Voor het uitkopen van veehouders is veel meer geld nodig

‘Stoppende veehouders mogen in Nederland nergens een veehouderij opstarten of overnemen.’ FOTO ARCHIEF LC/KEES VAN DE VEEN

Het uitkopen van veehouders bij kwetsbare natuurgebieden is een kansrijk middel om de stikstofuitstoot omlaag te krijgen. Maar dan moet er wel veel meer geld komen.

De reductie van stikstofuitstoot door de landbouwsector is een belangrijk onderdeel binnen de nieuwe stikstofwet. Met een gerichte opkoop van veehouderijen – de zogenoemde ‘piekbelasters’ – wil de overheid de stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden verminderen. De eenmalige ‘Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden’ is op 1 november 2020 gestart en duurt tot 1 november 2021. Met de regeling kunnen provincies ‘piekbelasters’ opkopen. De regeling is wel op basis van vrijwilligheid.

Een piekbelaster is een veehouderijbedrijf dat binnen een straal van 10 kilometer van een (als zodanig aangemerkt) Natura 2000-gebied te veel stikstof uitstoot. De uitstootnorm bedraagt meer dan een vastgestelde hoeveelheid stikstof per hectare per jaar. Die is vastgesteld op 2 mol stikstof per hectare, een technisch vastgestelde norm.

Echter, niet elk Natura 2000-gebied wordt aangemerkt als stikstofgevoelig gebied. Bij de provincie kan informatie worden opgevraagd om welke natuurgebieden het gaat. Een veehouder die denkt in aanmerking te kunnen komen voor de regeling, kan een rekeninstrument gebruiken via de site aankoopcalculator.aerius.nl .

Uitvoering van de regeling

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft voor de regeling in totaal 95 miljoen euro vrijgemaakt. Dat bedrag wordt in tranches ter beschikking gesteld aan de provincies die zorg moeten dragen voor de uitvoering. Met die 95 miljoen kunnen provincies de bedrijfsmiddelen van veehouderijen opkopen. Wel is het zo dat alleen veehouders die zich vrijwillig aanmelden bij de provincie eventueel in aanmerking komen.

De uitkoopregeling gaat om bedrijfsgebouwen, inventarissen en landbouwgronden. Verder worden vergoedingen verstrekt voor het laten vervallen van productierechten en de sloopkosten van bedrijfsgebouwen. De bedragen worden vastgesteld op basis van de marktwaarde van de bedrijfsmiddelen. Dat betekent maatwerk per aanvraag. Per aanvraag zal ook worden nagegaan in hoeverre een veehouderij bepaalde bedrijfsmiddelen kan behouden. Die middelen kunnen alleen worden hergebruikt voor andere bedrijfsactiviteiten dan een veehouderij.

Beëindiging van alle veehouderij-activiteiten

De belangrijkste voorwaarde is het beëindigen van de activiteiten van de veehouderij. Verder moeten de meststoffen vanaf de vestiging worden verwijderd en de productierechten komen te vervallen. Ook moeten de vergunningen betreffende milieubeheer en dergelijke worden ingetrokken. Kortom, het opheffen van de activiteit van een veehouderij is blijvend. Een aanvullende eis is dat de stoppende veehouder nergens in Nederland een veehouderij mag opstarten of overnemen in wat voor vorm dan ook.

Voor piekbelasters die geen toekomstperspectief hebben, biedt deze regeling mogelijkheden. Bijvoorbeeld bij het ontbreken van een bedrijfsopvolger of bij problemen met de aanvraag van vergunningen (vooral de milieuvergunning). Hetzelfde geldt voor veehouders die hun ondernemersactiviteiten willen wijzigen. Voor wie echter wil doorgaan met een veehouderij op een andere locatie is de eis van het niet meer elders deze activiteiten te mogen opstarten een te grote hindernis.

Bedrijfsschulden afbetalen

Verder is het bedrag van 95 miljoen euro – en dan ook nog in tranches – veel te weinig om daadwerkelijk effect te hebben. Per veehouderij gaat het bij een uitkoop om bedragen van honderdduizenden euro’s. Dat lijken grote bedragen, maar een veehouder moet daarmee vaak de bedrijfsschulden aflossen en een andere toekomst proberen op te bouwen. Ook zullen de provincies vanuit hun interne potjes zelf nog geld ter beschikking moeten stellen voor de uitvoering van het hele traject.

Dit alles overziend denk ik dat er in deze vorm maar een beperkt aantal piekbelasters daadwerkelijk kan worden geholpen met de uitkoopregeling. Maar als de aanwendingsmogelijkheden van de af te stoten gronden (daarna ex-landbouwgronden) in financieel opzicht meer perspectief zouden krijgen, dan kan de uitkoopregeling voor veel piekbelasters echt interessant worden.

Marten Visser is een onafhankelijk belasting- en bedrijfsadviseur.