‘Het bleef crisisbeleid met alle onzekerheden die daar bijhoren’.

Zo slecht was het coronabeleid niet

‘Het bleef crisisbeleid met alle onzekerheden die daar bijhoren’. FOTO ANP/BART MAAT

Het gaat met corona helemaal de verkeerde kant op en daar moet iets of iemand de schuld van krijgen. De oppositie heeft het bij zulke gelegenheden gemakkelijk. Het komt allemaal door het kabinet. Dat had eerder en harder moeten ingrijpen.

Jesse Klaver wist zondag in Buitenhof al waardoor het ‘zo uit de hand kon lopen’. Het kabinet had geen langetermijnvisie. Hoeveel besmettingen zo’n visie had gescheeld, kan hij natuurlijk ook niet narekenen, maar het klonk wel wijs.

In de Tweede Kamer was de afgelopen maanden weinig van die lange termijn te merken. In de debatten over het coronabeleid vooral veel gehakketak op de vierkante meter over de kwestie van de week. Meer politieke standwerkers dan visionairs, die Kamerleden van ons. Hoewel Klaver helemaal aan het begin van de crisis al liet weten wat we moeten doen als het virus ooit is verslagen. Gewoon het verkiezingsprogramma van GroenLinks uitvoeren en de wereld zal nooit meer last hebben van een pandemie.

In het buitenland vermaken sommige scribenten zich met wat Nederland nu overkomt. We zouden met ons eigenzinnig beleid wel even laten zien hoe je de corona moest aanpakken en staan nu mooi te kijk. Geen schoner vermaak dan leedvermaak. Nou, zo eigenzinnig was het beleid van het kabinet helemaal niet. Halverwege maart legde het kabinet Nederland gewoon stil. Scholen, musea, theaters, bioscopen, cafés, restaurants, campings en sportzalen gingen dicht.

Alles waar publiek op af kon komen werd verboden, van festival tot dorpsfeest. Sporten mocht niet meer. Thuiswerken werd verplicht en we mochten niet dichter dan anderhalve meter bij elkaar komen. Daar was niks ‘liberaals’ of vrijblijvends aan.

Intelligente lockdown

Premier Rutte noemde het wat verzachtend ‘een intelligente lockdown’, maar het was niets anders dan wat de andere Europese landen ook deden, het ene land wat eerder dan het andere.

Het verschil met de ‘harde lockdown’ van Frankrijk zat niet in de verplichtende maatregelen, maar in de 100.000 agenten die president Macron de straat opstuurde om te handhaven. Dat vond het kabinet niet nodig en in de praktijk kreeg het nog gelijk ook. De overgrote meerderheid deed wat de regering nodig vond en schikte zich naar het ongemak. Het bleef crisisbeleid met alle onzekerheden die daar bijhoren. Het was vaak tasten in het duister. Rutte zei het eerlijk: ‘We beslissen honderd procent terwijl we maar vijftig procent weten’.

Het pakte gelukkig goed uit. De gezondheidszorg kraakte, maar hield stand. Het aantal besmettingen en ernstig zieken daalde tot beheersbare proportie. Zonder mondkapjesplicht en met te weinig testcapaciteit. De druk om te versoepelen liep daarna sterk op, ook vanuit de oppositie. De economische en sociale schade was immers al immens. Het kabinet gaf toe, we kregen weer wat ruimte en zo konden we toch nog wat zomeren.

Losjes met de regels

Vanaf september ging het mis. In heel West-Europa begon het aantal besmettingen op te lopen en in Nederland het hardst. En ligt dat nou aan het beleid of aan de mensen? Die simpele vraag kreeg Rutte dinsdag in de persconferentie ook voorgelegd. ‘Het zal u vast niet zijn ontgaan’, zo had hij zijn antwoord kunnen beginnen, ‘dat veel Nederlanders sinds de zomer nogal losjes met de regels omspringen. Er is een groeiende groep mensen die zelfs zegt dat ze er lak aan hebben en zich daarnaar gedragen. Van de positief getesten blijft wel 20 procent niet eens in quarantaine. Wat verwacht u dan?’

Maar dat deed Rutte niet. Hij is premier van alle Nederlanders en begon daarom maar weer te preken over ‘samen het virus verslaan’ en ‘ieders verantwoordelijkheid.’

Rimmer Mulder, oud-hoofdredacteur Leeuwarder Courant.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct