Christiaan Triebert.

Vlagsymboliek

Christiaan Triebert. FOTO @TRBRTC

Het is een zonnige zomerdag in 1975 wanneer een groepje zwarte kinderen op een bike hike gaat. Met fietsjes en oranje vlaggetjes op avontuur door de buurt in Queens, het oostelijk stadsdeel van metropool New York. Zolang ze maar thuis zijn voordat de straatverlichting aan gaat. Onderweg naar een McDonald’s zien ze een Amerikaanse vlag wapperen. Er staat een groep mensen omheen. Het lijkt een optocht. Of misschien een block party .

De kinderen fietsen er naartoe. Plots worden ze omsingeld door een groepje witte kinderen, die racistische leuzen schreeuwen en stenen naar ze gooien. Het n-woord klinkt. En: White power . White resistance . Een meisje krijgt een duw. Een ander meisje, met twee staartjes, kijkt beteuterd toe en maakt dan rechtsomkeert. De fietsende kinderen zijn in een demonstratie beland waar witte bewoners hun zwarte buren willen wegjagen.

De scène wordt vastgelegd door een cameraman van Bill Moyers, een bekende Amerikaanse journalist. Hij is in Rosedale, een wijk in Queens, om racistische spanningen in ‘s lands grootste stedelijke gebied vast te leggen in een documentaire, omdat er eerder bommen zijn gelegd onder de huizen van zwarte medebewoners.

Bijna een halve eeuw later duikt het stukje op via Twitter en Facebook. Een afgestudeerde student zet het online. Het gaat viraal. In de zomer van 2019 woon ik net in the big apple en een vriend, die daar geboren en getogen is, stuurt het door. Het is afgrijselijk om te zien, kinderen die andere kinderen aanvallen. En dat in de zogenaamde melting pot New York, de smeltkroes van culturen.

Het decennia oude filmpje blijft door mijn hoofd spoken. Wie waren deze kinderen? Online vragen honderden zich hetzelfde af. En collega’s op ons kantoor van The New York Times ook, zo blijkt. We besluiten op onderzoek uit te gaan. Waar zijn de kinderen nu?

,,Ik ben nog steeds hier’’, zegt de inmiddels 55-jarige Samantha Brown-Carter. Ze was het meisje met de staartjes. Via een YouTube comment van een familielid vinden we haar. ,,Was het traumatisch? Zal ik het me altijd blijven herinneren? Ja’’, vertelt ze in haar huis, in een wijk ten noorden van de plek waar het 45 jaar geleden gebeurde. ,,Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik weg zou moeten gaan.”

In de afgelopen weken werd nog maar eens duidelijk dat New York bepaald niet de utopische smeltkroes is die de stad soms lijkt te zijn.

In de afgelopen weken werd nog maar eens duidelijk dat New York bepaald niet de utopische smeltkroes is die de stad soms lijkt te zijn. Er is onrust over het systematische racisme en politiegeweld dat aan de orde van de dag is voor zwarte Amerikanen. En opnieuw gaat de video uit 1975 viraal.

Hoewel mijn onderzoekswerk meestal over recente gebeurtenissen gaat - gebombardeerde ziekenhuizen, een neergehaald passagiersvliegtuig, een luchtaanval op een migrantencentrum - besloot ik samen met mijn collega’s Whitney, Sarah, Jonah en Dodai op onderzoek uit te gaan.

Door dakkapellen in de video te vergelijken met satellietbeelden, vinden we de exacte locatie van het incident al snel. We kammen publieke stadsarchieven uit, bekijken honderden pasfoto’s in jaarboeken van lokale basisscholen, praten met buurtbewoners, bellen voormalig bewoners en lezen verscheidene posts op obscure online fora en facebookgroepen.

In de jaren zeventig was Rosedale een voornamelijk witte working class- wijk van politieagenten, brandweermannen en andere ambtenaren van met name Italiaanse, Ierse en Joodse komaf. Maar zoals veel plekken in New York in die tijd, veranderde de demografie snel en kwamen er nieuwe, zwarte bewoners. Sommige witte gezinnen vertrokken daardoor. Andere bewoners proberen de nieuwkomers, soms met geweld, weg te jagen.

Zo ontplofte er een bom onder de veranda van een van de zwarte gezinnen, immigranten uit Trinidad. Er werd een briefje achtergelaten: ‘(N-woord), wees gewaarschuwd. We hebben de tijd. We zullen je eerstgeborene als eerste krijgen’.

Meer gewelddadige incidenten zouden volgen. Maar dat wisten de zwarte kinderen niet toen ze op die zonnige zomerdag in 1975 richting de wapperende Amerikaanse vlag fietsten.

,,Wat ik me herinner is dat iemand zei: ‘Oh, een optocht!’ Dus gingen we erheen om die optocht te zien”, zegt de inmiddels 57-jarige Mark Blagrove. Ook hij woont nog dichtbij. ,,Tot de dag van vandaag lach ik erom, want het was een optocht. Een optocht om de zwarte mensen uit Rosedale te jagen.”

,,Ik zie de Amerikaanse vlag voor me als ik terugdenk aan het incident”, vertelt Renée Lipscomb-McDonald, inmiddels 58 en maatschappelijk werkster in Maryland. Destijds was ze 13. Haar ogen worden vochtig. ,,Ze hebben dat prachtige symbool in iets lelijks veranderd.”

Vandaag de dag is Rosedale grotendeels een zwarte gemeenschap. En nog steeds is het een wijk bewoond door ambtenaren met keurig gemaaide gazons. ,,Wat ik me afvraag”, zegt Samantha, ,,is wat er is geworden van die witte kinderen. Zijn zij politieagenten geworden? Of hun kinderen?”

In de afgelopen week voegde Renée zich met haar kinderen bij de Black Lives Matter protesten vlakbij haar huis. De traumatische ervaring van stenen, fietsjes en racistische leuzen heeft haar ook gesterkt in wie ze is. ,,Ik denk dat mijn simpele aanwezigheid in bepaalde wijken en bepaalde banen mijn protest is. Simpelweg er zijn.”

,,De Amerikaanse vlag staat voor goede dingen. Hij zegt dat we kunnen gaan waar we willen. Dat we elke straat in kunnen fietsen die we willen. Maar in 1975 stond hij voor Do not enter , voor wegwezen. Eigenlijk hebben ze ons dat prachtige symbool afgepakt en er iets lelijks van gemaakt.”

En dan, terwijl ze haar rug recht: ,,Ik wil de vlag terug.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct