Wieberen: Vaantje

Begin deze week appte heit (of mem, dat weet je nooit zeker, ze beheren samen dezelfde iPhone) de tekst: ‘Als je opruimt … van wie is wat?’

Het berichtje in de familie-app ging vergezeld van een onscherpe foto van een zevental oude vaantjes, uitgespreid over hun eettafel, wat medailles en – die hoorden er eigenlijk niet bij – een nestje melktandjes.

Mijn broer reageerde voorspelbaar lollig. Dat de gouden medailles natuurlijk van hem waren en de vaantjes met slechts bedankt voor je deelname van mij, om er later aan toe te voegen: ‘Weg ermee’.

Een kwartier daarna typte heit (of mem) dat ze de spulletjes zouden bewaren. ‘Ook wel leuk voor de kids!’, voegden ze eraan toe. ‘Wat jullie wel allemaal gewonnen hebben!’

Ik was de opgedoken trofeeën alweer vergeten toen ik woensdag thuiskwam van de krant en mijn dochter me een rond, goudkleurig boterkuipje presenteerde.

,,Heeft beppe gebracht’’, zei ze.

Die avond pakte ik het bakje uit en monsterde ik de sportprijsjes die erin opgesloten hadden gezeten. Ik begreep de onduidelijkheid bij mijn ouders over de exacte eigendomsverhoudingen; qua vermelde jaartallen konden ze van ons allebei zijn.

Ik pakte het oudste vaantje, een beduimeld rood lapje textiel met gouden letters: Schoolkorfbaltoernooi. 1992. Waar dat toernooi had plaatsgevonden vermeldde het erelintje niet, onze eindklassering in de poule evenmin.

Heel even rook ik aan het verfomfaaide vaantje en ineens was ik weer de hapsnurker van 11, op een door boomwallen omzoomd sportterrein in Hemrik, Noordwolde, Ureterp of Surhuizum, voor de gelegenheid omgetoverd tot een dambord vol vakken, een labyrint van kleine wedstrijdvelden.

Ik hoorde de overspannen speaker honderden joelende korfballertjes overstemmen met de mededeling dat we ons moesten klaarmaken voor de volgende wedstrijdronde op veld 16 en dat hij nog wachtte op uitslagen van veld 4 en veld 7.

En of Janny zich alsjeblieft wilde melden bij de caravan van het wedstrijdsecretariaat. Hij herhaalde: ‘Janny … melden ... wedstrijdsecretariaat …’, waarna het nummer Karma Chameleon van Culture Club (altijd dát nummer) aanzwol uit de krakerige boxen.

Ik zag mezelf de laatste druppels uit een pakje appelsap zuigen en veilig achter de coach aanhuppelen. De coach die alle verantwoordelijkheid droeg. De coach die we blind vertrouwden.

Zij doorgrondde de complexe kruistabel op de wedstrijdcaravan, waarop de uitslagen en tussenstanden van alle 24 poules stonden. Zij wist hoe we moesten spelen.

Zij loodste ons door een kluwen van gillende tegenstandertjes naar veld 16 en naar glorie.

Coach: ,,At wy dizze wedstriid mei twa goals ferskil winne, dan kinne wy noch kampioen wurde.’’

Teamgenootje, gretig: ,,En wat krije wy dan? Snickers? Nuts? Trekdrop?’’

Coach, kalm: ,,Nee, in faantsje.’’

Allen: ,,Jeeeuj!’’

De zaterdagochtenden waarop ik zulke korfbaltoernooitjes speelde behoren tot de mooiste, meest zorgeloze in mijn leven, realiseerde ik me toen ik deze week aan de gekreukte trofee snuffelde.

In dat opzicht herinnerde het vaantje niet zozeer aan wat ik ooit had gewonnen. Het toonde vooral wat ik daarna in de loop van de jaren een beetje was kwijtgeraakt.

WIEBEREN ELVERDINK

wieberen.elverdink@lc.nl

@WElverdink

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement