Thuis

Als wonderen bestaan, voltrok zich er woensdagochtend eentje, op klaarlichte dag, in een straat aan de rand van het dorp, met tientallen getuigen.

Het mirakel in kwestie zat op de passagiersstoel van een Volkswagen, rijdend door een haag van applaus, één hand zwaaiend uit het raam, de andere voor haar gezicht, om maar te maskeren dat ze door emoties overmand was.

Bregt.

Die stoere, dappere, grappige, opgewekte, maar tot voor kort nog zo doodzieke Bregt.

Als journalist speur je naar verhalen. Zodra je denkt er eentje gevonden te hebben is het een kwestie van goed observeren en nog beter luisteren, om vervolgens het gesprokene getrouw, maar met een beroepsmatige distantie op te schrijven.

Heel dichtbij komen en tegelijkertijd afstand bewaren.

In uitzonderlijke gevallen is dat laatste schier onmogelijk, zoals bij het verhaal van Bregt en haar geliefde Wietske, dorpsgenoten, wier levens door corona ineens danig ontwricht raakten.

Wat heet: Bregt belandde begin april met een lijf vol virusdeeltjes in het ziekenhuis. Daar holde haar gezondheid ondanks alle inspanningen van mens en machine achteruit, voorbij de deuren van de intensive care, naar een schemerige staat van zijn, een onherbergzaam, donker niemandsland, waarvan velen de uitweg nooit meer vinden.

Toen ik met Wietske om tafel zat, een kladblok en een pot thee tussen ons in, had Bregt na zeventien dagen slaap, juist toen bijna niemand dat meer verwachtte, de deur naar buiten net weer op een piepklein kiertje weten te peuteren.

Uitzichtloosheid maakte voorzichtig plaats voor hoop. Hoop zou langzaam overgaan in vertrouwen.

Boven het verhaal, drie weken geleden in de Leeuwarder Courant , prijkte de kop ‘Het komt goed’, een verwijzing naar de woorden van bemoediging die Wietske haar tegen een onzichtbare vijand vechtende wederhelft zelfs op de duisterste dagen had toegefluisterd.

Woorden die – zo weten we nu – hun uitwerking niet misten.

Van de intensive care in Groningen verhuisde Bregt naar de verpleegafdeling. Niet veel later mocht ze al naar Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag, voor een hersteltraject dat zes tot acht weken in beslag zou nemen. Maar zo grillig haar ziekteverloop was geweest, zo onvoorspelbaar verliep ook het herstel.

Woensdagochtend, al na drie weken in het revalidatieproces, appte Wietske me dat ze Bregt ging ophalen: ‘Twintig over tien komen we thuis.’

En inderdaad, precies op dat tijdstip rolde de Volkswagen met de twee vrouwen de straat in, voorbij de met vlaggetjes versierde huizen, langs de spandoeken in de tuinen, door een honderdkoppige corridor van buren, collega’s, familieleden en vrienden, die zich langs de route hadden verzameld, terug naar het huis dat Bregt op paasmaandag per ambulance had moeten verlaten.

Thuis.

,,Wy bin’ wer kompleet’’, zei een buurman met trillende stem. ,,Ûnfoarstelber’’, stamelde een ander.

Ik voelde hoe het laatste restje professioneel maliënkolder van me af gleed en moest denken aan de kop van het krantenverhaal, die niet langer klopte.

Het kómt niet goed.

Het ís goed.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct