Wie gaat, weet dan dat het even duurt voordat de gezellige ontvangst overloopt in de echte voorstelling. Net zoals ’t na afloop wat tijd neemt voor je het TT-Circuit af bent. Maar tsjonge, wat is dat het allemaal waard.

Jumping Jack , het levensverhaal van motorcoureur en TT-winnaar Jack Middelburg, is een wervelende muziektheatervoorstelling geworden, een letterlijk ronkende en figuurlijk knetterende show vol visuele verrassingen, ondersteund door een heerlijke rockband, die rond elke scène een toepasselijke song uit de jaren ‘70 en begin jaren ‘80 bakt.

Lees ook: Jumping Jack: Knallen op TT-Circuit

Dus drink eerst buiten de tribunes een kop koffie of een biertje en eet een hamburger alsof je naar een motorrace gaat, hoor of duik juist weg voor het lawaai van klassieke motoren tussen het publiek en beluister het voorprogramma van Erwin Java en zijn bluesband. ‘t Past allemaal precies.

Daar chocola van maken, ga er maar aan staan

Jumping Jack is een productie van BUOG uit Leeuwarden. Dat staat voor Bedenkers en Uitvoerders van Ongewone Gebeurtenissen. Voor deze ongewone gebeurtenis is Frank Lammers ingehuurd als regisseur. Als je alle elementen van tevoren overziet denk je: hoe gaat die man hier chocola van maken? Het speelvlak is pakweg tachtig meter breed.

Er scheuren tientallen motoren omheen. Naast de acteurs en de band is er een ensemble van pakweg honderd(!) jonge dansers (via het instituut van Lucia Marthas in Groningen) en spelers (van Garage TDI in Assen) en er zijn grote videoprojecties.

Daaraan zijn ook nog tal van bewegende decorelementen toegevoegd. Neem die spectaculaire sleep aan caravans, dat enorme rijdende ziekenhuisbed, die motorjonglerende coureur. Hilarisch zijn de zich oprichtende, rokende fabriekspijpen op momenten dat Middelburg door de leiding van Yazuda - een samentrekking van bekende mototmerken - weer eens wordt afgewezen voor een contract. Een potentiële chaos!

Swingend, zonder poeha

Maar Lammers legt al die wonderlijke puzzelstukken op precies de goeie plek en houdt de boel van begin tot eind swingend, zonder poeha, met humor, geholpen door de tegelijk kolossale en toch subtiele choreografie van Willemien Benjaminse. Zij verricht prachtwerk met die grote jonge groep.

Op de tribune leeft het publiek, opgebouwd uit muziek-, theater- én motorliefhebbers, volop mee met het lot van de legende die niet van ophouden wist, ook al hing hij door al zijn valpartijen van staal aan elkaar.

Middelburg verongelukte in 1984 in Tolbert. Geen spoiler, want bekend. Naar dat einde wordt vanaf het begin van de show inventief toegewerkt, door hem postuum een kleindochter te geven (ex-Noorderling Julia van der Vlugt), die hem al hallucinerend terugbrengt en ziet wat haar opa (Matteo van der Grijn) in de toekomst te wachten staat. Ze wil hem daarom wel van zijn motor trekken. Ook Jacks vaste chirurg (Genio de Groot) zou hem het liefst ergens aan vastspijkeren. Niks helpt.

Born To Be Wild

Het spel van het trio in die grote ruimte is kraakhelder, waarbij Van der Vlugt zingend ook nog eens schittert in ACDC’s Highway To Hell . En dan Lucas Hamming. Zo leid je als Judas in The Passion Jezus richting kruis, zo zing je een motorcoureur naar zijn droevige einde. Hij doet het, en goed ook. Tegen het einde trekt het even, als de kleindochter wel érg vaak haar opa maant af te stappen, en ons als quasi TT-publiek de schuld geeft van Jacks onbeheersbare motivatie.

Maar ja. Als je dan met een letterlijk vlammend einde en Steppenwolf’s Born To Be Wild de tribune af wordt gestuurd, stap je zingend de auto in. Weet je wat? We gaan gewoon nóg een keer.

Je kunt deze onderwerpen volgen
PREMIUM
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct