop dat meteen af, op ongeverfd hout’’, zegt Jorritsma, ,,maar dat is natuurlijk een meevaller. Je kunt er heel veel aan doen om gevrijwaard te blijven. Bij het roeien is dat makkelijker dan bij veel andere sporten. Het is een buitensport zonder fysiek contact. Ook in de wedstrijden is er meer dan voldoende afstand met de andere teams. Aan de wal is het gewoon uitkijken en moet je de hygiëneregels naleven. In het hotel gaan we als ploegen niet door elkaar heen zitten.’’

Ze kijkt reikhalzend uit naar de EK-finale van zondag. ,,Je móet die wedstrijdspanning weer eens voelen. Je kunt trainen wat je wilt, maar je wilt je progressie in een ‘echte’ race laten zien. Ik ben ook benieuwd hoe wij als team reageren op de aanwezigheid van de andere boten. Hoe doen we het tactisch, kunnen we de concurrentie opvangen en eventueel versnellen?’’

Maar goud in Varese of niet: het zal pas over vijf weken écht moeten gebeuren. ,,Pas daarna kunnen we ons focussen op Tokio. Dat is belangrijk, want vanwege de pandemie mag je daar als sporter niet te vroeg heen. Dat is gezien het tijdsverschil wel lastig. Het schijnt ook zo te zijn dat je twee dagen na je laatste wedstrijd alweer moet vertrekken. Jammer, maar als je succes hebt gehad, is dat denk ik niet zo’n drama. In 2016 moest ik met de ‘losersvlucht’ terug. Nou, dat was pas erg. Dat nooit meer.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct