Jantien de Boer.

Troost

Jantien de Boer. FOTO NIELS WESTRA

,,Er is niks op televisie’’, hoorde ik een bijna negentigjarige deze week zeggen. Haar tweelingzus knikte. Nee, ook zij vond er niks meer aan.

Vroeger had je nog wel eens grote shows, zeiden de zussen spijtig. ,,Met Mies Bouwman bedoelt u?’’, vroeg ik. Ze veerden op. Och ja Mies Bouwman. ,,Maar Een tegen Honderd dan?’‘, wilde ik weten. Instemmend gehum. Een tegen Honderd vonden ze nog wel leuk.

Maar verder was er dus niks op televisie.

Ik dacht er deze week aan toen ik verstrooiing zocht. Ik vond ook nergens iets aan. Ik had geen zin in humor en ook niet in films. En in de laatste documentaire die ik zag, had ik gezien hoe jonge, oersterke vechthonden werden afgemaakt omdat ze de pech hadden gehad dat ze door hun baasjes waren verknald.

Nee ik wilde iets vrolijks en pas na een tijdje humeurig zoeken en zappen kwam ik via Netflix terecht bij de Amerikaanse bishop Ezekiel Williams die samen met zijn neef, de wereldberoemde rapper-zanger-producer Pharrell Williams, een nieuw, poepgoed gospelkoor bij elkaar zocht.

Er zijn genoeg mensen die in slaap vallen bij mijn preken, zei Ezekiel in iets andere bewoordingen en ik rees op uit mijn televisiestoel en riep ‘Amen’. In mijn jeugd hoorde ik honderden duffe preken en nooit had ik het idee dat de dominee zich ook maar iets gelegen liet liggen aan zijn knikkebollende pepermunt-zuigende gemeenteleden.

Maar Ezekiel ziet wel dat zijn toehoorders wegzeilen en daarom zocht hij een muizengaatje. Wie niet geraakt wordt door woorden, wordt wel getroffen door gospelmuziek, zei hij. En daarom zaten in zijn lelijke nieuwbouwkerk nu honderden zangers te wachten op de auditie voor een nieuw gospelkoor.

Ik veerde op toen ik zangcoach Peggy Britt zag, met een helblonde pruik op, en ik werd blij van de ‘prins der koren’ Patrick Riddick. Om zijn nek hing een enorme gouden ketting met een nog grotere gouden hanger eraan.

Er werd schor gegiecheld. Er werd ‘Oooo my goodness’ geroepen. Een vrouwelijke tenor die vroeger op school gedwongen werd om alt te zingen, liet fenomenale toonladders op de jury los en ik dacht aan de kerk in New York waar ik ooit was. De gemeente verdiende extra geld met diensten voor toeristen.

Bescheten zaten wij buitenstaanders in de bankjes. We moesten joelen, zei de bishop. We moesten ‘Amen’ roepen als we iets hoorden waar we het mee eens waren en na afloop werd we allemaal geknuffeld. Ik herinner me nog hoe ik wegzonk in de indrukwekkende boezem van de koorleidster. ,,Hi princess’’, zei ze.

Het was heel troostend allemaal terwijl er destijds helemaal nog niet zo veel te troosten viel. Alleen schubdieren en vleermuizen hadden corona en niemand maakte nog ruzie over mondkapjes en inentingen.

Daarom kan ik iedereen Voices of Fire aanbevelen. Ja de Here Jezus wordt vaak genoemd en het gaat heel veel over God maar er wordt ook lekker gezongen en gelachen en John de Mol heeft de hemel zij geprezen geen invloed gehad.

Er zijn geen draaiende stoelen, er is geen glitter-decor, en halleluja er zijn al helemaal geen Bekende Nederlanders die over alles heen plassen. Er zijn alleen veel gouden kettingen en pinkringen en petjes en Hawaii-blouses en veel, heel veel dikke mensen. Ga maar lekker kijken en ondertussen koekjes eten. Net als ik.

Reageren? jantien.de.boer@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct