Wieberen Elverdink.

Zij zingt

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Het is maar een klein eindje fietsen, van ons huis naar de basisschool. Toch voelde het zwaar, toen we woensdag onderweg waren, de 10-jarige en ik.

De lege boodschappentas aan mijn stuur wapperde in de wind. Straks zouden we die vullen met de lade van haar schooltafeltje en die van haar broertje. Het ‘ophaalmoment’, noemde school dat – een laatste flitsbezoek om essentiële spullen veilig te stellen voor een nieuwe periode van thuisonderwijs.

Ze wilde beslist mee. Meester nog even zien. Wat klasgenootjes, misschien. ,,Nu kan het nog’’, zei ze ferm, voordat ze haar veters strikte en op de fiets sprong. ,,Kom.’’

Zoals zo vaak bewonderde ik haar veerkracht.

Waar haar broers de avond ervoor de nieuwe lockdown schouderophalend hadden aanvaard, had zij zich snikkend tegen ons opgerold in haar onesie. School dicht. Plein dicht. Sporthal dicht. ,,En ik snap het wel’’, had ze door haar tranen heen gestameld, ,,maar het is allemaal zo jammer.’’

Dat was zo.

Uit meerdere straten kwamen nu ouders met lege boodschappentassen aan fietssturen tevoorschijn. Bewolkte gezichten van mensen die net als wij waren teruggeworpen op hun eigen improvisatievermogen, geduld en de flexibiliteit van pakes en beppes. Het kwam vast allemaal goed - in het voorjaar was het immers ook gelukt – maar we konden nu nog niet overzien hoe.

In het lege lokaal laadden we de tas vol met potloden, schriften, gummetjes, een leesboek en, het allerbelangrijkste, tablets - de overgebleven sleutel naar klassikaal contact.

Op de terugweg zwegen we. Maar toen we elkaar even aankeken prikte het verdriet van gisteravond weer achter haar glimlach.

Die avond sloeg ik aan op gekwebbel vanuit de kamer van de 10-jarige. In het schijnsel van de bureaulamp zag ik haar voor het scherm van haar schoollaptopje, een digitaal speelplein, waarop het al druk was met klasgenootjes. Iemand zette een gek stemmetje op, waarna een onbedaarlijk, onbekommerd, lachen volgde.

Zo schaterde onze 10-jarige de vakantie in, dwars door alle onvoorspelbaarheden heen, 2021 tegemoet.

En terwijl ik daar in de deuropening naar stond te luisteren, voelde ik dezelfde troost als jaren geleden, toen er onzekerheden van andere aard speelden en ik – om daaraan te ontsnappen - veel met haar, een peuter nog, uit fietsen ging. Een keer schreef ik daar bij thuiskomst over:

Je zit op de fiets, je bent zo in gedachten

Je weet al niet eens meer wat je zopas deed

Dat sluisje, dat mooie, dichtbij Heidehuizen,

Je kunt je niet heugen dat je daar net reed.

Dat je lonkende schoonheid in zorgen verdrinkt,

Maar zij zit achterop en zij zingt.


Jij zag het als vlucht, zij als een leuk uitje,

Jij wilde je hoofd leeg, zij dacht zelfs aan ijs.

Je ruikt wel de bloemen in de berm van de Mersken,

Hun kleur neem je waar, in je hoofd blijft het grijs

Dat je niet meer kunt inzien dat geluk je omringt,

Maar zij zit achterop en zij zingt.


Reageren? wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct