Wat zeuren we nog over het Fries

Frysk Wurdboek. s

Over de toekomst van het Fries hoeven we ons geen zorgen meer te maken. De boodschap van verantwoordelijk gedeputeerde Sietske Poepjes in de LC van woensdag was glashelder. Het gaat poerbêst met het Fries.

Dit was Poepjes op haar best. Ze weet dat de eerste klap een daalder waard is in de beeldvorming. Daarom presenteerde ze de resultaten van het jongste onderzoek naar de staat van het Fries zelf het eerst en zo gunstig mogelijk. Twee jaar geleden ging dat even mis bij een ander soort onderzoek naar het Fries van de Fryske Akademy. ‘Taalmacht Fries boert achteruit’, kopte deze krant toen boven het bericht. Het nieuws was dat het aantal gezinnen waar het Fries de eerste taal is tot onder de 50 procent was gedaald. In het persbericht van de provincie stond geen woord over dit opvallende cijfer. Nu wilde Poepjes kritische journalisten en wetenschappers voor zijn. Ze vroeg daarom de krant even langs te komen om haar blijde boodschap uit te dragen.

De onderzoeken van nu en van 2018 zijn niet goed te vergelijken. Dat van de FA is wetenschappelijk met de nuances en slagen om de arm die daarbij horen. Dat wat Poepjes nu presenteerde is een zogenaamde fluch hifking , een quick scan . Je kunt het goed vergelijken met de klanttevredenheidsonderzoeken waarmee leveranciers en dienstverleners ons tegenwoordig tot vervelens toe mee lastigvallen. Het aantal vragen en mogelijke antwoorden is beperkt. Kunt u Fries schrijven? Heel goed, vrij goed of helemaal niet. Zo ongeveer. De provincie laat elke vier jaar zo’n hifking uitvoeren. Vele duizenden inwoners van Friesland krijgen de vragenlijst toegestuurd. Het aantal ingevulde lijsten varieert. Vorig jaar waren dat er 6500 (29 procent), bij de vorige scan, in 2015, 9800 (35 procent.)

Met deze schommelingen geven de resultaten niet een heel nauwkeurig beeld van hoe het Fries er voor staat. Daar komt bij dat de invullers hun eigen vaardigheden beoordelen. ‘Ze mogen zichzelf een schouderklopje geven’, schreef Fedde Dijkstra gisteren op deze pagina.

De scans zijn wel nuttig om trends over langere termijn te signaleren. Wat verandert er geleidelijk in de loop der tijden? Nou, wat de positie van het Fries betreft niet zoveel. De uitkomsten vanaf 2007 bieden een behoorlijk stabiel beeld zonder opzienbarende verschuivingen. Alleen het percentage dat zegt Fries te kunnen lezen en schrijven neemt heel langzaam toe.

Zou het Fries zich dan toch ontwikkelen van (bijna) uitsluitend spreektaal tot schrijftaal? Bij de vorige hifking waarschuwde de Fryske Akademy voor te veel optimisme. Ze signaleert wel dat de spreektaal zich verplaatst naar de sociale media. Jongeren die gewoon zijn met elkaar in het Fries te kletsen doen dat nu ook op internet. Spelling en grammatica zijn daarbij geen drempels. Ze appen over ‘it dagelijks leven’ in plaats van ‘it deistich libben’.

Het gebruik van Fries op internet was ook een rode draad in de documentaire in Fryslân Doc van afgelopen zondag. In diezelfde documentaire deed Bert Looper, directeur van Tresoar, een interessante waarneming over de fase waarin de ontwikkeling van het Fries zit. Tot voor kort ging het er om het Fries te stutten met wetten, regels, rechten en instituten. Nu gaat het er om de Friese taal en cultuur mee te laten bewegen met wat er in de grote wereld gebeurt. Blijf niet krampachtig en angstvallig hangen in de ‘ondergangsmodus’. Sietske Poepjes heeft daar haar eigen variant op verzonnen voor de mensen die haar op de huid zitten voor beter Fries onderwijs. ‘Wat zeuren jullie toch, het gaat toch prima?’

Rimmer Mulder, Oud-hoofdredacteur Leeuwarder Courant