Te gast: Wat er echt mis is in het buitengebied

Een bunzing verschalkt een jong konijn. Foto Shutterstock

Een lumineus idee van de jagers, om predatoren zoveel mogelijk af te gaan schieten...

Volgens de Jagersvereniging en hun ecoloog Wim Knol moeten alle 25 soorten predatoren zoveel mogelijk bestreden worden, zodat de laatste grutto’s het misschien toch nog gaan redden ( LC 12 december ). Dit wordt gebracht met een cijfermatige onderbouwing en verwacht resultaat dat volgens mij meer een rekenkundig model is dan een ecologische realisme.

Het lijkt een geweldig realistisch idee en dat nog wel van een ecoloog van de jagersvereniging. Weg met de duizenden zilver-, storm-, kap- en mantelmeeuwen, weg met de zilver- en blauwe reigers en de ooievaars, weg met de zwarte kraaien, roeken, eksters en kauwen. Ook de buizerd, torenvalk, bruine kiekendief en havik moet eraan geloven. En bij de zoogdieren de hermelijn, bunzing, wezel, steen- en boommarter, das en natuurlijk de vos.

Deze laatste mag al jaren volop bejaagd worden, maar dat is blijkbaar nog niet genoeg. Gelukkig mogen ook alle loslopende katten nu eindelijk eens bestreden worden. En dat allemaal onder het mom van bescherming van de laatste grutto’s! Zien we de jagers nu ook al als beschermers van de weidevogels?

Blijkbaar is de veldkennis bij de jagers ook al niet meer wat ze geweest is en wil men niet weten wat er werkelijk in ons buitengebied aan de hand is. Dat een heleboel weidevogels nauwelijks nog kunnen leven, laat staan jongen grootbrengen, op de groene woestijnen is hun blijkbaar ontgaan of wil men niet weten.

'Weg met meeuwen, kraaien, eksters, met bunzing, das en vos'

Predatoren leven blijkbaar ook maar twee maanden, en alleen tijdens het broedseizoen om af en toe weidevogelkuikens op te vreten. De rest van het jaar zijn er blijkbaar geen predatoren nodig die in de natuur reguleren waar het nodig is. Die muizen- en rattenplagen een beetje onder de duim houden. Die zorgen voor het opruimen van zwakkere dieren, natuurlijke selectie en daardoor populaties gezond houden.

Tot slot nog een rekenvoorbeeld van mijn kant.

In de tijd dat er nog grote weidevogelpopulaties waren, werden er door dezelfde predatoren bijvoorbeeld 23 van de 100 jongen opgegeten (23 procent). Tegenwoordig eten deze predatoren nog steeds 23 jongen op, echter van een populatie van nog maar 32 dieren. Dat is dan zeker die 73 procent die door de jagers genoemd wordt. Maar is dat veel hogere percentage dan de schuld van de predatoren of is er iets anders aan de hand in de weilanden waardoor het aantal weidevogels kuikens zoveel lager is?

Werken aan de werkelijke oorzaak in plaats van aan de predatiebestrijding lijkt me wijzer.

Marten Wesselius ,

Voormalig adviseur faunazaken, Ruigahuizen.