Te gast: Met houtstook gaat Parijs in rook op

‘De vervroegde kap neemt nu al schrikbarend toe.’ FOTO LC/ARODI BUITENWERF

In de Leeuwarder Courant van 14 november pleitte hoogleraar bioeconomie Martin Junginger er in een interview voor meer houtige biomassa bij te stoken in gas- en kolencentrales om zo de doelen van Parijs te halen: ‘Ban op biomassa is rampzalig voor het klimaat.’ Zijn motivatie is niet consequent.

Hij betoogt dat de uitstoot van fijnstof best wel wat meevalt, dat wij werkgelegenheid in Amerika stimuleren en dat wij in Canada en Amerika aan bosbrandbestrijding doen door al het takhout op te ruimen. Dit is een rookgordijn en heeft niets te maken met de doelen van Parijs. Daar gaat het om terugdringing van de uitstoot van CO2.

Het bijstoken van hout in onze kolen- en gascentrales is om de volgende redenen rampzalig voor het klimaat.

1. De vervanging van kolen en gas door hout in de elektriciteitscentrales betekent dat er per kilowattuur circa 1,2 (kolen) tot 1,5 (gas) keer zoveel CO2 wordt uitgestoten. Deze extra uitstoot zou volgens de heer Junginger meer dan gecompenseerd worden door de hergroei van het bos en dus vastlegging van CO2. Hier is het volgende op af te dingen.

2. Bij verbranden van takhout komt de CO2 in één keer vrij. Bij natuurlijke omvorming tot humus en CO2 duurt het minstens dertig jaar voordat de takken zijn vergaan. Verbranden zorgt dus dertig jaar lang voor een hogere CO2-uitstoot.

3. Verder zit circa 35 procent van de boommassa in de grond in de vorm van stobben en wortels. Deze biomassa zorgt gedurende circa twintig jaar voor uitstoot van CO2 bij het vergaan en vergroot zo nog eens de positieve CO2-balans.

4. Na ruim dertig jaar raakt de uitgestoten CO2 van stobben en takken in evenwicht met de vastlegging van CO2 door de hergroei van het bos. Echter, de komende twintig jaar is het cruciaal dat de CO2-uitstoot drastisch afneemt en niet toeneemt. De afname is cruciaal omdat anders negatieve processen op gang komen zoals het smelten van de permafrost en de onomkeerbare stijging van de zeespiegel.

5. De boseigenaren kunnen anders dan in de landbouw de oogst vele jaren uitstellen of vervroegen. Gesubsidieerde bijstook van hout heeft verkorting van de kapcyclus tot gevolg. Juist in de cruciale periode om te komen tot minder uitstoot zoals in punt 4 betoogd komt er per jaar een toename van de uitstoot van CO2 tot meer dan 100 procent.

6. De vervroegde kap neemt nu al schrikbarend toe. In de Baltische staten, in Zweden en in Finland worden op grote schaal bossen gekapt die voorheen geen economische betekenis hadden. In Amerika en Canada gaat het precies zo. In Polen worden de enige overgebleven oerbossen van Europa in exploitatie genomen. Juist die extra kap heeft enorme impact op de toename van de CO2-uitstoot.

7. Conclusie. Met de 11 miljard euro subsidie is Nederland direct verantwoordelijk voor extra CO2-uitstoot met een factor 2,5 tot 3 door gas te vervangen door hout. Pas na dertig jaar wordt dit gecompenseerd door hergroei. (Gas is er in voldoende mate en hoeft niet uit Groningen te komen.)

8. Welke maatregelen zijn gewenst?

  • Direct stoppen met alle gesubsidieerde vormen van houtstook.
  • Verbod op oude en nieuwe houtgestookte warmte- en elektriciteitscentrales.
  • Voorlopig doorgaan met gasgestookte centrales totdat de echte groene stroom in voldoende mate geproduceerd wordt.
  • Natuurorganisaties, gemeenten en particulieren die bos of bomen beheren, stimuleren om de eindkap voorlopig zo lang mogelijk uit te stellen.

Oud-beleidsmedewerker bosbouw bij het ministerie van Landbouw en Natuur uit Berltsum.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie