Een helikoptervlucht is geen volksfeest. Bij een echte huldiging van Cambuur lopen, fietsen en rollen duizenden mensen door de stad, over de Voorstreek via de Nieuwestad naar het Oldehoofsterkerkhof.

Een blauw-gele vlag wappert op een scootmobiel, opgeschoten jongens en meisjes kwakken de fiets neer, rijk en arm heeft een sjaaltje om de nek geknoopt. De spelersbus parkeert bij het gemeentehuis, de trotse trainer heeft de kampioensschaal onder de arm. De Oldehove torent als een moeke boven het uitzinnige publiek. Bescheiden als altijd maar trots.

Helaas mag het dit jaar niet zo zijn als in 2013, het vorige kampioenschap. De gemeente vindt het niet verantwoord om een grote kolkende mensenmassa in de binnenstad te hebben. Burgemeester Sybrand Buma was glashelder : „Een ontheffing afgeven voor het kampioensfeest is niet mogelijk. Want waarom Cambuur dan wel en de dodenherdenking, het bevrijdingsfestival of welk ander evenement niet?”

De opstelling van de gemeente is begrijpelijk. De coronapandemie is nog niet voorbij en het gevaar van snelle verspreiding ligt bij samenkomst van zoveel mensen op de loer. Al is er volgens de GGD geen duidelijke piek in het aantal besmettingen te zien, twee weken na het informele feestje op het Cambuurplein - hoewel dat ook moeilijk te traceren is.

Maar achter de schermen verdienen mensen als Foeke Booy, Gerard van den Belt en Ard de Graaf minstens zoveel lof

Per helikopter dan maar, met de fans in de achtertuin. Het ingetogen luchtfeest mag niets afdoen aan de grootse prestatie van Cambuur. Het is knap om te zien met hoeveel doorzettingsvermogen, focus en werklust de club ondanks tegenslagen en onrecht het hoofd twee jaar lang koel heeft gehouden. Trainer Henk de Jong is de meest zichtbare uitdrager van het positieve gevoel dat alles mogelijk is als je hard werkt.

Maar achter de schermen verdienen mensen als Foeke Booy, Gerard van den Belt en Ard de Graaf minstens zoveel lof. Zij bleven geloven in de missie, ook toen alles tegenzat. Ze mogen nu genieten en de vruchten plukken. Sponsoren tekenen contracten, supporters vragen seizoenkaarten aan en tv-gelden liggen te wachten. Met de sprong naar de eredivisie is ook de bouw van het nieuwe stadion urgenter geworden. Daar moeten alle betrokken partijen nu doorpakken.

Het doet ook iets met de eigenwaarde. In zijn nummer de Liwwadder Blues zong Piter Wilkens over het fatalistische gevoel waar de Leeuwarder door de jaren heen in is gaan geloven:

Ut het noait wat weest
En ut sal noait wat wurde
Ast in Liwwadden geboaren bist
Kanst ut wel skudde.

Dat is nu wel klaar. Als vanmiddag die helikopters overkomen kan iedere inwoner van Leeuwarden, Cambuurfan of niet, wijzen naar de lucht en hoopvol tegen zijn zoon of dochter zeggen: „must es sien, ut kan dus wel”.

Het commentaar is een dagelijkse rubriek waarin de Leeuwarder Courant reageert op actuele ontwikkelingen. Reageren? Gebruik de reactiemogelijkheid onder dit artikel of mail naar commentaar@lc.nl .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Commentaar
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct