Wieberen Elverdink.

Verkering

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Aan de rand van de tot dansvloer omgeturnde schoolkantine, zo ongeveer onder het mededelingenbord, overzag ik in alle onschuld het uitbundig gedruis van het brugklasfeest, toen vanuit het flakkerlicht van de stroboscoop een gestalte recht op mij af beende.

Ik verslikte me in mijn cassis. Dat de rookmachines net sissend een nieuwe hoeveelheid mist over de verdieping verspreidden, droeg ook al niet bij aan mijn geestelijk comfort.

Wat had dit te betekenen?

Ik herkende de trui van de persoon die mij naderde, donker en pluizig, met een hals zo wijd, dat die een blote meisjesschouder uitdagend aan het discolicht prijsgaf.

Dat ik een meisje achterliet, verdrietig, sprakeloos, kwetsbaar, daar heb ik nooit over nagedacht

Ilja.

Mijn klasgenootje wond er geen doekjes om, had er misschien thuis of op de wc al een tijdje op geoefend, want ze sprak dat ene woord zonder verdere inleiding, heel cool and collected uit: ,,Ferkearing?’’

De discjockey in de aula startte The key, the secret in en op de beat van dat nummer klapten diep in mij duizend luiken dicht.

De liefde; je kon nog zo je best doen haar van je weg te houden, er met royale bogen omheen te lopen, maar vroeg of laat klopte ze aan je deur, of je er nu klaar voor was of niet.

Nou, ik was er verre van klaar voor. Ik had me slechts met mijn eigen zaken bemoeid, bewoog dagelijks zo onopvallend mogelijk door de schoolgangen, gebruikte gel noch deodorant en na het laatste lesuur speelde ik liever oorlogje tussen de varens van de Lipomwyk, dan dat ik er amoureuze verkenningen verrichtte.

Hoe, zo bonkte het in mijn hoofd, was ik dan in deze situatie beland? Hoe was ik er in al mijn schaapachtigheid toch in geslaagd het object van een meisjescrush te worden? En het allerbelangrijkste: hoe redde ik me hieruit?

Welnu, zo: ik heb ‘nee’ gezegd, kortaf, ben in paniek gevlucht en heb me de rest van de avond, vermomd als regenponcho, bij de kapstokken opgehouden – dat ik een meisje achterliet, verdrietig, sprakeloos, kwetsbaar, daar heb ik nooit over nagedacht.

Tot vorige week.

Over de precieze aanleiding tot deze column moet ik vaag blijven, want ik heb de betrokken 12-jarige discretie beloofd, maar laten we zeggen dat bovenstaande geschiedenis zich een generatie later herhaalde. Zomaar, met een bliepje op de telefoon, tijdens het Jeugdjournaal .

Dezelfde radeloosheid – wat te doen?

Over een liefdesverklaring per tekstbericht zou je kunnen zeggen dat het nogal makkelijk is, afstandelijk zelfs, maar wie de gevaren van de sociale media kent, weet hoeveel dapperheid achter zo’n berichtje schuilt. Met zo’n ontwapenend appje laat de verzender een liefdesspoor achter dat lastig meer uit te wissen valt. In kwade gevallen veranderen de vlinders in boemerangs die hem of haar nog jarenlang kunnen treffen.

Voordeel van een zoete ontboezeming op WhatsApp is wel dat de ontvanger de tijd heeft zorgvuldig zijn woorden van afwijzing te formuleren – lief en respectvol, maar duidelijk.

En zo geschiedde, vorige week.

Maar daarna dacht ik dus aan hoe ik mijn klasgenootje in 1993 in al mijn kinderlijke onmacht zo liet staan. Daarom hoop ik dat ze nu leest wat ik haar toen had moeten zeggen:

Ilja, wat knap dat je me vroeg.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct