FOTO

Viva de vegaburger

FOTO ANP

Een fascinerende kaart uit 1849 toont Leeuwarden in twee kleuren. De ontwerper tekende de deftige straten destijds rood: daar woonden de vleeseters. De stegen en achterbuurten waren groen: hier huisden vrijwel uitsluitend vegetariërs.

Jazeker, een groot deel van de Nederlandse bevolking at anderhalve eeuw zelden of nooit een stukje vlees. Mensen lustten het graag, maar door de grote armoede bestond hun dagelijks voedsel meestal uit weinig meer dan pap, brood en bonen.

Groeiende welvaart bracht hier later verandering in. Honderd jaar geleden konden veel arbeidersgezinnen zich al wekelijks wat spek en reuzel permitteren. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde vlees geleidelijk in dagelijks volksvoedsel.

Onze spijskaart blijft echter in beweging. Sinds de jaren tachtig neemt het aantal vegetariërs toe. Sommigen lusten geen vlees, anderen keren zich af van dierenleed of milieuvervuiling. Een kwart eeuw geleden waren zij aangewezen op smakeloze sojabrokken, maar inmiddels biedt de supermarkt een rijke keuze aan vegaproducten.

Dat is te danken aan slimme fabrikanten. Het begon bij kleine bedrijfjes, maar inmiddels komt het vegetarische aanbod ook van grote jongens als Friesland Campina en Unilever (eigenaar van de Vegetarische Slager). Zulke voedselinnovatie past bij ons land. Nederlanders staan open voor nieuwe dingen en onze voedselbedrijven zijn groot en slim genoeg om nieuwe producten voor hen uit te vinden.

Toch worden vegaburgers soms nog louter gezien als producten uit een idealistische strijd. De voorstanders zouden alleen bestaan uit veganisten, milieubeschermers en dierenleedbestrijders die zich afkeren van slagers, veeboeren en vleesproducenten.

'Elke grote bierbrouwer verkoopt nu zijn eigen alcoholvrij bier: het blijkt een winstgevende aanvulling op het assortiment'

Wie dit beeld nu nog in zijn hoofd heeft, loopt achter de feiten aan. Honderdduizenden Nederlandse gezinnen eten inmiddels flexitarisch: zij wisselen vegetarische producten af met vlees en vis. Die trend valt niet meer te keren.

De recente strijd over vleesnamen binnen de Europese Unie is dan ook een beetje achterhaald. Vleesproducenten eisten dit najaar een verbod op benamingen als burgers, worst of vlees voor vegaproducten.

Dat deed denken aan oude discussies over alcoholvrij bier. Vijftien jaar geleden vonden veel bierproducenten en bierliefhebbers dat maltbier geen echt bier mocht heten. Inmiddels is dit radicaal veranderd. Elke grote bierbrouwer verkoopt nu zijn eigen alcoholvrij bier: het blijkt een winstgevende aanvulling op het assortiment.

Voor vegavlees gloort dezelfde toekomst. Het is niet per se een concurrent van vlees, maar wel een aanvulling die niet meer verdwijnt. Wereldwijd zal de vraag naar vegaproducten fors stijgen. Dat biedt interessante kansen voor Nederlandse bedrijven, die veel ervaring hebben in deze ontwikkeling en straks hun vegaburgers in steeds meer landen kunnen slijten.

Het Europees Parlement besloot deze maand om geen beperkingen op te leggen aan de namen van vleesvervangers. Heel verstandig, want vegavlees verdient een steuntje in de rug: het is niet alleen goed voor dier en milieu, maar ook voor de positie van Nederland als internationale voedselontwikkelaar.

Het commentaar is een dagelijkse rubriek waarin de Leeuwarder Courant reageert op actuele ontwikkelingen. Reageren? Gebruik de reactiemogelijkheid onder dit artikel of mail naar commentaar@lc.nl .

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct