Anne-Goaitske Breteler.

Van Rijn tot onrein

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Slachtafval, vergane groentes, rotte vis, en vooral ook de uitwerpselen van mens en dier: de Amsterdammers hadden in de Gouden Eeuw, op een enkele beerput na, geen andere bestemming voor het vuil dan hun grachten.

Vooral ’s zomers, als de temperatuur steeg en het water begon te broeien, verspreidde zich een ondraaglijke stank over de stad. De gelukkige rijken zochten snel hun buitenverblijven op, maar de rest was veroordeeld tot een geur die wij ons nu niet meer kunnen voorstellen.

Voor mijn Friese kinderboek In nuvere nacht, dat gaat over het meisje op de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn, verdiepte ik mij in het Amsterdamse rioleringssysteem van de Gouden Eeuw. Ik las uitgebreid over de erbarmelijke maatschappelijke toestanden in de hoofdstad, zelfs in de rijke buurten rondom de Herengracht waar mijn verhaal zich afspeelt.

Aangezien ik in het kinderboek de verschillen tussen onze tijd en die van Rembrandt wilde beschrijven, leek het me slim om – in het kader van ‘dat vinden kinderen vast leuk om te lezen’ – het element ‘viezigheid’ mee te nemen. Wat blijkt nu? Dat werkt evengoed voor ouderen, want toen ik het manuscript door volwassenen liet controleren, refereerden ze opvallend vaak aan de vieze Amsterdammers die ze in het boek waren tegengekomen. Zo wekt smerigheid tegelijkertijd afkeer en interesse op.

We lijken gefascineerd te zijn door de andere kant, zolang we maar op gepaste afstand kunnen blijven

Volgens de antropoloog Mary Douglas is ‘viezigheid’ een bepalend thema in het leven van de mens. Dirt is matter out of place, zo luidt haar theorie. Tijdens mijn studie werd het uitgelegd als: koffie hoort in een kopje te zitten, zodra er mee gemorst wordt, vinden we dat ‘vies’. Daarmee geeft smerigheid, dirt, precies aan hoe onze denksystemen werken. Een orde waarbij rotte groenten in het groenafval horen en menselijke uitwerpselen in een wc, daarna in het riool.

Toch lijken we gefascineerd te zijn door de andere kant, zolang we maar op gepaste afstand kunnen blijven; net over het randje van de gracht spieken. Maar, zodra we gedwongen worden tot direct contact met het onbekende, wellicht smerige, dan gooien we met afgrijzen de hoofden in de nek.

De theorie van Douglas kan nog verder getrokken worden. De verdeling die we maken tussen ‘schoon’ en ‘vies’, hoeft namelijk niet per se over hygiëne te gaan. Ook in onze ideeënwereld bestaat een onderscheid tussen ‘rein’ en ‘onrein’. De onreine categorie bevat vaak denkbeelden van mensen of zaken waar we op dat moment nog niet bekend mee zijn of waar we ons ongemakkelijk toe verhouden en die we daarmee tegenover onszelf plaatsen.

Neem bijvoorbeeld het veranderde idee over lezen. Zo’n vijftig jaar geleden waren boeken nog erg populair bij kinderen, maar tegenwoordig vinden ze het steeds moeilijker om zich te verliezen in een boek. Er ontstaat voor sommigen zelfs al op jonge leeftijd een afkeer van lezen. We moeten ervoor waken dat kinderen het in de toekomst ‘vies’ gaan vinden om een boek uit de kast te pakken. Want lezen over smerige Amsterdammers in de Gouden Eeuw kan eigenlijk best ‘schoon’ zijn.

agbreteler@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct