Wieberen Elverdink.

Zebrapad

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Bij dageraad was er nog niets te zien geweest, ja, afzethekken en een gehelmd silhouet dat zwijgzaam een betonzaag in stelling bracht.

Maar toen ik aan het eind van de werkdag, over een tijdelijke slinger van klepperende rijplaten, opnieuw het drukste kruispunt in ons dorp passeerde, zag ik het. Weliswaar nog deels bedekt onder een filmpje van nat zand, maar onmiskenbaar zwart-wit-zwart-wit beklinkerd.

Een zebrapad!

De doorgaande weg die ons dorp doorsnijdt is de voorbije decennia een waar lusthof voor verkeerskundigen geweest, een levend lab waarop zij hun nieuwste inzichten naar hartenlust mochten botvieren, teneinde de straat veiliger te maken.

Versmallingen, drempels, chicanes, klinkerbestrating, oh nee, liever asfalt, of wacht, doe tóch maar weer klinkers; het dorp hotsebotste van de ene feestelijke oplevering naar de andere, vol hoopvolle woorden van glimmende wethouders en ranja voor iedereen.

Met het zebrapad heeft ons dorp iets van grootstedelijk infrastructurele allure gekregen

Maar welbeschouwd was het een aaneenrijging van hele en halve mislukkingen. Want aan het eind van de rit bleef die weg gewoon wat-ie was: een drukke route, omgeven door huizen die bewoond werden door kinderlijk onbesuisde dorpsgenootjes, die vaak nét op de school aan de ándere kant van het dorp zaten.

Vroeger ontfermde een netwerk van klaar-overs zich viermaal daags over het overstekende dorpsgrut. Keurige moeders die, zodra ze zich in hun fluorescerend oranje hesjes hesen en de perronchef-achtige stopbordjes in hun knuisten hadden geklemd, veranderden in onverschrokken leeuwinnen. Zelfs de zwaarste vrachtwagencombinaties brachten ze tot stilstand.

Als kind fascineerde mij de macht van zo’n bont stopbordje. Ik nam mij voor dat ik, als ik later groot was, ook bij de klaar-overs zou gaan, schel ‘Baas yn eigen Buorren’ roepend.

Zover kwam het nooit. Nog vóór ik volwassen was, in 1998, ging de oversteekservice jammerlijk ten onder door een gebrek aan vrijwilligers. Toen de laatst overgebleven ouders leeg en moede hun hesjes aan de wilgen hingen, smeekten ze of er dan toch tenminste een zebrapad voor in de plaats mocht komen.

Welnu, het heeft even geduurd, maar het ís er.

Zojuist ben ik er uit nieuwsgierigheid even naartoe gewandeld. Het ligt er lekker in, moet ik zeggen, snaarstrak bestraat, en – lang leve de vooruitgang – omlijst door fijne led-lampjes in het plaveisel.

Met het zebrapad heeft ons dorp iets van grootstedelijk infrastructurele allure gekregen. Prikkelende gedachte ook: in eigen nederzetting die fameuze platenhoes van The Beatles na kunnen spelen.

Abbey Road aan het Alddjip.

Het allerbelangrijkst is natuurlijk dat het veiligheid brengt, dat zebrapad. Maar ik ben nu al fan. Sterker nog: ik denk dat ik vanavond even een halfuurtje op het bankje ernaast ga zitten genieten. Dat dat zebrapad aan de voeten van de eenzame wandelaar dan feeëriek en gidsend oplicht in het duister, als ware het de sterre Bethlehems zelf.

Eén nadeel: met zo’n puike oversteekplaats wordt dat klaar-overschap ’m natuurlijk nooit meer.

wieberen.elverdink@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct