Het was nog vroeg en aardedonker in het Westerkwartier toen de chauffeur van lijn 133 bij de eerste halte stilhield en de eerste stroom scholieren zwijgend de bus binnen gulpte.

Door zijn binnenspiegel volgde de man achter het stuur zijn incheckende passagiers, een bliepende sliert jongvolk, verzonken in mobieltjes, koptelefoons of halfslaap.

Daarna prevelde hij zoiets als ‘ook goedemorgen’, schudde glimlachend zijn hoofd en zette met kalme, weidse stuurbewegingen verder koers de duisternis in. Heel in de verte gloorde de Stad.

En terwijl ik hem zo in de gaten hield, vanaf mijn stoel aan de andere kant van het gangpad, voelde ik trots opwellen.

Want dit was niet zomaar een buschauffeur. De man die deze lijndienst bestuurde was M., buurman en vriend ineen. Een man die met elke meter die de bus aflegde verder afstand nam van de rottijd die achter hem lag.

M. zat, zoals ze dat noemen, in de sales. Vertegenwoordiger. En een goede ook. Een soepele prater, zonder glad te worden. Iemand die meer waarde hechtte aan geduld en vertrouwen dan aan een snelle deal en juist daar successen uit putte.

Maar de markt verslechterde. De doelstellingen die hij moest halen werden scherper, het gewicht dat hij iedere ochtend op zijn schouders meetorste, zijn glimmende leaseauto in, groeide.

Jarenlang bungelde hij daar, tussen doorgaan en opgeven, tussen oude moed en nieuwe angst, tot het onvermijdelijke gebeurde.

Hij bezweek, leeg, lamgeslagen.

Gesprekken volgden. Met bedrijfsartsen, loopbaancoaches en collega’s, maar voor M. was het kraakhelder: geen denken aan dat hij zou terugkeren in de tredmolen die hem had geknakt. Hij wilde léven, niet geleefd worden.

Ik weet niet eens meer wanneer hij er voor het eerst over begon, wél hoe hij glunderde toen hij het woord uitsprak: buschauffeur.

,,Moet je doen’’, zeiden we, de glazen geheven. ,,Echt iets voor jou.’’ Het was de bevestiging die hij allang niet meer nodig had.

En nu, zeker een half jaar, een reeks spannende bekwaamheidsproeven en honderden oefenkilometers verder, zat ik voor het eerst bij hem in zijn nieuwe kantoor: een 13,5 meter lange Mercedes, volgeladen met pubers die werkelijk geen idee hadden van het grote geluk dat voorin zat.

We reden door ontwakende dorpen, over amper verlichte routes die hij nu al kon dromen. Bij sommige halteplaatsen wist M. vooraf al wie zou instappen: anonieme passagiers hadden langzaamaan een gezicht gekregen. Ze waren zijn reisgenoten geworden.

,,Een tijdje geleden’’, vertelde M. vanachter zijn kuchscherm, ,,was ik juist weggereden bij een halte, toen ik in de spiegel zag hoe een klein meisje met een grote rugzak naar me wuifde. Ze was nét te laat, maar wilde nog mee.’’

Mijn buurman had geen moment getwijfeld, was op de rem gaan staan en had het dankbare kind binnengelaten.

,,Je weet nooit wat de gevolgen waren geweest als je haar níet had meegenomen’’, zei hij.

,,Misschien had ze een tentamen gemist. Lag ze de hele dag achter op schema.’’

Het waren woorden van iemand die heel goed wist hoe belangrijk het was om vérder te komen.

Omdat het bij de volgende halte misschien beter was.


wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct