Pieter de Groot.

Wachten op de Lelylijn

Pieter de Groot. FOTO LC

Komt-ie er nu wel, of komt-ie er niet, de volgens de één broodnodige en volgens de ander volstrekt overbodige Lelylijn, waarmee je vanuit de Randstad in een vloek en een zucht in het verre Noorden bent, en niet te vergeten vanuit het Noorden in de voor ons dichtbij gelegen Randstad. Want meer dan een feit telt hier het gevoel.

De volgelopen Randstad duurzaam ontlasten en het Noorden nieuwe sociale en economische perspectieven geven, las ik deze week weer. Een oud verhaal, dat tot nog toe een mythe is gebleken. Het was in de jaren zestig bedacht door een aantal particulieren uit Heerenveen, Drachten en de stad Groningen, dat in 1969 de Stichting Zuiderzeelijn oprichtte. De NS had de lijn zelfs vaag op de kaart ingetekend. ,,Waar blijft Leeuwarden?”, vroeg NS-verkeersplanoloog Roelof Dijksterhuis zich af. Maar de Feensters en Drachtsters hadden niemand in Leeuwarden gevraagd om mee te doen. De stad lag ook niet op de logische route naar Groningen, waar een groep ondernemers wel gretig interesse had getoond.

Met het plan voor de Zuiderzeelijn reageerden zij op de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening, die het Noorden drie miljoen mensen toedacht zonder aan te geven hoe zij hier moesten komen. Het wegennet kon naar believen worden uitgebreid, maar de spoorlijnen dateerden nog uit de negentiende eeuw. Dat sprak ook de NS aan en dus volgde een haalbaarheidsonderzoek, dat de kosten raamde op ten minste 320 miljoen gulden.

Te duur, oordeelde het kabinet. Per slot van rekening had het Noorden voorlopig nog geen drie, maar slechts anderhalf miljoen inwoners. De toenmalige burgemeester van Smallingerland Willem baron Von Knobelsdorff haalde zich het ongenoegen van zijn gemeenteraad op de hals door van een ‘utopie in een lege wereld’ te spreken.

De regering was stellig voornemens de lege wereld langzaam maar zeker te vullen. Spreiding van bevolking en werk heette het parool, te beginnen met de rijksdiensten. Maar per saldo is er van die spreiding bitter weinig terecht gekomen. Alleen Amsterdam werd in de Flevopolder ‘uitgebreid’ met voorstad Almere, die in 1987 haar spoorverbinding kreeg, een jaar later doorgetrokken tot Lelystad. Dit alles ten dienste van de randstedeling.

Toch is de ‘utopie’ van de Zuiderzeelijn nooit opgegeven. Ze keerde zelfs op de tekentafel terug als magneetzweefbaan tot het kabinet in 2006 het definitieve vonnis velde. Niet nog eens miljarden weggooien zoals bij de doodlopende Betuwelijn. Wel kwam de Hanzelijn van Lelystad naar Zwolle tot stand: in plaats van op de Veluwe kunnen we nu onze ogen uitkijken op de Oostvaardersplassen.

Maar niets is definitief in de politiek, want kijk nu: op papier is de Zuiderzeelijn als Lelylijn ineens weer tot leven gewekt. Met een ‘zijtak’ naar Leeuwarden. Terecht heeft oud-burgemeester Hayo Apotheker een lans gebroken voor een gelijkwaardig tweesporenbeleid: géén voorkeursbehandeling voor Groningen! Wethouder Friso Douwstra zit op het vinkentouw.

Let wel: dit was nog voor de corona-uitbraak en dus voordat de mondkapjes verplicht werden. Sindsdien is het ov-gebruik achteruitgehold. Dan maar liever in de file. De onlangs overleden econoom Arnold Heertje zei het al: ,,Een Nederlander eet liever droog brood dan dat-ie zijn auto laat staan.’’

harje.lc@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct