Willen we zelf de koers blijven bepalen? Dan hebben we een Friese euro nodig

Willen we van Fryslân een schone, gezonde en gelukkige provincie maken, die een eigen visie op kwaliteiten als landschap, taal, cultuur en erfgoed kan waarborgen? Dan hebben we een Friese euro nodig. Oeds Westerhof en Han Nijdam leggen uit waarom.

Fryslân is bijna een Blue Zone; zo’n zeldzame plek op de wereld waar mensen heel gelukkig zijn en velen de ouderdom van honderd jaar met gemak halen. Friezen zijn boven het landelijk gemiddelde gelukkig en gemiddeld minder rijk. Het Fries Sociaal Planbureau noemt dat de Friese paradox, want in de regel gaan geluk en rijkdom gelijk op. De belangrijkste verklaring voor de paradox is volgens het Fries Sociaal Planbureau dat mienskip – het thema van Culturele Hoofdstad LF2018 – zo belangrijk is: mensen zorgen in Fryslân beter voor elkaar en halen hun geluksgevoel uit zaken als sociale cohesie en de ruimte die het landschap biedt.

De lofzang op de Friese paradox is een illustratie van de trend waarin welvaart niet alleen langs de financiële lat wordt gemeten, maar wordt vervat in concepten als brede welvaart . Onder andere de provincie Fryslân hanteert dit begrip in zijn bestuursakkoord ‘Geluk op 1’, richtsnoer voor Provinciale en Gedeputeerde Staten voor de huidige bestuursperiode. Als inspiratiebron voor concepten als brede welvaart geldt Buthan, het land dat het Bruto Nationaal Product als meeteenheid voor succes heeft vervangen door Bruto Nationaal Geluk.

Natuurlijk, kwaliteiten als mienskip, erfskip en lânskip hebben een grote waarde. Maar de Friese paradox draagt als groot risico in zich dat we de relatieve armoede in de provincie Fryslân accepteren, omdat de Friezen er klaarblijkelijk niet veel last van hebben. Als geluk van de eigen bevolking het leidend criterium wordt, vervallen vragen als: ‘is het een probleem dat hoger opgeleide jongeren wegtrekken en niet terugkeren?’; ‘is het een probleem als vrouwen niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien?’; ‘is het een probleem als boeren op het minimumloon zitten?’ De Friese paradox kan verworden tot een excuus om het niet over geld, inkomen of kapitaal te hebben.

Terwijl het in Fryslân juist wel over geld moet gaan. Voor het borgen van kwaliteiten als landschap, taal, cultuur en erfgoed, zijn middelen nodig. Als Fryslân zijn eigen beeld heeft van wat belangrijk is, zijn eigen visie heeft op welvaart en welzijn, dan zal de provincie ook zelf de regie moeten nemen over geld. Anders bepalen het gangbare geld en de gangbare economie wat waarde heeft en wat niet. Om die reden is het zinvol een Friese munt te introduceren.

loading

Middeleeuwse munt

Een pleidooi voor een eigen Friese munt is historisch gezien niet vreemd. Friezen staan bekend om hun drang naar autonomie en de beroemde Friese Vrijheid. Minder bekend is dat een eigen munt daarvan een essentieel onderdeel is. Als de handelaren bij uitstek in het Noordzeegebied, deden de Friezen al in de vroege middeleeuwen (circa 600-800) heel veel ervaring op met geld. Samen met hun verre verwanten, de Angelsaksen in Engeland, sloegen zij zelf zilveren munten die nu bekend staan als ‘sceatta’s’.

Historisch econoom Dirk Jan Henstra heeft in zijn publicaties aangetoond hoe de Friezen vanaf circa 600 tot het einde van de middeleeuwen (circa 1500) in staat waren hun eigen munten te slaan en daarmee een florerende economie te ondersteunen. Het geldgebruik was toen al zo ver ontwikkeld, dat het systeem zelfs in staat was devaluaties van de munt te corrigeren.

In de elfde-eeuwse Oudfriese rechtstekst De Zeventien Keuren (de Friese Declaration of Independence ), geschreven in een tijd dat de Friezen in naam onderdeel waren van het Heilige Roomse Rijk maar in de praktijk hun eigen boontjes dopten, staat te lezen dat de Friezen hun belasting niet wensten te betalen in Keulse penningen, maar in hun eigen Friese munten: Dae was dyoe monthe alto fyr ende di penningh alto sweer ‘Toen was de muntplaats [van Keulen] al te ver en de penning al te zwaar’.

Na de Middeleeuwen volgt de Republiek, waarin Friesland een onafhankelijke provincie was. In deze periode kwam de gulden (afgeleid van de gouden florijn) als munteenheid voor de hele republiek op, maar in de diverse provincies hadden die guldens een verschillende waarde. Eenheid kwam er pas met het Koninkrijk der Nederlanden, dat in 1815 gevormd werd.

Snel daarna werd de gulden omgevormd. Ze bestond niet langer uit stuivers en penningen, maar uit 100 cent, net zoals het metrieke stelsel onder invloed van Napoleon niet langer rekende met voeten en duimen maar met meters en centimeters. De nieuwe gulden was in heel Nederland even veel waard. De gulden bleef het leidende betaalmiddel, tot vanaf 1992 met het verdrag van Maastricht, gefaseerd een Europese munteenheid vorm kreeg.

loading

Politiek project

In 2002 werd de Euro ingevoerd in de Europese lidstaten die aan deze munteenheid wensten deel te nemen. De introductie van de Euro was boven alles een politiek project. De Franse president Mitterand en de Duitse kanselier Kohl, daarbij ondersteund door de Nederlandse politieke leiders Lubbers en Kok, waren ervan overtuigd dat een gezamenlijke munt de kans op oorlog in Europa zou verkleinen.

Het verdient hier vermelding dat de uit Friesland afkomstige Wim Duisenberg (Heerenveen, 9 juli 1935 – Faucon, 31 juli 2005) verantwoordelijk was voor de feitelijke introductie van de Euro, in zijn functie van president van de Europese Bank. Nederland werd lid van de Europese muntunie. Sinds zijn introductie staat de Euro ter discussie, maar tot op heden overleeft de munt de verschillende crises en de sociaaleconomische geschillen tussen het noorden en zuiden van Europa.

Voor Fryslân is de Euro het enig wettige betaalmiddel. Dat maakt de Euro belangrijk voor de provincie. Maar, als in vele plattelandsregio’s, zoeft de Euro vooral dóór de provincie. Elke Euro die in Fryslân wordt verdiend, verdwijnt in één of twee stappen uit de provincie, naar de Randstad of het buitenland. De lokale economie is daar niet of nauwelijks mee gediend. Voor Fryslân zou het goed zijn een munt te hebben die de lokale economie ondersteunt. Daarvoor is het nodig dat in Fryslân verdiende munten zoveel mogelijk in de regio blijven en de lokale economie ondersteunen. Een lokale munt is daarvoor een zeer bruikbare vorm.

loading

Alleen in eigen regio

Een lokale munt die gebonden is aan de Euro, heeft dezelfde waarde als een gewone Euro. Er geldt alleen een beperking; de munt is gedurende een bepaalde periode alleen geldig in een bepaald gebied, zoals bijvoorbeeld Fryslân. Als die periode voorbij is, kan de munt worden ingewisseld voor een echte Euro. Doordat de lokale munt gedurende een bepaalde periode, bijvoorbeeld twee jaar, alleen kan worden uitgegeven in de eigen regio, neemt het belang van die munt voor die regio toe. Een zelf verdiende munt verdwijnt niet binnen één of twee transacties, maar draagt gemiddeld tot wel zeven keer bij aan de lokale economie. Mensen kopen in de eigen provincie geproduceerde goederen en diensten. Dat heeft een positief effect op de lokale economie.

Voor het introduceren van een lokale munt is niet elke omgeving geschikt. Een stad of regio moet een zekere schaal hebben en wat meer in de periferie liggen. Wat ook helpt om een munt succesvol te laten zijn, is dat een stad of een regio een sterke identiteit heeft en een levendige cultuur. Allemaal kenmerken die op Fryslân van toepassing zijn. Als een zeer succesvolle lokale munt geldt de Bristol Pound , een stad met een sterke identiteit, cultuur en met een wens zich onafhankelijk van Londen te ontwikkelen.

Een lokale munt werkt alleen als er voldoende adressen zijn waar de munt kan worden uitgegeven. Vaak begint dat met de acceptatie van de munt door culturele instellingen, festivals en markten, lokale horeca-ondernemers, zelfstandige middenstanders en ambachtslieden. Als er voldoende munten in omloop komen, zijn er vanzelf ook andere bedrijven die de munt gaan accepteren, want die willen de kans op omzet niet mislopen. Vanzelfsprekend moet er voldoende garantie zijn dat na afloop van een bepaalde periode, de eerdergenoemde twee jaar bijvoorbeeld, er wel voldoende echte Euro’s beschikbaar moeten zijn om de lokale munten te verzilveren.

In de voorbereiding van Leeuwarden-Fryslân 2018 zijn zeer serieuze gesprekken gevoerd over de introductie van een lokale munt. Jacob Wijngaard, emeritus-hoogleraar van de Rijksuniversiteit Groningen en intensief betrokken bij initiatieven omtrent lokale munten, gaf aan dat een basisgarantie van enkele miljoenen voldoende is om een lokale munt op gang te brengen. Let wel: dat geld wordt niet aan de munt uitgegeven, maar geldt als garantie. Subsidieregelingen, zoals het Iepen Mienskipsfûns of Energiebesparingsregelingen, zouden hiervoor kunnen functioneren. Onmiskenbaar zal een Friese Euro een positief effect hebben op de Friese economie en daarmee ook op welvaart en welzijn van de Friezen.

loading

Volledig digitaal

Verdere voorwaarde voor de introductie van de munt, is dat er een vorm is die zowel voor de consument als voor het bedrijfsleven gemakkelijk in gebruik is. Het is niet noodzakelijk – en onnodig duur – om met munten of biljetten te werken. Een Friese Euro kan volledig digitaal zijn. Hiervoor zijn systemen op de markt. Om de Friese Euro succesvol te laten zijn, is een voorwaarde dat het systeem technisch goed functioneert en goed is aangesloten op bestaande betaalsystemen. Het vraagt investeringen vooraf om de technologie sluitend te krijgen.

Ter introductie van de eigen munt, zal een soort van (minimale) bank moeten worden ingericht, die verantwoordelijk is voor beheer en distributie van de Friese Euro. Ongetwijfeld zijn er intelligente bankiers in de provincie te vinden die een dergelijke bank zouden willen ontwikkelen. Met de bank zal ook een Friese Beurs ontstaan, waar mensen hun Friese Euro’s kunnen investeren in lokale bedrijven, die op hun beurt hun bedrijven inrichten met lokaal gekocht meubilair en dergelijke.

Zo ontwikkelt zich een eigen, Friese interne economie, met een eigen dynamiek. Die eigen dynamiek zal ervoor zorgen dat de eigen prioriteiten worden ondersteund, prioriteiten gericht op de verdere ontwikkeling van een schone, gezonde en gelukkige provincie – voorwaarden voor een Blue Zone.
 

Han Nijdam is als onderzoeker Oudfries en Oudfries recht verbonden aan de Fryske Akademy. In het kader van zijn onderzoekslijn ‘De waarde van een mensenleven’ raakte hij geïnteresseerd in lokaal geld.

Oeds Westerhof werkt als creatief ondernemer aan maatschappelijke vraagstukken. Hij is geïnteresseerd in lokaal geld, omdat dit één van de onderwerpen is die tijdens Leeuwarden-Fryslân 2018 uitgebreid bediscussieerd is, maar toen niet doorgezet is in een succesvol project.

Dit artikel is het begin van een open discussie die in oktober op de Fryske Akademy georganiseerd gaat worden. Belangstellenden voor een open verkenning kunnen zich melden bij de Fryske Akademy.