Foto

Van deze tijd

Foto ANP

De nieuwe Omgevingswet roept toenemende twijfel op. Is-ie wel zo handig en van deze tijd als voorgesteld?

Dit weekeinde bond de Groningse wethouder Roeland van der Schaaf de kat de bel aan in dagblad Trouw. Nu cruciale onderdelen zoals de ict niet op orde zijn, gemeenten op hoge kosten worden gejaagd en inspraak van burgers niet geborgd is, kan de wet beter uitgesteld worden, betoogt hij.

Maar er zijn meer redenen voor bezinning. Even de beginselen. Wie iets wil bouwen, krijgt te maken met allerlei regels. Ze zijn er voor geluid, geur, trillingen, water-, lucht- en bodemkwaliteit, noem maar op, en ze zijn vastgelegd in 26 wetten en 60 maatregelen van bestuur (amvb’s). Die worden gebundeld tot één alomvattende wet en vier amvb’s. Het pakket moet op 1 januari 2022 in werking treden.

Het rijk heeft één digitaal loket beloofd waar bouwers en burgers zelf alle ruimtelijke projecten kunnen opstarten. Uitgangspunt is dat beide partijen onderling tot een vergelijk komen, zonder inmenging van de gemeente. Die kijkt alleen controlerend mee. Tussen vergunningaanvraag- en afgifte zit maximaal 8 weken in plaats van de huidige 26.

Makkelijk, nietwaar? Dat valt te bezien. Terwijl het gevecht om de ruimte met de dag vinniger wordt, zegt de overheid: probeer er onderling maar uit te komen. In het verschiet liggen minimaal 1 miljoen belangenconflicten, zijnde het aantal nieuwe woningen dat het kabinet voor 2030 wenst. Denk ook aan nieuwe wind- en zonneparken, waterstofstations, datacenters, beleggers die woningen aan de voorraad onttrekken, Airbnb-gasten in woonwijken, hotels voor arbeidsmigranten. Zet dat af tegen een nieuwe wet die de kwaliteit van de gebouwde omgeving niet borgt en de inspraak van bewoners niet verankert.

Toen de voorbereidingen in 2012 begonnen, domineerde de roep om minder overheid. Dat is gekanteld naar méér. Ook het rijk zelf is ijveriger geworden met stempels drukken, vooral waar het de woningbouw betreft.

Ruimtelijke ordening is terug van weggeweest. Niet voor niets pleit het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor meer rijksregie én meer betrokkenheid van burgers. De uitdagingen van nu (energietransitie, vernieuwing van de landbouw, duurzamer grondstoffengebruik) kunnen volgens het PBL onmogelijk lokaal of regionaal opgelost worden.

Nog een teken aan de wand: terwijl decentralisatie het uitgangspunt van de Omgevingswet is, drong het College van Rijksadviseurs onlangs aan op de komst van een ‘minister van Ruimte’.

Het computersysteem voor de gedroomde wet is waarschijnlijk niet op tijd af. Volgens het Bureau ICT-Toetsing is de kans groot dat gemeenten eerst een soort digitaal geraamte krijgen, dat later stukje bij beetje aangekleed moet worden. Dat is vragen om problemen.

De intentie van de wetgever om te breken met de bureaucratische stroperigheid was uitstekend. Maar op goede bedoelingen kun je niet bouwen. We hebben iets nodig dat antwoord geeft op de vraagstukken van deze tijd, niet op die van acht jaar geleden.

commentaar@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct